maandag 7 november 2011

Het eerste startschot is gegeven

Afgelopen weekend viel voor mij - en met mij nog vele andere mensen in de wereld - het officiële startschot van een nieuw seizoen vol met verrassingen en hoogtepunten. Maar daarnaast zullen ook decepties en mogelijk zelfs vernederingen langskomen.
Natuurlijk heb ik het over het nieuwe schaatsseizoen dat met het KPN NK Schaatsen vrijdagmiddag in Heerenveen zijn start vond. Ook in andere schaatslanden werden wedstrijden gehouden, zoals in Amerika en Canada. Noorwegen hield zijn NK tegelijkertijd met Nederland en dus is er direct iets te vergelijken.

Toch begin ik met het mooie moment afgelopen vrijdagmiddag. Sven Kramer maakte zijn rentree na achttien maanden afwezigheid door een bovenbeen blessure. Hij schaatste een heel degelijke vijf kilometer en werd - toch wel enigszins verwacht - verslagen op 'zijn' afstand. Hij had deze sinds 2007 niet meer verloren.
Om even je geheugen op te frissen: 10 november 2007 schaatste Sven een mooie race en benaderde zijn wereldrecord met enkele tienden van een seconden. Enrico Fabris reed de rit daarna enkele tienden onder het wereldrecord van Sven Kramer. In de week daaropvolgend werd er in Calgary opnieuw een vijf kilometer geschaatst. Sven, die reed in de rit voor Fabris, verpulverde het wereldrecord door een tijd van 6.03.32 te rijden: vier seconden onder het 'oude' wereldrecord van de Italiaan - die ook zijn eigen tijd verbeterde, maar het was te weinig.
Sven reed in Heerenveen een mooie 6.19 en werd daarmee derde, een plek die hij niet goed vond. Hij gaf zijn bronzen medaille zelfs weg! Bob de Jong werd tweede en Jorrit Bergsma, de marathonschaatser, werd eerste. Op de tien kilometer, de afsluitende afstand op zondagmiddag, stonden dezelfde drie mensen op het podium in een iets andere volgorde. Bob de Jong pakte de titel, zijn zestiende nationale medaille op deze afstand sinds 1995. Jorrit Bergsma werd tweede en Sven Kramer derde. Alledrie waren ze zeer tevreden met het resultaat.

Op de langere afstanden bij de vrouwen was er een grote verrassing. Zaterdag won de 17-jarige Pien Keulstra een gouden medaille op de drie kilometer. Net als vele andere schaatssters haalde ze een hap van haar PR. Diane Valkenburg en Ireen Wüst werden resp. tweede en derde.
Een dag later, op haar achttiende verjaardag die in een vol Thialf werd gevierd, pakte ze ook nog 'even' de titel op de vijf kilometer voor Carlijn Achtereekte en Annouk van der Weijden. Toch zullen we dit seizoen weinig terugzien van de juniore, want ze heeft aangegeven het juniorencircuit in te gaan. Zoals ze zelf ook al aangaf: "Als ik goed blijf rijden, komen die grote wedstrijden vanzelf." Iemand om in de gaten te houden dus!

De 500 meters voor zowel de mannen als de vrouwen waren een genot om naar te kijken.
Bij de mannen werd de eerste race gewonnen door Jan Smeekens, met tweetiende van een seconde voorsprong op Michel Mulder. De tweede race werd gewonnen door Ronald Mulder, voor zijn broer Ronald en Jan Smeekens werd derde. Laatsgenoemde hield echter een honderste van een seconde over en werd daarmee kampioen, voor Michel Mulder en Stefan Groothuis.
Bij de vrouwen won Thijsje Oenema beide races en pakte daarmee de titel. Margot Boer en Annette Gerritsen werden tweede en derde.
De kilometers waren een prooi voor Thijsje Oenema en Stefan Groothuis.
De schaatsmijl, het koningsnummer, werd gewonnen door Stefan Groothuis, geflankeerd op het podium door Kjeld Nuis en Sjoerd de Vries. Bij de vrouwen pakte Ireen Wüst het koningsnummer, voor Marrit Leenstra en Diane Valkenburg.

Tot zover het nieuws uit Nederland. In Duitsland is Claudia Pechstein terug na een tweejarige schorsing en claimt direct 'even' de titel op de 3 en 5 kilometer, evenals zilver op de 1500 meter en brons op de 1000 meter. Vier afstanden geschaatst, vier medailles. Klinkt goed, nietwaar? Het kan nog beter!

Hege Bøkko pakte zilveren medailles op alle afstanden in Noorwegen, enkel haar tweede 500 meter finishte ze als derde. Ida Njåtun werd eerste op de 500, de 1000, de 1500 en de 3000 meter. Mari Hemmer pakte het goud en de titel op de langste afstand. Houd Ida Njåtun ook in de gaten.

De broer van Hege, Harvard, werd kampioen op de 10 kilometer met een tijd bijna veertig tellen na Bob de Jong en dertig tellen na Sven Kramer. Ook op de vijf kilometer werd hij kampioen met een tijd waarmee hij in Nederland slechts twaalfde zou worden. Ook de 1500 meter pakte hij.

Over twee week begint het echte circus pas. De WorldCup wedstrijd van Chelyabinsk, Rusland en een week later in Astana, Kazachstan moeten de toon zetten voor een nieuw seizoen met als hoogtepunten het WK Allround met een - hopelijk - betere Sven en Ireen in Moskou, het WK Sprint in de 'schaatstempel' Calgary en de WK Afstanden in Heerenveen eind maart.

Houd dit jaar bij de langere afstanden bij de vrouwen vooral rekening met de Tsjechische Erbanova en Sablikova, Pechstein en Beckert en de Amerikaanse Rookard (naast de Nederlandse vrouwen)
Bij de mannen mag je opletten op de Rus Skobrev, de NieuwZeelander Dobbin, de Amerikaan Kuck, de Italiaan Fabris, de Noor Bøkko, de Fransman Contin en de Koreaan Seung-Hoon Lee. Een mooi internationaal gezelschap.

We gaan kijken. 

donderdag 28 juli 2011

De Ontmoeting 2 – Open Water?!


Vorig jaar schreef ik al een stuk over een ontmoeting die ik had met een bijzonder iemand. Iemand die net als ik bijdehand kan zijn, meligheid als voortouw kent en meestal toch druk is. Iemand die het niets kan schelen wat de anderen van hem vinden, want hij is uniek en ‘one of a kind’. Er is er maar één als hij – wat waarschijnlijk gezien kan worden als een zegen voor de mensheid. Desalniettemin mochten mijn nicht Cynthia en ik weer een dag met hem optrekken.
Iedereen die Vissie kent beaamt dat hij knettergek is. Ik stel me hem vroeger in een school voor, vol met anderen die hem vanuit de hoogte bezien omdat hij anders is. Hij is iemand die tegendraads is, de dingen op zijn eigen manier wil doen en ook doet en bovenal iemand die je of geweldig of verschrikkelijk vindt. En niets anders.
Hij had alles tot in de puntjes geregeld: treinkaartjes voor ons, een envelop met een blanco papier waar onze reisdoelen op stonden (lees: doelloos rondzwerven in Nederland) maar, en dat was het belangrijkste, zelf was hij er ook.

We troffen Vissie al koffie-drinkend aan op het station van Zwolle. Terwijl hij voor ons ook een bakje regelde (“Hé juffie,” riep hij, “nog twee bakkies hiero!”) en wij plaatsnamen pakte hij de treinkaartjes voor ons. Twee dagkaarten eerste klas treinen. De hele dag geldig. Slurpend in zijn koffie vertelde hij dat hij vandaag het plan had om ons vandaag een deel van zijn wereld te laten zien. Dingen die wij nog nooit zo gezien hadden.

Enkele minuten later zaten we in een – niet geheel onbelangrijk – compleet lege eersteklas treincoupe en zaten we flauwe grappen te bedenken die we moesten en konden uithalen gedurende de dag. Menig opdracht werd vooraf aangeduid als ‘niet-leuk’, terwijl na het uitvoeren we gedrieën niet meer bijkwamen van de lach. Bijvoorbeeld:
-          Vraag in een winkel aan de minst snuggere werknemer of je hier ook met Fins geld kan en mag betalen
-          Laat willekeurige mensen je de tijd vertellen terwijl je onder of bij een klok staat
-          Praat een willekeurige (of zelfbedachte) taal om mensen van hun stuk te brengen
-          Zwaai naar alle mensen op het station als de trein wegrijdt of – nog leuker – doe net alsof je iemand kent die nog op het station staat. Klop op het raam en zwaai!

Zo zijn er nog wel enkele opdrachten te verzinnen. Terwijl we in de trein naar Arnhem zaten en de stations voorbij vlogen merkten we op dat Vissie wel wat ouder en breekbaarder was geworden. Een stuk van zijn staart was afgebroken geweest en ook vertelde hij honderduit over zijn nieuwe avonturen waarin hij toch vooral zijn best deed om geen mensen te irriteren. Hij stond stil op zijn plek, bewoog niet en toch kreeg hij klachten. Jammer hoor.

In Arnhem namen we in een winkel een kopje koffie, verwachtend dat het wel wat gezelliger zou worden dan ons drie en de twee werknemers. Niets was daarvan echter waar. Een twintigtal minuten zaten we daar, genietend van de koffie, totdat Vissie besloot dat de muziek nu zodanig depressief was dat hij wel weg moest. En dat deden we dus. Arnhem bleek niet de meest geschikte plek voor hem, dus gingen we weer naar het station.

De volgende trein was iets drukker, maar ook die eerste klas was nog leeg. Onderweg naar Utrecht wist Vissie wel alle lampen aan te krijgen met zijn vinnen. Aangekomen in Utrecht besloot Vissie wat kaartjes te sturen naar mensen die hij kende. Cynthia en ik konden niet achterblijven en schreven ook een kaartje.
Toen we ook gegeten hadden in Utrecht trokken we verder naar Amsterdam, via Schiphol. Dat laatste was wel even een gok: vorig jaar zaten er meerdere bewakers achter Vissie aan en daarom achtten we het veiliger om niet te lang aldaar te blijven. Dus onderweg naar Amsterdam.

In Amsterdam toverde Vissie een tweetal kaartjes voor een rondvaarttocht uit zijn schubben. Zelf hoefde hij geen, hij zou via het water de boot in duiken en dus zo ook de prijs niet hoeven te betalen. Eenmaal in de boot wachtte hij ons al op.
Na een kwartier wachten, waarbij Vissie ons opdraagde zo breed mogelijk te gaan zitten zodat er niemand bij kon, vertrok de boot. Alhoewel de schipper een heleboel trachtte te vertellen, deed Vissie ook een duit in het zakje en begon te vertellen over zijn voorouders die al leefden toen de eerste grachten gebouwd werden en nog meemaakten hoe de tweede en derde ring grachten werden gebouwd. Vissie mag dan klein zijn, hij weet veel!

Nadat hij meermalen had geklaagd over de kwaliteit van het water en dat mede daarom zijn familie had moeten verhuizen vonden we het welletjes. Gelukkig was de rondvaart ook afgelopen. We stapten uit en gingen in de Beurs van Berlage nog wat drinken. Daar meldde Vissie ons weer dat hij wat kaartjes wilde kopen om op te sturen. Zo gezegd, zo gedaan.
Vervolgens ging de route verder naar Utrecht waar we meer kaartjes kochten, wat koffie haalden bij de Starbucks en tenslotte nog een rondje rond de grachten liepen. We liepen langs winkels, over bruggen en onder de Dom door.

Vandaar vroeg Vissie ons of we al weer hongerig waren: het was al na half zeven. Beiden schudden we het hoofd, dus stapten we de trein weer in, nu naar Zwolle. Daar aten we wat en vanaf daar vertrokken we ook allemaal weer naar huis. Een dag schiet voorbij.

Volgens mijn weten heeft Vissie acht kaarten opgestuurd, allemaal vanaf andere locaties in Nederland en allemaal naar dezelfde persoon, met dezelfde boodschap: Groeten uit […], Liefs. Geen naam, alleen de groeten. De eigenaar daarvan zal zich wel afvragen wat dit te betekenen heeft. Wel een leuk idee overigens.

Een dag met Vissie is nooit lang, maar deze dag schoot voorbij. Twaalf uur treinen, meet dan 10 kilometer gelopen en een uur wezen varen: Een erg leuke dag!

Dankjewel Vissie! Volgend jaar weer?

donderdag 5 mei 2011

Bevrijd... en nu?


Na op de vierde mei twee minuten stil gestaan te hebben bij alle mensen die in en na de tweede wereldoorlog gevallen zijn in oorlogsgebieden is het vandaag vijf mei. Bevrijdingsdag. De dag dat we de vrijheid vieren waar onze (voor)ouders voor gevochten hebben. Een dag die voor de jongeren vooral in het teken staat van het gratis festival dat op dertien plekken in Nederland gehouden wordt. Een goed initiatief om de jeugd betrokken te houden, alhoewel de nadruk niet ligt op de vrijheid, maar meer op andere zaken.

Toch wil ik nu vraagtekens zetten. Want nu we allemaal vrij zijn, wat gaan we nu doen?
Kijkend naar de afgelopen tien jaar merk ik steeds meer dat Nederland zijn soldaten op andere bodems inzet om ook daar de vrijheid te garanderen. Nobel en een mooi streven. Geen bezwaar tegen dus.
Maar hebben jullie wel gekeken hoe het komt dat in de gebieden waar we heengaan oorlog is gekomen? Waarom vechten we in het ene land wel terwijl we het andere land, waar de mensen ons even hard nodig hebben, niet eens proberen te helpen?

Wat zijn de regels? Wie bepaald waar we wel en niet heengaan om de mensen te bevrijden? Ik heb een klein beetje de lijnen gevolgd van de afgelopen jaren. Slechts oppervlakkig, want de ware redenen kunnen we alleen maar raden. Gek genoeg vaak nog correct ook.

Wat is de reden dat we in Afghanistan gezeten hebben? Wie durft er een gok te doen? Het is allemaal erg simpel. Enkel geld heeft ons naar Afghanistan gebracht. Geld dat, goed meekijken, allemaal via Amerika onze kant op komt.
9/11, jullie weten het vast nog wel, en de toenmalige president Bush viel al aan voordat hij toestemming had van de Verenigde Naties. Het zij zo. We kunnen het verleden niet veranderen, enkel de toekomst.
Wij zijn mee gaan doen om de simpele reden dat a) Amerika ons handelsverdragen beloofden (geld) en b) we anders buitengesloten werden van belangrijke vergaderingen (over macht (=geld) en olie (=geld)

Irak precies hetzelfde. Olie-inkomsten doen dus een heleboel voor het leger. Sterker nog: een voorraad olie kon wel eens de bron zijn van veel oorlogen. Denk maar mee: Waarom Egypte niet en Libië wel? Waarom kwamen de Fransen zo laat pas in actie in ‘hun’ Ivoorkust?

Nogmaals: Vrijheid is iets wat we moeten koesteren. Niet vrijwillig oliehaarden aansteken om zo er een slaatje uit te willen slaan.

En het belangrijkste: Het verleden kunnen we niet veranderen. De toekomst wel!

Help jij mee de vrijheid te bewaken?

dinsdag 3 mei 2011

Stilte om me heen


Eén dag in het jaar zijn we allemaal twee minuten stil. Jong en oud, man en vrouw, Nederlander of medelander; het maakt niet uit. Tweemaal zestig tellen stil. Al 65 jaar gebeurt dit, ieder jaar opnieuw.

We zijn stil. Stil om te denken en te overpeinzen wat we eigenlijk allemaal kunnen en mogen. Stil om te gedenken wie dat allemaal voor ons gedaan hebben. Stil om te geloven dat we allemaal deze vrijheid hebben. Stil om te genieten, stil om te vertrouwen.
Stilte waarin we samenzijn. Iedereen in Nederland is stil.

We zijn samen in die stilte. We zijn één. Van de koningin tot aan een klein meisje wat met d’r vader op de Dam staat. Niemand kan op dat moment alleen zijn. Laat dan ook niemand alleen zijn. Zoek elkaar op om niet alleen stil te zijn, maar samen.

Er gaan al jaren stemmen op om deze stilte te stoppen. ‘Het is niet van onze tijd’, zeggen ze. Snappen ze niet dat het juist alles te maken heeft met onze tijd? Onze manier van leven komt door hen! Mijn stilte tegen die mensen spreekt boekdelen. Het maakt hen stil.

Die stilte is oorverdovend. Het roept, het maakt lawaai en is verbijsterend. In de stilte hoor je de geluiden uit de oorlog terugkomen. De opofferingen, het lijden en sterven van miljoenen onschuldige mensen.  Sta JIJ er wel echt stil bij?

Veelal worden de twee minuten niet serieus genomen. Je staat er niet bij stil. Je gedachten dwalen weg van het echte stilzijn. De reden waarom je stil bent vergeet je zo gemakkelijk.
Dat is bij mij ook het geval. Ik vergeet zo snel waarom ik stil ben en bedenk wat ik later ga doen. Ik zoek andere dingen om mezelf bezig te houden, niet de stilte zelf.

Dit keer is het anders. Dit keer bereid ik me voor. Dit keer ben ik echt bezig met vier mei. Ik herdenk de gevallenen en vier de stilte in stilte.

Kijk je met me mee?

Kies op deze site maar eens een verhaal uit. Ik heb ze al gezien. Vier aangrijpende verhalen van mensen die het echt hebben meegemaakt. Niet mensen die het ‘hebben horen zeggen’, niet iemand die - zoals ik - er over verteld, nee iemand die het geleefd en beleefd heeft. 
Het verhaal over het bombardement in Nijmegen is me het meest bijgebleven. 

Hoe gebruik jij de twee minuten?


maandag 2 mei 2011

Amerikaans Hokjes en Vakjes-denken

Het zal je vast niet ontgaan zijn: Osama Bin Laden (schijnt/) is vanochtendvroeg doodgeschoten in Pakistan en zijn lichaam heeft - na alle riten die bij het overlijden van een Moslim horen - een zeemansgraf gekregen. Ik zal nu niets gaan zeggen en noemen over de hoeveelheid foto's die de Amerikanen vrijgaven nadat een zoon van hem omkwam, evenals hoe snel er beelden van Saddam Hoessein 'uitlekten' en de stilte die er nu is qua beelden van Bin Laden.

Ook wil ik niets zeggen over de bizarre reactie die onze eigen minister-president gaf aan het journaal. Want naast dat hij president Obama een compliment gaf, noemde hij deze man ook de 'leider van de vrije wereld'. Hij stelt Amerika dus min of meer boven ons. En daar leg ik, als Nederlander, mijn twijfels bij neer. Maar dat zijn de woorden van Rutte, niet van mij. Ook al zegt hij het niet op persoonlijke titel, maar in zijn functie.

Ik wil het meer hebben over de reactie van de Amerikanen. Ze hebben complete volksfeesten om te vieren dat de man, naar wie ze al negen-en-een-half jaar naar op zoek zijn, gestorven is. Op het journaal zie je feestende massa's in New York en Washington - mensen die compleet uit hun dak gaan nu ze dit weten.
Het grappige is dat de mensen nu ook echt denken dat ze klaar zijn. Nu zit het werk erop. Nu is Al-Qaida uitgeschakeld. Helaas is de meerderheid van de Amerikanen echt zo zwart-wit aan het denken. Er was - volgens hen - echt één man die aan de touwtjes trok, alleen Osama Bin Laden was de man die alles deed. Hij zat overal achter. Meesterbrein en uitvoerder, ronselaar en opleider.

Gelukkig weten wij beter.

Amerikanen met hun Hokjes en Vakjes denken...

donderdag 21 april 2011

Eén minuut stilte…


We leven al weer bijna in de tijd waarin we stilstaan bij de gevallen soldaten en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Een tijd die voor de meeste mensen in Nederland niet geheel begrepen wordt, wij - en ik schaar mijzelf daar vanzelfsprekend ook onder - hebben dit niet meegemaakt. We hebben erover gelezen, mooie (of minder mooie) films gezien en horen ieder jaar rond deze tijd wel weer over veteranen die vanuit Polen, Canada of Engeland deze kant op komen om bij de herdenkingsplechtigheid te zijn.
Dat jij en ik elke dag weer vrij zijn, nemen we aan als iets wat vanzelfsprekend is. We denken er niet eens over na, het is gewoon zo. We kunnen gewoon over straat lopen zonder bang te zijn, we kunnen naar school of naar ons werk en alles gaat gewoon z’n gangetje. Wij hoeven nu niet bang meer te zijn.

Toch komt ieder jaar op de vierde van mei de koningin met haar gevolg de Dam in Amsterdam opgelopen om een krans bij het monument daar neer te leggen. Er is een tweetal minuten stilte om na te denken en stil te staan bij een ieder die zijn of haar leven gegeven heeft voor deze vrijheid. Zij wilden zo graag vrijheid, dat ze het eigen leven ervoor wilden opgeven!

Zie jij dat jezelf al doen? Je eigen leven in de waagschaal stellen om ervoor te zorgen dat anderen, niet jezelf, er beter van wordt? Sterven voor een goede zaak?

Gelukkig zijn er mensen die dit gedaan hebben. Anders zouden wij nu niet vrij zijn. Zouden we niet kunnen doen wat we willen. We zouden allemaal anders zijn.


Er is echter één man geweest die ik hier even wil aanhalen. Hij gaf zijn eigen leven, zodat we allemaal er beter van worden. Niet iedereen in Nederland, niet alleen in Europa, nee. Heel de wereld is beter geworden door het offer dat deze man voor ons gaf.
Hij was net als jij en ik.
Hij was ook bang toen het moment gekomen was.
Hij heeft pijn geleden om ons vrij te maken.
Hij stierf, zodat wij vrij kunnen zijn.
Hij stierf voor al onze zonden.
Alles wat jij en ik verkeerd hebben gedaan, heeft Hij weggenomen.
Hij heeft ons allemaal gered.

Is het teveel gevraagd om dan komende vrijdag, Goede Vrijdag, op z’n minst even daar bij stil te staan? Even te bedenken wat Jezus precies voor jou betekent heeft? Hoe Hij Zijn eigen leven gaf, om jouw leven beter te maken?

Eén minuut stilte laat bij lange na niet zien hoe bijzonder het is wat Jezus voor ons gedaan heeft. Zijn leven gaf hij voor jou!

Denk daar komende vrijdag maar aan…

zaterdag 16 april 2011

(weg)Kijken bij het Onderwijs (3)


(Zie ook deel 1 en 2)

Invallen op basisscholen heeft voor- en nadelen. Voordelen zijn makkelijk te noemen: Als alles gedaan is ben je klaar, je kan zelf aangeven of je wel of niet wilt werken en je kan dus ook buiten het hoogseizoen op vakantie. Nadelen zijn ook (te)makkelijk te vinden: Je bouwt geen band op met leerlingen, collega’s en ouders, je weer nooit exact waar je aan toe bent en natuurlijk heb je geen enkele garantie, waarop dan ook.

Mijn besluit, die nog niet geheel vastligt, is dan ook om vanaf de zomer weer te gaan studeren. Geschiedenis heeft me altijd getrokken. En daarmee kan ik ook meerdere kanten op. Ik heb altijd genoten van de excursies naar musea. Bij een museum werken lijkt me dan ook geweldig.
Zeker ook bij de educatieve dienst daar. Lekker lespakketten in elkaar draaien, gastlessen geven op scholen en rondleidingen organiseren binnen het genre.
Daarnaast kan ik natuurlijk op het middelbaar onderwijs altijd nog geschiedenis gaan geven. Dan valt het basisonderwijs gewoon weg, voor mij in ieder geval.
Dat zou zonde zijn. Niet alleen voor mij, maar ook voor de scholen.

Ook wil ik eigenlijk best Engels gaan studeren in Engeland zelf. Of Nederlands gaan geven in een ander land. Sinds enige tijd kijk ik vol belangstelling naar vacatures uit het buitenland. Nu is dat nog enkel interesse. Maar zal dan misschien om gaan draaien?

Ik buiten het basisonderwijs. Ik zie mezelf het al doen. Houdt iemand me tegen? Dat lijkt me niet.
Ik ben in ieder geval al zover dat als er voor de zomer niets komt, ik heel diep ga nadenken wat mijn opties zijn. Dus, nog een drie maanden…

Wat vind jij dat ik moet doen?

(weg)Kijken bij het Onderwijs (2)


(weg)Kijken bij het Onderwijs (2)

In mijn vorige blog besprak ik veelal mijn kant van de zaak. Als invaller tegen wil en dank, zoekende naar een vaste betrekking die nergens schijnt te ontstaan. Nu ook even de kant van de scholen, die ook hun zegje mogen doen.
Elke school in het noorden moet bezuinigen. Niet zo verrassend ook met het dalende aantal leerlingen. Desalniettemin is er wel een directeur of twee te vinden die serieus met mij in gesprek wil over mogelijkheden die ik zou kunnen krijgen binnen de vereniging. Het antwoord is vaak kort en krachtig: geen!
In een nadere verklaring zetten ze steeds in op de mensen die al in dienst zijn. Die kunnen ze niet zomaar ontslaan! En via schuiven van school naar school worden eventuele gaatjes opgevuld. Nieuw bloed, hoe goed dat voor sommige scholen ook zou zijn, is (bijna) nergens te vinden.
Veel scholen zitten met een overschot aan parttimers. Het is zelfs zo dat een school met dus gemiddeld acht werknemers maar twee vaste krachten heeft. Twee mensen die fulltime aan het werk zijn. Dan heb je een kleuterjuf en een juf voor groep 5/6 en dan vier mensen voor de andere twee klassen (3/4 en 7/8). Een directeur is slechts anderhalf dagdeel per week aanwezig en ook een administratrice is een ochtend aanwezig. En dan heb ik geen IB/RT-er of oa genoemd…

In drie jaren invallen zijn er meerdere ouders bij me geweest met de vraag of ik zou kunnen blijven. ‘Het is beter voor de school, een mannelijk lid van dit team.’ Natuurlijk beaam ik dat, maar daar kan ik niets aan doen. Ook al staat in de advertenties vrijwel altijd de zin ‘onze voorkeur gaat uit naar een man’, toch zijn die vacatures in het noorden gewoonweg ver te zoeken.
Maar niet alleen ouders komen met deze verzoeken. Ook enkele collega’s wilden me graag houden. Zelfs enkele directeuren geven aan dat ik de eerste ben die ze zullen vragen, mocht er een gaatje vallen. Hetgeen toch niet gaat gebeuren, want dan gaat de interne molen draaien en wordt voor een ander besloten dat het beter is om daarheen te gaan. Probleem opgelost voor de school, maar mijn probleem blijft.

Nogmaals: het onderwijs vind ik echt het einde! Elke dag heerlijk lesgeven en genieten van de leerlingen is iets wat ik het liefst dagelijks zou doen. Maar nu, zeker na drie jaar invallen, begint het bij me te knagen. Waarom heb ik nog geen vaste baan? Wetende dat er genoeg werk is voor een invaller (overal worden mensen ziek) blijf ik doorzetten.
Op elke school wordt de vraag gesteld of ik niet liever een vaste baan heb. Nogal wiedes, natuurlijk! Maar niet overal is deze te vinden. Sterker nog: het is dus bijna nergens te vinden.

Wanneer snappen de scholen, wanneer snapt Den Haag eens dat al die parttimers nu tegen hen werken? Natuurlijk, toen er een tekort was aan leerkrachten waren moeders welkom. Snel een verkort papiertje halen en voor de klas. Probleem opgelost.
Maar nu is er een overschot. En over drie tot zeven jaar weer een tekort… Geef mij een gelegenheid om bij jou extra ervaring op te doen en je hebt een vaste kracht voor de komende veertig jaar!

Win-win?!
(volgende keer meer over wat ik van plan ben te gaan doen)

(weg)Kijken bij het onderwijs


Vandaag de dag ben ik al bijna drie jaar leerkracht in het basisonderwijs. Drie jaren waarin ik talloze scholen van de binnenkant heb mogen bekijken, honderden collega’s heb leren kennen en meer dan duizend leerlingen in de klas heb gehad. Voor alle duidelijkheid, dit zijn geen verzonnen nummers, dit is de werkelijkheid!
Al drie jaar ben ik invaller. Dat doe ik tegen mijn zin, maar daarover later meer. In mijn prille loopbaan heb ik al meer dan vijftig scholen van binnen gezien (50 maal gemiddeld acht docenten is 400 collega’s) en daar heb ik veelal ook voor de klas gestaan.
Een groep acht was de groep waarmee alles begon in Veenendaal. Daarna kwamen Assen, Groningen, Haren, Hoogkerk, Leens, Hoogeveen, Drachten, Ureterp, Winschoten en volgende week ook Schildwolde. En dan heb ik nog maar een fractie gehad van de plaatsen van de scholen. In Groningen zitten al drie scholen waar ik heb lesgegeven, in Hoogeveen al zes.
Zoals ik vertelde begon het met een groep acht. Ik heb nu mijn werkterrein al verbreed naar ook groepen drie, weliswaar het liefst na de kerstvakantie, maar ook die groep komt met regelmaat langs. Een groep vier of vijf is leuk, maar mijn voorkeur blijft gaan naar de bovenbouw, een zesde-, zevende- of achtstegroep.

Als invaller, tegen mijn zin, ben ik ook al drie jaar lang op zoek naar vast werk. In het noorden, dat dan wel. Dat is mijn enige eis. Omdat dit niet zo snel te vinden is vanwege de krimp van de leerlingenaantallen, blijf ik invallen. Een dagje hier, een weekje daar of een paar maand op die school… het is het werk wat ik leuk vind, niet het constant veranderen.
Flexibiliteit is een eigenschap die ik mezelf heb moeten aanleren. Ik ben iemand die erg gestructureerd is, maar dat zijn niet alle collega’s. Op dit moment heb ik er genoeg aan om drie dingen van tevoren te weten: 1. Waar staat de school, 2. Welke groep heb ik, 3. Hoe laat begint de school (meestal ben ik er weliswaar rond tien voor acht, maar sommige scholen houden ervan om niet te vroeg op school te zijn) Flexibel genoeg, toch?

Tijdens mijn tijd op de pabo werd om de haverklap gezegd: ‘Als man voor de bovenbouw heb je vrijwel direct een vaste baan.’ Dat hadden ze helaas niet meer fout kunnen hebben.
Nu hoor ik wel steeds: ‘Als we konden zouden we je willen houden’, maar dat is voor mij slechts een pleister op de wond. Het slaat geen hout, het maakt niets uit. Natuurlijk is het vleiend, maar het helpt me niets.

Op dit moment oriënteer ik me weer op een studie. Ik wil wel weer studeren. En daarmee zal ik, helaas voor de onderwijswereld, mogelijk mijn rug keren naar die wereld. Een wereld die ikzelf geweldig vind, waar ik absoluut in zou willen blijven. Helaas gunt die wereld me dus geen plek. Liever drie parttimers voor één groep dan één fulltimer voor diezelfde groep. Zij hebben namelijk al een contract dat je niet zomaar kan ontbinden… (nonsens, het is balen voor hen, maar (directeuren!) je kan dus NU wel die mensen ontslaan. Ik ben beschikbaar!)

De hamvraag wordt, is en blijft: Past Martijn bij jullie in het team?
(volgende keer meer)

zondag 27 maart 2011

Voorbereiding voor 1 april


Eén april is weer in aantocht. De dag waarop alle grappen getolereerd worden en mensen genadeloos in de zeik genomen mogen worden. Iedereen met - en door het internet nu zelfs ook de mensen zonder - humor komen weer goed aan hun trekken doordat ze de hele dag mensen genadeloos mogen bestoken met de grappigste en domste grappen en grollen.
Als je mij kent weet je dat ik niet direct het type ben om grappen uit te halen. Tenminste, normaal gesproken niet. Toch ben ik wel in voor een geintje op de eerste april. Vaak zelfs wordt de leukste grap door mij beloond. Dat geef ik natuurlijk niet van tevoren aan want anders zou het een wedstrijd worden en dan slaan we de hele plank juist mis.
In plaats van het uitleggen waarom juist de eerste april wereldwijd wordt gezien als een dag van grappen, is het huist mijn bedoeling om eens enkele grappen naar voren te halen. Grappen die wereldwijd aandacht hebben gekregen, grappen die ikzelf uithaalde en natuurlijk de grappen die met mij werden uitgehaald.
Zodoende komen we tot een heel lijstje met leuke ideeën voor komende vrijdag. Kijk zelf maar wat je met deze lijst doet.

In 1950 al deden de Nederlandse journaals rechtsreeks verslag van het omvallen van de Toren van Pisa in Italië. Niet alleen kreeg de omroep honderden telefoontjes van mensen in Nederland, ook enkele Nederlandse toeristen belden de Wereldomroep om te laten weten dat ze er diezelfde middag nog bij hebben gestaan.
In Engeland werd in 1980 bekend gemaakt dat de fameuze Big Ben, de klokkentoren van het Engelse parlementshuis, niet langer een analoge klok, met wijzers dus, zou voeren. Ze zouden de klok weghalen en deze veranderen in een digitale klok. Een ware klachtenregen viel bij het Engelse parlement.
In het jaar 2005 bracht de NASA, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie, enkele foto’s naar buiten waarop goed te zien was dat er water op Mars te vinden was. Een dag later bleken deze foto’s echt te zijn, alleen ging het niet over de planeet Mars, maar over de chocoladereep Mars. Ze hadden daar een glas water over laten vallen.
Ook de zoekmachine Google werkt ijverig mee aan leuke 1 aprilgrappen. Zo maken ze elk jaar weer nieuwe nep-programma’s aan die de mensen moeten helpen met zoeken. In 2009 bood Google de kijkers van filmpjes aan om ze een ‘betere kijkervaring’ te laten beleven. Wat ze deden? Ze zetten het filmpje op de kop.

Zelf ben ik meer van het type kleine grapjes. Een hele makkelijke grap is het kopen van een universele afstandsbediening en daarmee ’s avonds door de straat te lopen en de zenders constant bij de mensen te veranderen. Makkelijk, simpel en doeltreffend.
Ook het voor- of achteruit zetten van klokken werkt goed. Dat vergt wel enige voorbereiding, want je wilt niet dat de mensen te vroeg in de gaten hebben dat de klok niet meer goed loopt. Natuurlijk moet je je niet laten betrappen terwijl je de klok verzet.

Bij mij op school was het ook altijd feest. Scheetkussens, bloedpillen… Maar het gekste gebeurde toen ik in groep zes zat. De directeur kwam ineens binnen. Hij vroeg of de meester eventjes tien gulden wilde verdienen. De meester zei nee, maar gaf de vraag wel door aan de klas. Een heleboel vingers vlogen de lucht in. Het enige wat je hoefde te doen, was het kapot laten slaan van drie eieren op je voorhoofd. Geen probleem natuurlijk, er waren in no-time twee kinderen die wel eventjes een tientje wilden verdienen. De meester en de directeur haalden alvast een tientje uit de portemonnee en lieten deze zien. Eén ei werk op het hoofd stukgeslagen, een tweede en toen… ja, geen derde natuurlijk. Kinderen boos en woedend, maar geen tientje, geen drie eieren.

Zelf ben ik een keertje met krukken wezen lopen op de eerste van april. De kinderen wilden allemaal het precieze weten, dus ik uitgelegd dat ik de dag ervoor een middag in het ziekenhuis heb gezeten omdat ik tijdens het voetballen mijn enkel had verdraaid. Halverwege de middag, toen alle leerlingen toch zo’n beetje zeker wisten dat ik niet nep deed, bleven beide krukken ‘per ongeluk’ ergens achter haken en viel ik op de grond. Iedereen schrok en de meesten stonden al naast me om me omhoog te helpen en de krukken aan te geven. De verbazing op hun gezichten was enorm leuk om te zien, alhoewel iedereen aangaf ‘ik wist het wel!’

Trouwens: op 1 april kan je ook mooi met je fiets door de school heen fietsen. Zeg gewoon dat het niet in de schoolregels staat. Let maar op, de meeste leerkrachten lachen zelf net zo hard mee.

Natuurlijk zijn er ook zoveel grappen die al miljarden keren zijn gemaakt en dus niet meer zo leuk zijn. Wat te denken van:
Zout in de koffie/ thee
Dierentuin opbellen voor meneer de Leeuw
Veters aan elkaar strikken


De leukste grappen zijn de grappen die je goed voorbereid hebt en natuurlijk die ook goed uitgevoerd worden. En let op: als de hele klas het al weet voordat je de grap uithaalt, kun je er vanuit gaan dat ook je leerkracht het al weet!

zondag 20 maart 2011

Weet je dat de lente komt


Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend. Na de zomer komt de herfst, de winter volgt daarna en de lente is daarna aan de beurt om weer opgevolgd te worden door de zomer. Sinds jaar en dag is dat hetzelfde, niets wat daaraan kan veranderen. Of toch?

In Nederland merken we wel iets van een verschil. De zomers beginnen later, de winter duurt langer… Het lijkt wel alsof de seizoenen een beetje opschuiven, alsof ze geen zin meer hebben om te beginnen op de vastgestelde tijden. Ze trekken zich niets aan van ons mensen, maar trekken juist een eigen plan.

Of dit waar is en of de klimaatverandering daar iets mee te maken heeft laat ik in het midden, maar belangrijk is het wel om te weten dat alles dus in beweging blijft. Niets staat stil in het universum. De aarde draait in een baan om de zon, de maan draait om de aarde… zonder bewegingen zou de aarde niets van tijd hebben, sterker nog, zonder beweging zou de aarde er niet eens zijn.
Alles hangt af van die bewegingen van de aarde. Dag en nacht, eb en vloed, seconden, minuten, uren, dagen, weken en jaren… door bewegingen wordt alles gestuurd.

Elk seizoen begint op een exacte datum. De lente bijvoorbeeld heeft een meteorologische en een astrologische startdatum. De eerste is op de eerste van maart terwijl de tweede pas morgen, 21 maart, valt. Sterker nog: er is een exacte astrologische starttijd van de lente bekend; 00:21 uur. Ongelofelijk dat ze dit kunnen berekenen.

Dit alles is natuurlijk zonder belang als we niet weten wat de lente doet. Wat het effect van de lente is op de natuur weten we. De bloemen starten met bloeien, pasgeboren lammetjes huppelen door de wei, de mensen worden veelal vrolijker…

Datzelfde geldt ook voor mij. Elke lente bloei ik ook weer op. De winter is voorbij en het zonnetje begint weer te schijnen. De dagen worden langer, de nachten weer korter en ook alle gedoe rond de winterse autorijdperikelen zijn voorbij. En daar kijken we allemaal naar uit, toch?

Voor mij betekent de lente weer een nieuw seizoen vol met leuke dingen. Meer zon betekent meer wandelingen door het bos, vaker er op uit en bovendien ook lekker met de laptop in de tuin, in het park of in het bos schrijven. Daar kijk ik nu al naar uit.

Om af te sluiten maar even het volgende. In de voorjaarsvakantie was het PVT in Assen - daarover heb ik al meerdere dingen geschreven - maar één ding wil ik jullie niet onthouden. Elke keer dat er gesproken werd over de lente, iets nieuws of gewoon als we een opkikker nodig hadden, werd er een liedje ingezet en denderde het hele redactiehok mee. We zongen, dansten en klapten elke keer vrolijk mee, soms tot verveling van de mensen die ‘op wacht’ stonden. Ook vele spelers keken verbaasd naar binnen toen ze de tonen van het lied uit de speakers hoorden komen. Dikke lol!

- Weet je dat de lente komt
- lente komt, lente komt
- Weet je dat de lente komt
- alles loopt weer uit!

zaterdag 19 februari 2011

De sollicitatie van je leven (2)


Dit is het tweede deel en tevens het laatste deel van een verhaal over de sollicitatie van je leven. Lees het eerste deel ook om te weten wat hier vooraf aan gegaan is.

---

Twee weken na de sollicitatie zouden we allemaal bericht krijgen over wat het vervolg zou zijn. Nachtenlang heb ik niet kunnen slapen vanwege de – voor mijn gevoel – gemiste kans. Honderden alternatieven zijn in mijn hoofd komen opdagen, maar waren allemaal te laat. Achteraf kun je zoveel meer zeggen of schrijven dan dat het nu het geval was. Maar het helpt allemaal niets.
Op de bewuste dag stond ik voor zessen al naast mijn bed. Ik kon niet meer slapen, gedachten spookten door mijn hoofd. Wat als ik het niet zou worden? Doemscenario’s bleven langskomen.

‘Dit is de kans van je leven,’ stond bovenaan de vacature. ‘Een niet te missen kans.’
Maar wat als je die kans wel mist? Wat als je de sollicitatie compleet fout hebt gedaan? Door het korte antwoord op de laatste vraag heb ik grondig mijn kansen de grond ingeboord.
Geen enkele gedachte spookte in mijn hoofd over het binnenhalen van de baan. Want waarom zou ik ook? De vraag was toch niet goed beantwoord.

Na het ontbijt zit ik lusteloos te wachten op de bank. Een boek ligt voor mij te wachten om gelezen te worden, maar kan mijn aandacht niet vasthouden. Evenzo ook de radio, die ik op een gegeven moment maar weer uit gedaan heb. Wachten is het ergste…

Plotseling gaat de telefoon. Mijn telefoon herkent het nummer niet, dus dit kan wel eens het telefoontje zijn. Mijn hart begint harder te kloppen en beverig pak ik de telefoon. Aarzelend pak ik op, de brok in mijn keel verslikkend.
‘Met Martijn,’ neem ik de telefoon op en hoor dan dat dit inderdaad het verwachte telefoontje is. Luisterend naar de stem schieten mijn ogen open van verbazing. Nadat ik stotterend antwoord geef wordt de verbinding verbroken.

Ongeloof straalt uit mijn ogen terwijl ik de telefoon neerleg. Ik ben door. Ik kan het niet geloven. Ik ben door! Ik mag verder naar de volgende sollicitatieronde. Alsof het hemeldek open gaat en het zonnetje zich laat zien. Met gebalde vuist spring ik op.

Enkele dagen later ga ik weer naar hetzelfde gebouwencomplex. De hele dag zal ik testen moeten doen. Psychologische, fysieke en ook intelligentietesten zullen voorbij komen. En – alsof dat nog niet genoeg is – als klap op de vuurpijl krijg ik aan het einde van de dag nog een gesprek. Ik laat het maar over me heenkomen, niet wetend wat ik verwachten kan.

Test na test onderga ik, op weg naar de positie van mijn leven. Een baan voor het leven, een niet te missen kans. Geduldig wacht ik op mijn beurt in de rij.

---

Wacht eens even. De kans van je leven, de niet te missen kans. Weten jullie allemaal wel wat dat is? Denk je echt dat je een compleet sollicitatieproces moet ondergaan om die functie te krijgen? Dacht je dat Hij dat allemaal wil?

Als jij JA zegt tegen Hem, neemt Hij je al aan! Hij zegt dan ook JA tegen jou. Zelfs al voordat jij geboren was, kende God je naam al. Hij wil juist dat je bij Hem komt. Daar komt geen sollicitatie aan te pas. Je bent welkom. Welkom bij de baan, bij de functie, van je leven.

Allerlei mensen begroeten je.
Ik ben er één van. Ook al heb ik soms twijfels, stel ik kritische vragen, toch weet ik dat Hij er voor mij is. Ik ben niet een heilig boontje, ook ik doe dingen verkeerd. Wetend dat God genade geeft, geeft me houvast.

Werk jij mee? Hoor jij ook bij het instituut van God?
Ja? Dan heet ik je welkom. Ik ben Martijn. Wie ben jij?

zaterdag 12 februari 2011

De sollicitatie van je leven (1)


Daar zit je dan. In je beste kleren zit je te wachten totdat jij aan de beurt bent. In de wachtkamer hangt een gespannen sfeer, iedereen lijkt in gedachten verzonken. Nerveus glimlach je als iemand jouw kant opkijkt terwijl je probeert er zo ontspannen mogelijk uit te zien.

Dan gaat de deur open. Een grote, statige man komt uit de deur en houd een klembord vast. Hij kijkt met een priemende blik rond en lijkt van iedereen het binnenste te bekijken. Hij kijkt nogmaals op zijn klembord en dan roept hij de namen van de volgende sollicitanten. Ook mijn naam wordt geroepen.
Terwijl ik opsta probeer ik nog even de kreukels uit mijn broek glad te strijken en voel of mijn stropdas nog recht hangt. Meer mensen kijken gespannen uit naar wat er nu komt. Niemand weet het precies. Vijfentwintig mensen worden geroepen. Oud en jong, mannen en vrouwen. Wie zal de gelukkige worden?

Binnen staan 25 tafels en stoelen klaar. Op elke tafel ligt een pen en een vel papier. Iedereen wordt naar zijn of haar plek gewezen en gaat zitten, niet wetend wat er van ons verwacht wordt. Terwijl ik ga zitten zie ik voor aan in de zaal een tafel staan. Daarachter zit slechts één persoon met een klok.
Als ik rond kijk zie ik wel nog meer andere personen staan. Het doet me denken aan mijn eindexamen, waarbij ook meerdere surveillanten rondliepen en keken of we niet bij anderen afkeken. Sterker nog, de opstelling van de tafels was ook precies hetzelfde.

‘Jullie hebben allemaal vijfenveertig minuten om de vragenlijst in te vullen.’ Drie personen lopen langs de tafels en leggen overal een vragenlijst in. Terwijl ik de bladzijde bekijk hoor ik de man zeggen dat iedereen mag beginnen. Hij zet de klok op drie kwartier en opeens hoor ik klikkende geluiden van allerlei pennen. Ik doe hetzelfde.

De voorkant van de vragenlijst is nog makkelijk. Wie ben je, waar woon je, wat is je hoogst genoten opleiding en nog meer van dat soort vragen. Ik vul de vragen in en daarna sla ik het blad om. Nog geen zeven minuten zijn voorbij.

Ik begin vertrouwen te krijgen als ik om mij heen kijk. Ik ben één van de weinigen die al op het tweede blad zijn.
De achterkant bevat slechts één vraag. Hij prijkt bovenaan de bladzijde en daaronder is genoeg ruimte om te schrijven. ‘Wat kan jij ons bieden?’, staat er, met daaronder de opmerking ‘en waarom zouden we jou nodig hebben?’

Honderd en één redenen schieten door mijn hoofd. Mijn eerste is een wedervraag - wat hebben jullie nodig - en op basis van die vraag antwoord ik. Ik noem kwaliteiten en eigenschappen van mijzelf waarmee ik probeer te bewijzen dat ze me ook echt nodig hebben.

Daarna streep ik alles weer door. Ik weet dat je origineel moet zijn bij sollicitaties, je moet opvallen door je antwoorden. Als iedereen hetzelfde antwoordt val je sowieso buiten de boot. Uniek… mijn gedachten dwalen af om maar anders te zijn dan alle anderen.

Opeens klinkt de stem weer. ‘Nog drie minuten!’ klinkt het bars door de zaal. Ik schrik op. Is er al zoveel tijd voorbij gegaan? Om mij heen kijkend zie ik dat meerdere anderen de pen alweer neergelegd hebben. Ze zijn klaar. Het zweet breekt uit en ik begin moeilijk te slikken.
Die vraag is moeilijk.

De drie minuten schieten om. Een zoemer gaat, de overige kandidaten staan op. De één na de ander loopt de zaal uit, maar ik blijf zitten. Ik kijk nog eens goed naar mijn blad, er staat nog steeds niets.
Snel schrijf ik iets op. Het maakt niet uit was, zolang er maar wat staat. Snel leg ook ik mijn pen neer en zie twee surveillanten bij mijn tafel wachten, hoofdschuddend kijken ze naar mij. Vragend kijk ik ze aan, hopend dat ze mijn blad nog meenemen.
Zuchtend pakt één persoon mijn blad aan. Opgelucht haal ook ik adem en loop ook de zaal uit.


Wordt vervolgt.

zaterdag 22 januari 2011

Zullen we samen wachten?


Blind staar ik in de verte, mijn gedachten geheel afwezig. Niets kan mij op het moment op zijn plaats houden, in gedachten ben ik al lang gevlogen. Stilstaan is moeilijk, rusteloos volg ik mijn voeten op de weg die zij alleen schijnen te weten. Met gesloten ogen en oren laat ik mij leiden op de weg.

Als ik eenmaal opkijk merk ik dat ik in een rij sta, de mensen dicht opeen om niet teveel kou te lijden. Voor en achter me staan duizenden, zo niet miljoenen mensen. De zon begint te schijnen, wolken herpakken zich.
Gezichten van mensen die ik niet ken staren naar de verte. Mijn ogen volgen hun blik en ook ik kijk naar iets waarvan ik niet weet wat het is.

Hoe noem je iets als je de naam niet weet? Hoe kan je iets beschrijven als je zelf geen beschrijving kan geven? Woorden schieten te kort, gedachten staan stil, de adem stokt in mijn keel. Doodstil kijk ik naar het onbeschrijfbare. Als ik mijn blik afwend van het schouwspel kijk ik opzij naar de anderen die, net als ik even daarvoor, ademloos kijken.

Mijn gedachten gaan uit naar hen die vooraan staan. Geboeid kijk ik ook naar hen. Ik zou ze willen helpen, waarschuwen op z’n minst. Ze staan maar, zonder te weten wat er gebeurd. Of zouden ze het wel weten? Sta ik wel veilig, weet ik wel wat er zich afspeelt? Kan ik het wel bevatten? Of eigenlijk: Durf ik het wel te bevatten?

Beter kijkend naar de mensen om mij heen beginnen me dingen op te vallen. Sommigen dragen armbandjes met daarop vier letters. Anderen dragen kettinkjes met een kruis, een ster of een combinatie van beide. Enkele mannen dragen een plat hoofddeksel, één die je wel eens in een synagoge tegenkomt. Sommigen dragen boeken, groot of klein. Sommigen dragen zwarte kleren, andere juist wit. Iedereen is anders.

Dan openen de wolken.

Iedereen doet iets anders. De één valt op zijn knieën en begint te bidden. De ander steekt zijn handen op en breekt uit in gezang. Een derde vouwt de handen, weer een ander valt stil. Sommigen rennen er naar toe, terwijl anderen juist een kruisje slaan. Gejuich, gedans en gezang is overal om me heen. En stilte. Oorverdovende stilte.
Iedereen die ik zie lijkt geheel verschillend. Niemand is hetzelfde. Blanken en gekleurden, mannen en vrouwen, oude en jonge mensen… Allemaal met diezelfde glinstering in hun ogen.

Dan beginnen mijn hersenen weer te werken. Mijn verstand begint terug te komen. Wij zijn hier allemaal om maar één ding. Een gebeurtenis die niet alleen voor mij belangrijk is, maar ook voor de anderen een enorme impact heeft.  Nu zie ik het duidelijk. We wachten allemaal op de Ene!

Waarom zijn we allemaal anders? Waarom zitten we allemaal op andere plaatsen terwijl we allemaal wachten op hetzelfde? Zou het niet mooier zijn als we met z’n allen samen kunnen wachten? Jij en ik, ook al zijn we zo verschillend. We wachten toch beide op de Terugkomst van Hem, die onze Redder is?

Laten we de kerkmuren, die ons bij elkaar vandaan houden, weghalen. Laten we samen uitkijken naar Hem, die ons bindt.

Ik zet mijn verschillen met jou opzij. Ik reik jou mijn hand. Pak jij deze aan? Zullen we, hoe anders wij ook zijn, samen wachten op Hem die komen gaat?

donderdag 23 december 2010

Geef jij het Licht ook door?


Het is de dag voor kerst en dat kun je overal zien. Gezellige drukte in de winkelstraten, kerstliedjes op de radio en flikkerende lichtjes overal. Dat staat niet alleen erg leuk, het is ook nog eens erg gezellig. Overal waar je kijkt zie je lachende gezichten - alhoewel het weer niet helemaal meewerkt - en merk je dat de mensen elkaar helpen.

De weersverwachtingen zijn nog altijd sneeuw, vrieskou en ijzel dus kunnen we ons ook gaan opmaken op een witte kerst. Iets wat toch best apart is, ware het niet dat dit afgelopen kerst ook al het geval was.

Kerst is ook het aangewezen tijdstip om met mensen gezellig om de tafel te gaan zitten, uitgebreid te dineren en elkaar leuke verhalen te vertellen. Dingen die je het afgelopen jaar hebt meegemaakt, dingen die je dwarszitten… Een uitgelezen kans om het jaar mooi af te sluiten.
Vandaar ook dat kerstprogramma’s - ze schieten nu als paddenstoelen uit de grond - het goed doen. Mensen willen graag in deze tijd van het jaar dichter bij elkaar komen. En soms hebben ze daar even hulp bij nodig.

Deze kerst wil ik jullie ook iets vertellen. Iets wat ik een week geleden op school heb gedaan. Iets moois, wat nog mooiere acties tot het gevolg kan hebben. Iets wat een kettingreactie op gang kan brengen.
En dat wil ik ook met jullie delen. Misschien dat deze actie ook bij jullie tegenreacties oproept. Dat ook hier het balletje gaat rollen.

Lees maar.

Tijdens het kerstdiner op school haalde ik vier verschillende kaarsjes uit mijn tas. Ik stak de ene aan en zette het op mijn tafel terwijl ik uit Johannes 1 begon te lezen:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10 Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11 Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12 Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13 Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.
14 Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. 15 Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’ 16 Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. 17 De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

De leerlingen keken me aan en ik begon te vertellen: ‘God is als dit lichtje hier,’ ik wees op het brandende kaarsje,’ Hij is als het Licht van de wereld, een stralende Morgenster. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf ook God is, leert ons over Hem.’ (vers 18)
‘Jezus laat ons dus iets van het Licht van God zien. Jezus is dus ook,’ ik pakte een kaarsje en stak deze aan, ‘datzelfde licht. Twee dezelfde lichtjes, van dezelfde God. Het vuur wordt er niet anders van. Jij en ik kennen Jezus en Zijn Vader. We hebben uit de Bijbel gelezen en we hebben het de afgelopen weken steeds over Hem gehad, over Zijn geboorte.’
‘God zelf heeft anderen dit licht gegeven om het op te schrijven.’ Een derde kaars ging aan. ‘Dus dit lichtje is ook precies hetzelfde als Gods lichtje. Het licht van God en van Jezus is dus ook in de schrijvers van de Bijbel gevaren. Maar dat niet alleen, nee,’ ik stak ook de laatste kaars aan, ’wij ook! Wij ook hebben datzelfde licht gekregen. Wij lezen ook uit diezelfde Bijbel.’
‘We snappen misschien niet altijd alles, maar God zelf, en Jezus met Hem, wil ons verlichten met zijn Woord. Wij mogen dus ook een lichtje voor God zijn. Sterker nog: Dit lichtje,’ Ik wees op de vierde kaars,’ deze kaars zijn wij! Jij en ik!’
‘Zie je dat? Is het licht van deze vierde kaars anders dan het licht van de eerste kaars? Nee hè? Het is precies hetzelfde! Wij hebben datzelfde licht, hetzelfde geloof!’
Uit mijn tas haalde ik toen 24 waxinelichtjes. Eén voor iedere leerling. Allemaal mochten ze dat ene licht ook zijn. Allemaal stak ik de kaarsjes aan, één voor één. Iedereen kreeg een op de tafel te liggen.
‘Wij, allemaal, hebben het Licht van God en Jezus in en bij ons. Wij zijn bijzonder. Maar weten jullie ook wat lichtjes doen?’ Uit de klas kwam het goede antwoord. ‘Ze geven licht!’
‘Ja,’ zei ik, ‘ze geven inderdaad licht! En weet je: wij mogen ook lichtjes zijn. En dus ook licht geven voor anderen, net zoals Jezus heeft gedaan. Het licht doorgeven.’
Eén leerling kwam al met een goed idee. ‘Als we dit lichtje nu thuis aansteken, geven we het licht ook door! Aan onze ouders!’ Ik knikte goedkeurend. ‘En aan mijn opa en oma!’ zei een ander. Daarna was het hek van de dam. Ieder familielid kwam langs en ook aan hen werd het licht doorgegeven.

Aan het einde van de dag gaf ik iedereen nog eens twee waxinelichtjes. ‘Om het licht extra goed door te geven,’ zei ik.

 

Bij dezen geef ik jou ook twee digitale waxinelichtjes. Ook jij mag het licht doorgeven. En dus ook waar het licht voor staat. Gods Woord, de Bijbel.




Fijne kerstdagen!

woensdag 1 december 2010

Verveel je je?

Jij verveelt je dus? Nu niet meer. Streep deze lijst maar af!

°Wachten tot je een ons weegt en dan dikke mensen uitlachen
°Lieveheersbeestjes boosaardig maken.
°Een trui van spagetti breien.
°Jeu de boules spelen op een mijnenveld.
°Naar bouwvakkers fluiten.
°Alle nullen in het telefoonboek onderstrepen.
°Je goudvis verdrinken.
°Osama Bin Laden zoeken.
°Op miereneter jacht gaan.
°Paardenbloemen blowen.
°Poedersuiker snuiven.
°Een kunstwerk maken van de inhoud van je navel.
°Met je tenen wiebelen.
°Een nieuwe kleur mengen.
°Surfen op de plaatselijke vijver
°Je haar knippen met een kartelschaar.
°Ondersteboven leren lezen.
°Glimlachten tot je kaak verkrampt.
°Het Zimbabwaanse volklied leren zingen.
°Om je zelf heen rennen.
°Deze hele lijst lezen.
°Het uitmaken met iemand die je niet kent.
°Uit de maat dansen.
°Je okselhaar laten groeien en er dreadlocks inlaten zetten.
°Het wilhemus gorgelen.
°De elfstedentocht rijden op je slee.
°Zoveel mogelijk oliebollen tegelijk in je mond stoppen.
°Je kat leren blaffen.
°Snorkelen in je eigen bad.
°Zoveel spekjes eten tot je roze ziet.
°Japanners fotograveren
°Een winterslaap houden
°Je zelf een achterhoeks dialect aan leren
°Slim worden
°Je schor schreeuwen
°Beroemd worden.
°Je papagaai de toespraak van Martin Luther King leren.
°Je gebroken hart met ducktape plakken.
°Cake vlaggetjes in je oren stoppen.
°Een ei uitbroeden.
°Je kat achtervolgen
°Zonnebaden onder je bureaulamp

(dit als tussenweg: ik heb geen tijd om een blog te schrijven deze week)

woensdag 17 november 2010

De Regenboog (2) Geel

In mijn afgelopen blog ben ik begonnen een kleur te gebruiken. Onder de noemer ‘de regenboog’ kan dat ook. Allerlei passages uit mijn leven zullen de revue passeren.

