zaterdag 22 januari 2011

Zullen we samen wachten?


Blind staar ik in de verte, mijn gedachten geheel afwezig. Niets kan mij op het moment op zijn plaats houden, in gedachten ben ik al lang gevlogen. Stilstaan is moeilijk, rusteloos volg ik mijn voeten op de weg die zij alleen schijnen te weten. Met gesloten ogen en oren laat ik mij leiden op de weg.

Als ik eenmaal opkijk merk ik dat ik in een rij sta, de mensen dicht opeen om niet teveel kou te lijden. Voor en achter me staan duizenden, zo niet miljoenen mensen. De zon begint te schijnen, wolken herpakken zich.
Gezichten van mensen die ik niet ken staren naar de verte. Mijn ogen volgen hun blik en ook ik kijk naar iets waarvan ik niet weet wat het is.

Hoe noem je iets als je de naam niet weet? Hoe kan je iets beschrijven als je zelf geen beschrijving kan geven? Woorden schieten te kort, gedachten staan stil, de adem stokt in mijn keel. Doodstil kijk ik naar het onbeschrijfbare. Als ik mijn blik afwend van het schouwspel kijk ik opzij naar de anderen die, net als ik even daarvoor, ademloos kijken.

Mijn gedachten gaan uit naar hen die vooraan staan. Geboeid kijk ik ook naar hen. Ik zou ze willen helpen, waarschuwen op z’n minst. Ze staan maar, zonder te weten wat er gebeurd. Of zouden ze het wel weten? Sta ik wel veilig, weet ik wel wat er zich afspeelt? Kan ik het wel bevatten? Of eigenlijk: Durf ik het wel te bevatten?

Beter kijkend naar de mensen om mij heen beginnen me dingen op te vallen. Sommigen dragen armbandjes met daarop vier letters. Anderen dragen kettinkjes met een kruis, een ster of een combinatie van beide. Enkele mannen dragen een plat hoofddeksel, één die je wel eens in een synagoge tegenkomt. Sommigen dragen boeken, groot of klein. Sommigen dragen zwarte kleren, andere juist wit. Iedereen is anders.

Dan openen de wolken.

Iedereen doet iets anders. De één valt op zijn knieën en begint te bidden. De ander steekt zijn handen op en breekt uit in gezang. Een derde vouwt de handen, weer een ander valt stil. Sommigen rennen er naar toe, terwijl anderen juist een kruisje slaan. Gejuich, gedans en gezang is overal om me heen. En stilte. Oorverdovende stilte.
Iedereen die ik zie lijkt geheel verschillend. Niemand is hetzelfde. Blanken en gekleurden, mannen en vrouwen, oude en jonge mensen… Allemaal met diezelfde glinstering in hun ogen.

Dan beginnen mijn hersenen weer te werken. Mijn verstand begint terug te komen. Wij zijn hier allemaal om maar één ding. Een gebeurtenis die niet alleen voor mij belangrijk is, maar ook voor de anderen een enorme impact heeft.  Nu zie ik het duidelijk. We wachten allemaal op de Ene!

Waarom zijn we allemaal anders? Waarom zitten we allemaal op andere plaatsen terwijl we allemaal wachten op hetzelfde? Zou het niet mooier zijn als we met z’n allen samen kunnen wachten? Jij en ik, ook al zijn we zo verschillend. We wachten toch beide op de Terugkomst van Hem, die onze Redder is?

Laten we de kerkmuren, die ons bij elkaar vandaan houden, weghalen. Laten we samen uitkijken naar Hem, die ons bindt.

Ik zet mijn verschillen met jou opzij. Ik reik jou mijn hand. Pak jij deze aan? Zullen we, hoe anders wij ook zijn, samen wachten op Hem die komen gaat?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten