donderdag 21 april 2011

Eén minuut stilte…


We leven al weer bijna in de tijd waarin we stilstaan bij de gevallen soldaten en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Een tijd die voor de meeste mensen in Nederland niet geheel begrepen wordt, wij - en ik schaar mijzelf daar vanzelfsprekend ook onder - hebben dit niet meegemaakt. We hebben erover gelezen, mooie (of minder mooie) films gezien en horen ieder jaar rond deze tijd wel weer over veteranen die vanuit Polen, Canada of Engeland deze kant op komen om bij de herdenkingsplechtigheid te zijn.
Dat jij en ik elke dag weer vrij zijn, nemen we aan als iets wat vanzelfsprekend is. We denken er niet eens over na, het is gewoon zo. We kunnen gewoon over straat lopen zonder bang te zijn, we kunnen naar school of naar ons werk en alles gaat gewoon z’n gangetje. Wij hoeven nu niet bang meer te zijn.

Toch komt ieder jaar op de vierde van mei de koningin met haar gevolg de Dam in Amsterdam opgelopen om een krans bij het monument daar neer te leggen. Er is een tweetal minuten stilte om na te denken en stil te staan bij een ieder die zijn of haar leven gegeven heeft voor deze vrijheid. Zij wilden zo graag vrijheid, dat ze het eigen leven ervoor wilden opgeven!

Zie jij dat jezelf al doen? Je eigen leven in de waagschaal stellen om ervoor te zorgen dat anderen, niet jezelf, er beter van wordt? Sterven voor een goede zaak?

Gelukkig zijn er mensen die dit gedaan hebben. Anders zouden wij nu niet vrij zijn. Zouden we niet kunnen doen wat we willen. We zouden allemaal anders zijn.


Er is echter één man geweest die ik hier even wil aanhalen. Hij gaf zijn eigen leven, zodat we allemaal er beter van worden. Niet iedereen in Nederland, niet alleen in Europa, nee. Heel de wereld is beter geworden door het offer dat deze man voor ons gaf.
Hij was net als jij en ik.
Hij was ook bang toen het moment gekomen was.
Hij heeft pijn geleden om ons vrij te maken.
Hij stierf, zodat wij vrij kunnen zijn.
Hij stierf voor al onze zonden.
Alles wat jij en ik verkeerd hebben gedaan, heeft Hij weggenomen.
Hij heeft ons allemaal gered.

Is het teveel gevraagd om dan komende vrijdag, Goede Vrijdag, op z’n minst even daar bij stil te staan? Even te bedenken wat Jezus precies voor jou betekent heeft? Hoe Hij Zijn eigen leven gaf, om jouw leven beter te maken?

Eén minuut stilte laat bij lange na niet zien hoe bijzonder het is wat Jezus voor ons gedaan heeft. Zijn leven gaf hij voor jou!

Denk daar komende vrijdag maar aan…

zaterdag 16 april 2011

(weg)Kijken bij het Onderwijs (3)


(Zie ook deel 1 en 2)

Invallen op basisscholen heeft voor- en nadelen. Voordelen zijn makkelijk te noemen: Als alles gedaan is ben je klaar, je kan zelf aangeven of je wel of niet wilt werken en je kan dus ook buiten het hoogseizoen op vakantie. Nadelen zijn ook (te)makkelijk te vinden: Je bouwt geen band op met leerlingen, collega’s en ouders, je weer nooit exact waar je aan toe bent en natuurlijk heb je geen enkele garantie, waarop dan ook.

Mijn besluit, die nog niet geheel vastligt, is dan ook om vanaf de zomer weer te gaan studeren. Geschiedenis heeft me altijd getrokken. En daarmee kan ik ook meerdere kanten op. Ik heb altijd genoten van de excursies naar musea. Bij een museum werken lijkt me dan ook geweldig.
Zeker ook bij de educatieve dienst daar. Lekker lespakketten in elkaar draaien, gastlessen geven op scholen en rondleidingen organiseren binnen het genre.
Daarnaast kan ik natuurlijk op het middelbaar onderwijs altijd nog geschiedenis gaan geven. Dan valt het basisonderwijs gewoon weg, voor mij in ieder geval.
Dat zou zonde zijn. Niet alleen voor mij, maar ook voor de scholen.

Ook wil ik eigenlijk best Engels gaan studeren in Engeland zelf. Of Nederlands gaan geven in een ander land. Sinds enige tijd kijk ik vol belangstelling naar vacatures uit het buitenland. Nu is dat nog enkel interesse. Maar zal dan misschien om gaan draaien?

Ik buiten het basisonderwijs. Ik zie mezelf het al doen. Houdt iemand me tegen? Dat lijkt me niet.
Ik ben in ieder geval al zover dat als er voor de zomer niets komt, ik heel diep ga nadenken wat mijn opties zijn. Dus, nog een drie maanden…

Wat vind jij dat ik moet doen?

(weg)Kijken bij het Onderwijs (2)


(weg)Kijken bij het Onderwijs (2)

In mijn vorige blog besprak ik veelal mijn kant van de zaak. Als invaller tegen wil en dank, zoekende naar een vaste betrekking die nergens schijnt te ontstaan. Nu ook even de kant van de scholen, die ook hun zegje mogen doen.
Elke school in het noorden moet bezuinigen. Niet zo verrassend ook met het dalende aantal leerlingen. Desalniettemin is er wel een directeur of twee te vinden die serieus met mij in gesprek wil over mogelijkheden die ik zou kunnen krijgen binnen de vereniging. Het antwoord is vaak kort en krachtig: geen!
In een nadere verklaring zetten ze steeds in op de mensen die al in dienst zijn. Die kunnen ze niet zomaar ontslaan! En via schuiven van school naar school worden eventuele gaatjes opgevuld. Nieuw bloed, hoe goed dat voor sommige scholen ook zou zijn, is (bijna) nergens te vinden.
Veel scholen zitten met een overschot aan parttimers. Het is zelfs zo dat een school met dus gemiddeld acht werknemers maar twee vaste krachten heeft. Twee mensen die fulltime aan het werk zijn. Dan heb je een kleuterjuf en een juf voor groep 5/6 en dan vier mensen voor de andere twee klassen (3/4 en 7/8). Een directeur is slechts anderhalf dagdeel per week aanwezig en ook een administratrice is een ochtend aanwezig. En dan heb ik geen IB/RT-er of oa genoemd…

In drie jaren invallen zijn er meerdere ouders bij me geweest met de vraag of ik zou kunnen blijven. ‘Het is beter voor de school, een mannelijk lid van dit team.’ Natuurlijk beaam ik dat, maar daar kan ik niets aan doen. Ook al staat in de advertenties vrijwel altijd de zin ‘onze voorkeur gaat uit naar een man’, toch zijn die vacatures in het noorden gewoonweg ver te zoeken.
Maar niet alleen ouders komen met deze verzoeken. Ook enkele collega’s wilden me graag houden. Zelfs enkele directeuren geven aan dat ik de eerste ben die ze zullen vragen, mocht er een gaatje vallen. Hetgeen toch niet gaat gebeuren, want dan gaat de interne molen draaien en wordt voor een ander besloten dat het beter is om daarheen te gaan. Probleem opgelost voor de school, maar mijn probleem blijft.

Nogmaals: het onderwijs vind ik echt het einde! Elke dag heerlijk lesgeven en genieten van de leerlingen is iets wat ik het liefst dagelijks zou doen. Maar nu, zeker na drie jaar invallen, begint het bij me te knagen. Waarom heb ik nog geen vaste baan? Wetende dat er genoeg werk is voor een invaller (overal worden mensen ziek) blijf ik doorzetten.
Op elke school wordt de vraag gesteld of ik niet liever een vaste baan heb. Nogal wiedes, natuurlijk! Maar niet overal is deze te vinden. Sterker nog: het is dus bijna nergens te vinden.

Wanneer snappen de scholen, wanneer snapt Den Haag eens dat al die parttimers nu tegen hen werken? Natuurlijk, toen er een tekort was aan leerkrachten waren moeders welkom. Snel een verkort papiertje halen en voor de klas. Probleem opgelost.
Maar nu is er een overschot. En over drie tot zeven jaar weer een tekort… Geef mij een gelegenheid om bij jou extra ervaring op te doen en je hebt een vaste kracht voor de komende veertig jaar!

Win-win?!
(volgende keer meer over wat ik van plan ben te gaan doen)

(weg)Kijken bij het onderwijs


Vandaag de dag ben ik al bijna drie jaar leerkracht in het basisonderwijs. Drie jaren waarin ik talloze scholen van de binnenkant heb mogen bekijken, honderden collega’s heb leren kennen en meer dan duizend leerlingen in de klas heb gehad. Voor alle duidelijkheid, dit zijn geen verzonnen nummers, dit is de werkelijkheid!
Al drie jaar ben ik invaller. Dat doe ik tegen mijn zin, maar daarover later meer. In mijn prille loopbaan heb ik al meer dan vijftig scholen van binnen gezien (50 maal gemiddeld acht docenten is 400 collega’s) en daar heb ik veelal ook voor de klas gestaan.
Een groep acht was de groep waarmee alles begon in Veenendaal. Daarna kwamen Assen, Groningen, Haren, Hoogkerk, Leens, Hoogeveen, Drachten, Ureterp, Winschoten en volgende week ook Schildwolde. En dan heb ik nog maar een fractie gehad van de plaatsen van de scholen. In Groningen zitten al drie scholen waar ik heb lesgegeven, in Hoogeveen al zes.
Zoals ik vertelde begon het met een groep acht. Ik heb nu mijn werkterrein al verbreed naar ook groepen drie, weliswaar het liefst na de kerstvakantie, maar ook die groep komt met regelmaat langs. Een groep vier of vijf is leuk, maar mijn voorkeur blijft gaan naar de bovenbouw, een zesde-, zevende- of achtstegroep.

Als invaller, tegen mijn zin, ben ik ook al drie jaar lang op zoek naar vast werk. In het noorden, dat dan wel. Dat is mijn enige eis. Omdat dit niet zo snel te vinden is vanwege de krimp van de leerlingenaantallen, blijf ik invallen. Een dagje hier, een weekje daar of een paar maand op die school… het is het werk wat ik leuk vind, niet het constant veranderen.
Flexibiliteit is een eigenschap die ik mezelf heb moeten aanleren. Ik ben iemand die erg gestructureerd is, maar dat zijn niet alle collega’s. Op dit moment heb ik er genoeg aan om drie dingen van tevoren te weten: 1. Waar staat de school, 2. Welke groep heb ik, 3. Hoe laat begint de school (meestal ben ik er weliswaar rond tien voor acht, maar sommige scholen houden ervan om niet te vroeg op school te zijn) Flexibel genoeg, toch?

Tijdens mijn tijd op de pabo werd om de haverklap gezegd: ‘Als man voor de bovenbouw heb je vrijwel direct een vaste baan.’ Dat hadden ze helaas niet meer fout kunnen hebben.
Nu hoor ik wel steeds: ‘Als we konden zouden we je willen houden’, maar dat is voor mij slechts een pleister op de wond. Het slaat geen hout, het maakt niets uit. Natuurlijk is het vleiend, maar het helpt me niets.

Op dit moment oriënteer ik me weer op een studie. Ik wil wel weer studeren. En daarmee zal ik, helaas voor de onderwijswereld, mogelijk mijn rug keren naar die wereld. Een wereld die ikzelf geweldig vind, waar ik absoluut in zou willen blijven. Helaas gunt die wereld me dus geen plek. Liever drie parttimers voor één groep dan één fulltimer voor diezelfde groep. Zij hebben namelijk al een contract dat je niet zomaar kan ontbinden… (nonsens, het is balen voor hen, maar (directeuren!) je kan dus NU wel die mensen ontslaan. Ik ben beschikbaar!)

De hamvraag wordt, is en blijft: Past Martijn bij jullie in het team?
(volgende keer meer)