Vandaag deel 2: ‘Geel’.

---

Als invaller ben ik veel op de weg. ’s Ochtends vroeg zit ik rond zevenen al in de auto om ’s middags tegen vieren weer terug te rijden. Daar heb ik echter geen enkel probleem mee, mocht je dat afvragen.
Ook vind ik het helemaal niet erg om een klas binnen te gaan, mezelf voor te stellen en de hele dag precies te doen wat er op een lijstje staat - wat de echte juf of meester geschreven heeft.
Natuurlijk is het tijdstip van vertrek een puntje van zorg, maar daar doe ik niets aan en kan ik niet veranderen. Datzelfde geldt ook voor het weer. Ruiten krabben, verwarmingen… allemaal zaken die nu eenmaal zo zijn. Dat neem ik voor lief.

Maar, er zijn zaken die wel veranderd kunnen worden. Zaken die ik niet zomaar voor lief hoef te nemen, waar ik me wel aan kan ergeren. En ik ben niet de enige, dat weet ik zeker.

Op het moment van schrijven ligt bijna heel Assen open. Er wordt gewerkt aan de weg. En iedereen die ik daarover spreek, van buiten Assen, die heeft geen flauw idee dat het zo is. En als ze hier moeten zijn, is het al te laat. Pech. 
Om mijn woonplaats in te komen heb je al een goede kennis nodig van de wegen, zeker omdat Tomtom ook nog eens je de verkeerde kant wijstwijst. Domme Tom…

Maar niet alleen in Assen is het allemaal zo mooi, ook er buiten is veel werk aan de winkel. ‘Volg borden voor …’ is het standaardadvies van de Rijkswaterstaat. De site ‘Van A naar Beter’, die RWS heeft opgezet enkele jaren geleden, loopt ook al lichtelijk achter. Of eigenlijk moet ik het anders zeggen. Ze zijn lichtelijk achterlijk. Alles ten zuiden van Zwolle staat enigszins aangegeven, terwijl alles erboven maar giswerk is. Misschien?

Als ik me ergens aan erger zijn het ongeplande werkzaamheden. Jeweetwel, van die werkzaamheden die spontaan op komen zetten. Dat wil ik dan ook wel doen. Gewoon ’s ochtends vroeg, als je wakker wordt, ergens een bord neerzetten zonder ook maar enig alternatief te bieden.
Zo staat er nu, dicht bij mijn huis, een stoplicht midden op straat. Een kleine vijftig meter verderop staat er nog één, die min of meer aan elkaar gelinkt zijn. Ik zeg min of meer, want ze hebben de neiging om tegelijkertijd op groen te staan. Of ze laten het gewoonweg aan één zijde afweten.
Sta je daar, wacht je netjes op groen en als het dan eenmaal zo ver is komen er auto’s tegemoet. Niet slim dus.

Daarom heb ik de kleur geel bij dezen gekoppeld aan wegwerkzaamheden. Geen zon, want die schijnt helaas te weinig dezer dagen. Ook geen trein, want ik rij toch met m’n auto. Ook geen kuikentjes meer, want die som heb ik nu al op drie verschillende scholen mogen uitleggen, en dat verveelt enigszins…


Waar denk jij aan bij de kleur geel?

woensdag 3 november 2010

De wereld als een regenboog (1)

De komende weken wil ik mijn blogs eens een kleur geven. Onder de noemer ‘de regenboog’ kan dat ook. Allerlei passages uit mijn leven zullen de revue passeren.
Vandaag deel 1: ‘Groen’.

---

Ze zeggen dat de lente vol zit met kleuren, maar laten we eerlijk zijn: de herfst kan er ook wat van. Overal waar je kijkt zie je wel weer andere kleuren, tenminste, als je buiten bent. En dan niet alleen in de binnenstad waar de felle kleuren van de neonborden jouw kant op flitsen. Of waar de jassen van alle mensen om je heen vragen om aandacht. Nee, dat niet.

Ik bedoel meer in de natuur. De bladeren van de bomen liggen ofwel op de grond ofwel hangen ze nog aan de bomen, maar de kleuren variëren toch op veel meer vlakken. Is het ene blaadje knalrood, blijkt een ander blad nog gewoon groen te zijn. De dennennaalden springen er ook nog eens tussenuit, evenals de gevallen eikendopjes, tamme kastanjes, beukennootjes en dennenappels.

Op het moment van schrijven zit ik met mijn laptop in het bos. Dat kan want het is droog en ik zit, onder een enorme eik, redelijk beschut tegen de woekerende wind. Af en toe zie ik iemand langslopen. Vaak met een hond, soms alleen maar ook soms met z’n tweeën. En allemaal doen ze exact hetzelfde. Ze kijken me aan en in hun ogen lees je hun blik: Wat doe jij hier met je laptop?

Alle herfstige kleuren doen me denken aan enkele lessen die ik de vorige jaren omstreeks dit moment gegeven heb. Tekenlessen, natuurlessen en zelfs enkele crealessen zijn over de herfst gegaan. En waarom ook niet? De herfst bevat alle kleuren die je nodig hebt om ergens een succes van te maken.

Ze zeggen dat de herfst mensen meer depressief maakt. De dagen worden korter, het wordt steeds kouder en de neerslag lijkt ook niet te stoppen. Mist, regen, hagel en uiteindelijk zelfs sneeuw… het werkt niet mee om echt vrolijk te blijven. Die mensen snap ik, maar begrijp ik niet. (tja, da’s een logica die daar achter zit)

Het mooie is dat je de schoolvakken die ik, zoals eerder gezegd, gaf vaak kon inleiden met mooie filosofische stukken. Niet alleen de vraag ‘waarom heet groen groen?’ is interessant, maar ook de gedachten van de leerlingen zijn bijzonder.
Probeer zelf die vraag maar eens te beantwoorden. En kom niet met antwoorden als: ‘als groen blauw heette, hoe heet blauw dan?’ of ‘omdat alles anders in de war raakt’.

Regelmatig filosofeer ik wat met mijn leerlingen. Ze weten dus welke antwoorden ik wil, en welke niet. De één startte simpel met het verklaren van groen alsof hij wilde uitleggen hoe een puntenslijper werkt. Chronologisch en gestructureerd. Een ander begon bij het begin, bij Adam. Maar de mooiste verklaring kwam van een zevenjarige leerling. Met glinsterende ogen vertelde ze dat zij, toen ze vier was, met haar opa het bos in ging en dat haar opa haar steeds zei wat voor boom het was. En zij mocht vertellen welke kleur de blaadjes hadden. En steeds maar weer waren de blaadjes groen. En steeds zei haar opa: ‘Ja! Mooi groen zijn ze, hè?’

Nu snap je de verklaring van haar misschien niet helemaal, of helemaal niet. Misschien moet ik er bij zeggen dat enkele weken later haar opa stierf. Dat ze daar een hele tijd mee heeft gezeten. Dat het haar flink geraakt heeft, zoals alle sterfgevallen doen bij mensen.

Toentertijd, ik was op stage bij haar in de groep, heb ik in een kleine kring haar eens gevraagd wat het laatste was wat ze van hem herinnerde. En de dag erna gaf ik een tekenles met deze filosofische vraag aan het begin.
Ze vertelde haar verhaal en die glinstering in haar ogen werd al gauw een traan. Die traan werd al gauw een bui. Toen ze uitgepraat was, nam de juf haar even apart. Toen ze terug kwam lachte ze en ging ze ook aan het werk.

Ik sprak de juf aan het einde van de dag en vroeg haar naar dit moment. Ze zei niets meer dan dat groen vanaf dit moment haar lievelingskleur was.
Sindsdien kleurde ze heel veel met groen. Haar tekening was ook één van de mooisten. Allerlei groentinten wisselden elkaar af.

Net als tijdens de herfst in het bos. Groen op groen. Mooi dat het is! Voor iedereen die nog niet naar het bos is geweest in de herfst: GA.

Groen als bladeren.

woensdag 20 oktober 2010

Om succes te hebben, moet je falen

Vandaag wil ik eens beginnen met een vraag. Dat is iets wat ik niet vaak doe, maar op deze manier wil ik jullie ook eens - figuurlijk dan - wakker schudden.

Wat betekent het als je niet faalt?

De meeste mensen antwoorden wanneer ze deze vraag voorgeschoteld krijgen, met het volgende antwoord: ‘Niet falen betekent succes hebben.’

Succes. Dus als je dat goed begrijpt lijkt het wel alsof falen en succes antoniemen zijn geworden, tegengestelde dingen die hoe dan ook niet hetzelfde kunnen zijn. Twee aparte begrippen, met een kleine link doordat ze elkaars uitersten zijn.
Dit is absoluut niet het geval. Het is namelijk zo dat de twee woorden op dezelfde weg staan. Ze hebben meer met elkaar gemeen dan je zou denken.
Ook al lijkt het dat falen en succes echt de tegenpolen van elkaar zijn, ik wil eens een andere zienswijze hieraan toevoegen. Out of the box, denk maar eens mee.

Het tegengestelde van niet falen is, gek genoeg, falen. Het lijkt belachelijk, het klinkt absurd dat als je dus niet faalt, dat je faalt. Maar lees maar door, ik zal dit proberen uit te leggen.

Ons leven kun je zien als een trip. Niet zo eentje waar je ‘speciale medicijnen’ voor moet hebben, alhoewel dat wel kan, maar een gewone tocht. Een lange reis waar we dingen leren door te doen en door risico’s te nemen. We proberen de beste persoon te zijn die we kunnen zijn. Maar elke keer dat we stoppen met het nemen van risico’s en weglopen bij mogelijke faal- en baalmomenten, stoppen we met groeien en missen we de dingen die ‘zouden kunnen zijn’. We houden, door weg te blijven van missers, onze persoonlijke groei tegen.

De enige manier voor jou en mij om te komen waar we willen komen, waar we willen zijn en wat we willen bereiken is door te falen. Door dingen verkeerd te doen, te mislukken en fouten te maken. Door het falen kunnen we leren van die fouten die we gemaakt hebben.
Je zou dus kunnen zeggen dat elke keer dat je faalt, je een stap dichter bij het succes bent gekomen. Zonder falen is er geen succes.

Ik zeg dat om je te troosten. Je hoeft niet angstig te zijn om te falen. Integendeel, als je op een plek bent waar je al een tijdje niet gefaald hebt en jezelf niet in zo’n situatie geplaatst hebt, zou je dat eens moeten doen. Haal jezelf uit de veilige zone en probeer wat nieuws.
We moeten leren dat falen net zo goed deel van ons leven is als, laat ik een voorbeeld geven, het sterven of belastingen betalen; Het zal nooit verdwijnen en, nog belangrijker dan de dood of de belastingen, we kunnen een heleboel leren - en dus groeien in het leven - als we leren wat falen is.

Om succes te hebben, zal je moeten falen. Omhels dit idee en leer om blij te zijn de volgende keer dat je faalt. Geniet van je fouten.

---

Tja. Dit zeg ik dan. Het klinkt allemaal zo mooi. Geniet van je fouten. Wees niet bang om iets fout te doen. Iedereen die me kent die zal nu denken, zeggen of zelfs van de daken schreeuwen dat dit niet bij mij past. Het hoort niet bij mij.
En gelijk hebben ze. Ik mocht willen dat ik blij kon zijn met fouten die ik maak. Het is echter het tegengestelde. Ik word boos, onrustig en soms lichtelijk depressief door fouten.
Maar, lichtpuntje in de duisternis, er is één ding wat ik geleerd heb door mijn fouten: Ik kom er altijd sterker uit.
Ook al duurt het een tijdje. I’m back! 

woensdag 6 oktober 2010

Een neurotisch pluisje

Elk jaar gebeurt het me een paar keer, vooral in de herfst. Ik krijg last van een enkel pluisje op de grond van de kamer. Dat ene pluisje dat er - laten we heel eerlijk zijn - waarschijnlijk al enkele weken ligt, irriteert me mateloos. Het ligt daar maar niets te doen en het is gewoon een stoorzender. Mijn ogen worden automatisch er naar toe getrokken, alsof het een magneet is.

In het begin ontken ik het bestaan ervan, ik laat het liggen en doet net alsof het er niet is. Elke ochtend voor werktijd loop ik erlangs, mijn ogen gewoon de andere kant op. Soms lukt dat. Meestal wind ik me nog meer op over het feit dat het daar ligt. ’s Avonds precies hetzelfde.

Ik kan er ook niets aan doen! Ik heb het daar niet geplant. Iemand anders zal het daar wel hebben neergelegd, ik niet. Het is niet van mij, dus laat ik het liggen. ’t Zal wel door m’n broertje achteloos zijn weggegooid, niet wetend dat hij er anderen mee zal irriteren. Maar dat gebeurt dus wel.

Zo ging het twee weken. Twee hele weken heb ik het ‘zijn’ van het pluisje door de vingers gezien. Gedaan alsof het niets was, alsof het niet bestond. Totdat ik zag dat het pluisje een paar vriendjes op bezoek had. Het was er nu niet één meer, nee, het waren er al vier!
Vier hele pluisjes! Ik heb ze geteld!

Mijn vuisten vormen zich tot ballen en ik voel de woede mijn lichaam overnemen. Door mijn hoofd schieten talloze maatregelen, de één nog rigoureuzer dan de ander. De meeste bevatten op z’n minst een ‘Deze actie is niet geschikt voor kinderen onder de twaalf jaar’-stempel. En die van geweld. En - alhoewel ik dit nooit zal toelaten - ook één van grof taalgebruik. En mogelijk het discriminatie-stempel ook. Want hij is klein, en ik ben enorm. En met mijn woede tel ik voor twee.

Eén van de aders op mijn voorhoofd voel ik gewoon kloppen. Klop-klop, klop-klop…Mijn adem gaat vooral door mijn neus, mijn lippen zijn op elkaar geklemd en vormen één lijn. ‘No more mister Nice-guy’, vanaf nu is het afgelopen. Geen gezeur, ze gaan eraan! Hou de brandblussers maar gereed, schrik niet van al het lawaai en - bovenal - bel geen 112.

Opeens gaat de deur open. Een gemompeld ‘hoi’ verslapt mijn furie tijdelijk. Mijn broertje wandelt binnen. Hij heeft net gevoetbald en gooit zijn sporttas op de grond. Precies op de plek waar de pluisjes zaten! Magnifiek! In één keer heeft hij het probleem verduisterd! Mijn woede daalt, mijn ademhaling gaat weer rustiger en mijn vuisten beginnen weer op handen te lijken. Eindelijk. Probleem opgelost. Toch?

Dat dacht ik. Totdat mijn broertje de tas weer weghaalde en er nu geen vier, maar vijf pluisjes lagen. Vijf! Vijf van die verschrikkelijk irritante pluisjes. Niet één, niet twee, ook geen drie of vier, maar vijf! VIJF!
Op een zo vriendelijk mogelijke toon - lees: snauwend en bits - vraag ik hem om de pluisjes even op te ruimen. Hij kijkt me aan, kijkt naar de pluisjes, kijkt me weer aan en zegt dan: ‘Oké.’
Diep van binnen zucht ik van opluchting. Eindelijk, het probleem is opgelost.

Hij lijkt te gaan bukken maar besluit op het laatste moment iets anders te doen. Hij schopt de pluisjes weg. ‘Zo,’ zegt hij, ‘nu liggen ze daar niet meer. Ik ben boven!’
Hij heeft gelijk. De pluisjes liggen niet meer op de plek. Nu liggen er vijf pluisjes op vijf verschillende plekken, overal verspreid door de kamer. Ik kan weer van voor af aan gaan beginnen.

---

Op dit moment gaat - of is al gegaan - er een gedachte door je hoofd die zegt, roept of zelfs schreeuwt: ‘Martijn, ruim dat ding gewoon op. Dan ben je klaar! Dan erger je je niet meer aan een pluisje.’ Of misschien zelfs wel de gedachte: ‘Doe niet zo moeilijk. Je druk maken over pluisjes? Je bent gek!’
En als klap op de vuurpijl hoor ik: ‘Wow Martijn, heb jij OCD?’ (met als stille achtervolger: ‘ik ook.’)

Die vragen van jullie zal ik straks wel beantwoorden. Ook als je andere vragen hebt, reageer gewoon en ik beantwoord. Maar laat me nu gewoon even het verhaal afmaken. Oké?

---

Op dat moment - jeweetwel, toen de pluisjes zich verspreid hadden - kon ik twee dingen doen. Heel erg boos worden, mijn broertje compleet martelen en het uitschreeuwen van woede of rustig blijven.
Ik koos voor het laatste. Ik bleef rustig, zong voor mezelf het liedje wat Bassie altijd zong in dit soort situaties en sloot mijn ogen. Toen ik, drie minuten later, gekalmeerd was, had ik genoeg durf en energie opgedaan om op te staan, de pluisjes te laten liggen en de deur open te zetten. Frisse lucht doet toch wat met je.

Het kalmeert en de koelte verfrist je ook. Het geeft je nieuwe kracht om na te denken, dingen vanuit andere perspectieven te bekijken en dus ook tot andere oplossingen te komen. Vaak, als ik in een impasse zit, ga ik even een stukje lopen. Het liefst in het bos, maar soms ook gewoon een blokje om. De lucht helpt me alles te ordenen en te overzien. Probeer het zelf maar eens. En mocht het niet lukken, loop dan eens een stukje met mij mee. Problemen hebben een neiging om zichzelf (een beetje) uit de knoop te helpen als je ze hardop uitspreekt. En twee weten meer dan één.

Toen ik dus buiten stond kreeg ik in een ingeving. Ik liet de deur wagenwijd openstaan en liep naar binnen, bukte bij alle pluisjes en pakte ze op. Voorzichtig - want anders waaien ze alsnog uit mijn hand - liep ik naar de container en gooide ze daar in weg. Opgeruimd staat netjes, dacht ik. Maar toen zag ik het.

Door de lucht zweefden allerlei kleine witte pluisjes, afkomstig van een hoge boom. En aangezien hoge bomen veel wind vangen, vlogen de pluisjes alle kanten op. Waaronder naar huis, waar de deur open stond en als een mond de pluisjes naar binnen probeerde te lokken. Ik sloot mijn ogen, haalde diep adem en liep naar binnen.
De pas gevallen pluisjes pak ik ook op en gooi ik in de vuilniszak. Opgeruimd staat netjes.

Je kan, ook al voel je je zo machteloos, altijd iets doen. Begin simpel. Stap voor stap. Zelfs de grootste problemen kunnen worden aangepakt. Vecht er niet tegen, accepteer en omhels het. En begin dan met opruimen. Boos worden helpt toch niet.