donderdag 23 december 2010

Geef jij het Licht ook door?


Het is de dag voor kerst en dat kun je overal zien. Gezellige drukte in de winkelstraten, kerstliedjes op de radio en flikkerende lichtjes overal. Dat staat niet alleen erg leuk, het is ook nog eens erg gezellig. Overal waar je kijkt zie je lachende gezichten - alhoewel het weer niet helemaal meewerkt - en merk je dat de mensen elkaar helpen.

De weersverwachtingen zijn nog altijd sneeuw, vrieskou en ijzel dus kunnen we ons ook gaan opmaken op een witte kerst. Iets wat toch best apart is, ware het niet dat dit afgelopen kerst ook al het geval was.

Kerst is ook het aangewezen tijdstip om met mensen gezellig om de tafel te gaan zitten, uitgebreid te dineren en elkaar leuke verhalen te vertellen. Dingen die je het afgelopen jaar hebt meegemaakt, dingen die je dwarszitten… Een uitgelezen kans om het jaar mooi af te sluiten.
Vandaar ook dat kerstprogramma’s - ze schieten nu als paddenstoelen uit de grond - het goed doen. Mensen willen graag in deze tijd van het jaar dichter bij elkaar komen. En soms hebben ze daar even hulp bij nodig.

Deze kerst wil ik jullie ook iets vertellen. Iets wat ik een week geleden op school heb gedaan. Iets moois, wat nog mooiere acties tot het gevolg kan hebben. Iets wat een kettingreactie op gang kan brengen.
En dat wil ik ook met jullie delen. Misschien dat deze actie ook bij jullie tegenreacties oproept. Dat ook hier het balletje gaat rollen.

Lees maar.

Tijdens het kerstdiner op school haalde ik vier verschillende kaarsjes uit mijn tas. Ik stak de ene aan en zette het op mijn tafel terwijl ik uit Johannes 1 begon te lezen:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10 Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11 Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12 Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13 Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.
14 Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. 15 Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’ 16 Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. 17 De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

De leerlingen keken me aan en ik begon te vertellen: ‘God is als dit lichtje hier,’ ik wees op het brandende kaarsje,’ Hij is als het Licht van de wereld, een stralende Morgenster. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf ook God is, leert ons over Hem.’ (vers 18)
‘Jezus laat ons dus iets van het Licht van God zien. Jezus is dus ook,’ ik pakte een kaarsje en stak deze aan, ‘datzelfde licht. Twee dezelfde lichtjes, van dezelfde God. Het vuur wordt er niet anders van. Jij en ik kennen Jezus en Zijn Vader. We hebben uit de Bijbel gelezen en we hebben het de afgelopen weken steeds over Hem gehad, over Zijn geboorte.’
‘God zelf heeft anderen dit licht gegeven om het op te schrijven.’ Een derde kaars ging aan. ‘Dus dit lichtje is ook precies hetzelfde als Gods lichtje. Het licht van God en van Jezus is dus ook in de schrijvers van de Bijbel gevaren. Maar dat niet alleen, nee,’ ik stak ook de laatste kaars aan, ’wij ook! Wij ook hebben datzelfde licht gekregen. Wij lezen ook uit diezelfde Bijbel.’
‘We snappen misschien niet altijd alles, maar God zelf, en Jezus met Hem, wil ons verlichten met zijn Woord. Wij mogen dus ook een lichtje voor God zijn. Sterker nog: Dit lichtje,’ Ik wees op de vierde kaars,’ deze kaars zijn wij! Jij en ik!’
‘Zie je dat? Is het licht van deze vierde kaars anders dan het licht van de eerste kaars? Nee hè? Het is precies hetzelfde! Wij hebben datzelfde licht, hetzelfde geloof!’
Uit mijn tas haalde ik toen 24 waxinelichtjes. Eén voor iedere leerling. Allemaal mochten ze dat ene licht ook zijn. Allemaal stak ik de kaarsjes aan, één voor één. Iedereen kreeg een op de tafel te liggen.
‘Wij, allemaal, hebben het Licht van God en Jezus in en bij ons. Wij zijn bijzonder. Maar weten jullie ook wat lichtjes doen?’ Uit de klas kwam het goede antwoord. ‘Ze geven licht!’
‘Ja,’ zei ik, ‘ze geven inderdaad licht! En weet je: wij mogen ook lichtjes zijn. En dus ook licht geven voor anderen, net zoals Jezus heeft gedaan. Het licht doorgeven.’
Eén leerling kwam al met een goed idee. ‘Als we dit lichtje nu thuis aansteken, geven we het licht ook door! Aan onze ouders!’ Ik knikte goedkeurend. ‘En aan mijn opa en oma!’ zei een ander. Daarna was het hek van de dam. Ieder familielid kwam langs en ook aan hen werd het licht doorgegeven.

Aan het einde van de dag gaf ik iedereen nog eens twee waxinelichtjes. ‘Om het licht extra goed door te geven,’ zei ik.

 

Bij dezen geef ik jou ook twee digitale waxinelichtjes. Ook jij mag het licht doorgeven. En dus ook waar het licht voor staat. Gods Woord, de Bijbel.




Fijne kerstdagen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten