woensdag 30 juni 2010

Een schot op doel

Ik ben…


Ik ben een deel van een gemeenschap die er al eeuwig is en er altijd zal zijn. In het verleden, het heden en de toekomst bestaat deze groep mensen al.

Ik heb macht van de Heilige Geest gekregen. Alles wat ik doe, doe ik door Hem.

Ik ben over een lijn gestapt, de knoop heb ik doorgehakt, de beslissing heb ik gemaakt.

Ik ben een leerling van Hem.

Op mijn pad zal ik niet meer achteruit kijken of lopen, vertragen of stil staan. Mijn weg gaat vooruit, naar Hem toe.

Mijn verleden heeft Hij van mij weggenomen. Hij heeft mij daarvan verlost. Nu is mijn leven zinvol, heeft het nut. Mijn toekomst ligt vast, Hij geeft mij zekerheid.

Ik hoef niet meer zo nodig ‘in het zicht te lopen’, steeds de makkelijke weg te nemen of mee te praten met anderen. Ik wil weer kleur hebben in mijn dromen en mijn doelen stellen in en voor het licht van de wereld. Mijn visie hoef ik niet meer te temmen, mijn mening hoef ik niet meer te verbergen voor anderen.

Voor mij is een superieure positie, een mooie promotie, applaus of populariteit niet nodig.

Ik hoef niet altijd gelijk te hebben, overal gekend, geprezen, gezien of beloond te worden.

Ik wil uit het geloof leven, leunend op Zijn aanwezigheid, wandelen met Zijn geduld.

Mijn hoofd heb ik weer opgeheven en ik ben gesterkt door gebed.

Niets kan mijn gedachten meer veranderen, Zijn grootsheid straalt van mij af.

Mijn doel is de hemel, de weg daarheen is smal, het pad is ruig en oneffen. Er zijn maar weinigen die met mij gaan maar mijn God is betrouwbaar. Hij heeft mijn missie duidelijk gemaakt.

Niemand kan mij meer blokkeren, niets houdt mij nog tegen. Ik loop geen vertraging meer op, niemand kan mij de verkeerde kant op sturen, want de Heer is mijn Herder. Hij wijst mij de juiste kant op. Niets kan mij nog stoppen.

Ik zal niet terugdeinzen als ik iets moet opofferen voor Hem. Ik zal niet aarzelen in het bijzijn van mijn tegenstanders, niet onderhandelen aan de tafel van mijn vijanden en al helemaal niet omkeren om onnodig in de spotlights te staan. Ondenkbaar.

Ik zal niet opgeven. Laat dat duidelijk zijn. Mocht ik onderuit gaan, doe ik dat met een zuiver geweten en een opgeheven hoofd. Ik dank, zing, bid, predik en prijs de Heer. Dit alles voor de zaak van Christus.

Ik ben een discipel van Jezus.

Wie ben jij?

woensdag 23 juni 2010

112 - daar red je levens mee

Als 'plichtsgetrouwe' jongen grijp je in wanneer dat nodig is. Zeker als er mensenlevens op het spel staan. Je handelt snel en onverschrokken. Zoals het hoort... Dus als je naar een willekeurige plek rijdt en je ziet een bestelbusje in de berm liggen, twijfel je geen moment. Je belt 112. Want daar red je levens mee. Denk je...

De mevrouw van 112 schakelt me door naar een man van de politie. Die vraagt waar ik melding van wil maken. ‘Ik rijd nu naar Assen. Over de A28. Anderhalve kilometer voor de afrit Tynaarlo en Vries ligt rechts, tussen een oprit en de snelweg, een bestelbusje op zijn kant.’

Met deze bondige en duidelijke informatie kan hij er meteen zijn collega's op af sturen. Dan zegt hij: ‘Gaan jullie maar vast, ik bel zometeen met de details! Als het om mensenlevens gaat, telt elke seconde, jongens! Hop, eropaf!’ Zo gaat dat als je 112 belt. Althans dat dacht ik.

Ligt het busje op de middenberm?’, vraagt de agent. Ik zeg: ‘Nee, tussen een oprit en de snelweg.’ Hij: ‘Daar ligt dus een busje op z'n kop...’ Ik: ‘Nee, op z'n kant.’ Hij: ‘Welke kleur heeft het busje?’

Kijk, dat is een goede vraag van de agent, want natuurlijk kan het best zo zijn dat er twéé busjes langs de A28 liggen. Gaan ze bij het ene busje hulp verlenen en zien ze het andere busje over het hoofd. Dus ik antwoord plichtsgetrouw: ‘Donkergroen.’
Hij: ‘Rijdt u naar Groningen of naar het zuiden?’ Ik: ‘Naar het zuiden.’ Hij: ‘En bij welk hectometerpaaltje ligt het busje?’ Ik: ‘Hectometerpaaltje? ... Dat weet ik niet... Anderhalve kilometer voor de afrit naar Tynaarlo en Vries... Er kwam een beetje rook uit’, zeg ik om toch een beetje vaart in het gesprek te brengen. Die auto staat nu natuurlijk allang in brand. Daar moet snel iemand op af. Het maakt geen indruk.

De agent: ‘U heeft geen hectometerpaaltje voor me?’ Ik: ‘Nee, maar het was anderhalve kilometer voor de afrit.’ Hij: ‘Dus geen hectometerpaaltje...’ Ik hoor dat hij iets met zijn toetsenbord doet.
Waarschijnlijk kan hij zonder deze informatie niet door naar het volgende scherm. ‘Er zaten nog mensen in. Ik zag iets bewegen’, zeg ik. Misschien zorgt die beeldende informatie ervoor dat hij iemand eropaf stuurt zonder dat hij het hectometerpaaltje heeft.

Inmiddels rijden we Assen binnen. Die mensen zijn natuurlijk allang dood. Levend verbrand. Naast een paaltje waar ik het nummer niet van weet. ‘Ik heb toch echt een hectometerpaaltje nodig’, zegt de agent. ‘Weet u zeker dat u geen hectometerpaaltje heeft? Waar lag die auto nou precies?’ Ik zeg het opnieuw: ‘Anderhalve kilometer voor de afrit naar Tynaarlo en Vries.’
Weer hoor ik hem op zijn toetsenbord rammelen. En dan: ‘Een bestelbusje naast de A28... Daar is al melding van gemaakt, meneer. Bedankt voor het bellen.’ Hij hangt op.

De slogan is: ‘112, als elke seconde telt.’ Ik weet er ook een:
Hoe red je levens beter? Onthoud de hectometer.

zondag 20 juni 2010

Hokjes

Af en toe word ik geïrriteerd en tegelijkertijd verdrietig door de ‘plek’ waar de wereld me neerzet. Ik beweer niet dat ik meer ben dan een mens. Ik streef er enkel naar om meer Christelijk te zijn in alles wat ik doe.


Dit betekent niet dat ik perfect ben, dat ik niet twijfel of dat ik nooit zonden doe. Het betekent ook niet dat ik afgezonderd heb geleefd en/of een geloof opgedrongen heb gekregen van mijn ouders.
Het betekent niet dat ik anderen zal beoordelen die een andere religie, een ander geloof of een andere levensstijl kiezen dan ik.


Het betekent, voor mij, dat ik een keus heb gemaakt.
Om me te focussen op wat God met mij wil.
Om mijn leven te leiden vol met ideeën naar zijn wil.
Om van mensen te houden, in plaats van me maar zorgen te maken over hen.
Om eerlijk en oprecht te zijn in alles wat ik doe.
Om niet overal ‘bewijzen voor’ of ‘antwoorden op’ te hoeven hebben.
Om opzij te zetten wat ik wil en verlang voor zijn glorie.
Om te doen wat goed is, niet omdat ik zo nodig vind dat dit zo moet, maar omdat ik geloof dat ik meer waard ben dan dat anderen van mij denken.

Om een levend offer, een levend bewijs te zijn.


Ik leef in een wereld waar iedereen zijn oordeel al klaar heeft staan. Iedereen wordt schaamteloos in hokjes en vakjes geduwd. Gelabeld, zonder te kijken of het label wel past.
Dit zgn. ‘hokje’ en zijn vier muren is gebouwd met stenen van vooroordelen en gemetseld met de door mensen gerechtvaardigde stereotypische gedachten. Die gedachten - en vooroordelen - lijken weliswaar hetzelfde te zijn als alle andere gedachten die mensen hebben, maar worden op een dusdanige schijnheilige manier gebruikt door diezelfde mensen dat dit ‘gedachtegoed’ teniet wordt gedaan.


Dit ene hokje…



Kan mij niet bevatten.

Daar pas ik voor.