Vorig jaar schreef ik al een stuk over een ontmoeting die ik had met een bijzonder iemand. Iemand die net als ik bijdehand kan zijn, meligheid als voortouw kent en meestal toch druk is. Iemand die het niets kan schelen wat de anderen van hem vinden, want hij is uniek en ‘one of a kind’. Er is er maar één als hij – wat waarschijnlijk gezien kan worden als een zegen voor de mensheid. Desalniettemin mochten mijn nicht Cynthia en ik weer een dag met hem optrekken.
Iedereen die Vissie kent beaamt dat hij knettergek is. Ik stel me hem vroeger in een school voor, vol met anderen die hem vanuit de hoogte bezien omdat hij anders is. Hij is iemand die tegendraads is, de dingen op zijn eigen manier wil doen en ook doet en bovenal iemand die je of geweldig of verschrikkelijk vindt. En niets anders.
Hij had alles tot in de puntjes geregeld: treinkaartjes voor ons, een envelop met een blanco papier waar onze reisdoelen op stonden (lees: doelloos rondzwerven in Nederland) maar, en dat was het belangrijkste, zelf was hij er ook.
We troffen Vissie al koffie-drinkend aan op het station van Zwolle. Terwijl hij voor ons ook een bakje regelde (“Hé juffie,” riep hij, “nog twee bakkies hiero!”) en wij plaatsnamen pakte hij de treinkaartjes voor ons. Twee dagkaarten eerste klas treinen. De hele dag geldig. Slurpend in zijn koffie vertelde hij dat hij vandaag het plan had om ons vandaag een deel van zijn wereld te laten zien. Dingen die wij nog nooit zo gezien hadden.
Enkele minuten later zaten we in een – niet geheel onbelangrijk – compleet lege eersteklas treincoupe en zaten we flauwe grappen te bedenken die we moesten en konden uithalen gedurende de dag. Menig opdracht werd vooraf aangeduid als ‘niet-leuk’, terwijl na het uitvoeren we gedrieën niet meer bijkwamen van de lach. Bijvoorbeeld:
- Vraag in een winkel aan de minst snuggere werknemer of je hier ook met Fins geld kan en mag betalen
- Laat willekeurige mensen je de tijd vertellen terwijl je onder of bij een klok staat
- Praat een willekeurige (of zelfbedachte) taal om mensen van hun stuk te brengen
- Zwaai naar alle mensen op het station als de trein wegrijdt of – nog leuker – doe net alsof je iemand kent die nog op het station staat. Klop op het raam en zwaai!
Zo zijn er nog wel enkele opdrachten te verzinnen. Terwijl we in de trein naar Arnhem zaten en de stations voorbij vlogen merkten we op dat Vissie wel wat ouder en breekbaarder was geworden. Een stuk van zijn staart was afgebroken geweest en ook vertelde hij honderduit over zijn nieuwe avonturen waarin hij toch vooral zijn best deed om geen mensen te irriteren. Hij stond stil op zijn plek, bewoog niet en toch kreeg hij klachten. Jammer hoor.
In Arnhem namen we in een winkel een kopje koffie, verwachtend dat het wel wat gezelliger zou worden dan ons drie en de twee werknemers. Niets was daarvan echter waar. Een twintigtal minuten zaten we daar, genietend van de koffie, totdat Vissie besloot dat de muziek nu zodanig depressief was dat hij wel weg moest. En dat deden we dus. Arnhem bleek niet de meest geschikte plek voor hem, dus gingen we weer naar het station.
De volgende trein was iets drukker, maar ook die eerste klas was nog leeg. Onderweg naar Utrecht wist Vissie wel alle lampen aan te krijgen met zijn vinnen. Aangekomen in Utrecht besloot Vissie wat kaartjes te sturen naar mensen die hij kende. Cynthia en ik konden niet achterblijven en schreven ook een kaartje.
Toen we ook gegeten hadden in Utrecht trokken we verder naar Amsterdam, via Schiphol. Dat laatste was wel even een gok: vorig jaar zaten er meerdere bewakers achter Vissie aan en daarom achtten we het veiliger om niet te lang aldaar te blijven. Dus onderweg naar Amsterdam.
In Amsterdam toverde Vissie een tweetal kaartjes voor een rondvaarttocht uit zijn schubben. Zelf hoefde hij geen, hij zou via het water de boot in duiken en dus zo ook de prijs niet hoeven te betalen. Eenmaal in de boot wachtte hij ons al op.
Na een kwartier wachten, waarbij Vissie ons opdraagde zo breed mogelijk te gaan zitten zodat er niemand bij kon, vertrok de boot. Alhoewel de schipper een heleboel trachtte te vertellen, deed Vissie ook een duit in het zakje en begon te vertellen over zijn voorouders die al leefden toen de eerste grachten gebouwd werden en nog meemaakten hoe de tweede en derde ring grachten werden gebouwd. Vissie mag dan klein zijn, hij weet veel!
Nadat hij meermalen had geklaagd over de kwaliteit van het water en dat mede daarom zijn familie had moeten verhuizen vonden we het welletjes. Gelukkig was de rondvaart ook afgelopen. We stapten uit en gingen in de Beurs van Berlage nog wat drinken. Daar meldde Vissie ons weer dat hij wat kaartjes wilde kopen om op te sturen. Zo gezegd, zo gedaan.
Vervolgens ging de route verder naar Utrecht waar we meer kaartjes kochten, wat koffie haalden bij de Starbucks en tenslotte nog een rondje rond de grachten liepen. We liepen langs winkels, over bruggen en onder de Dom door.
Vandaar vroeg Vissie ons of we al weer hongerig waren: het was al na half zeven. Beiden schudden we het hoofd, dus stapten we de trein weer in, nu naar Zwolle. Daar aten we wat en vanaf daar vertrokken we ook allemaal weer naar huis. Een dag schiet voorbij.
Volgens mijn weten heeft Vissie acht kaarten opgestuurd, allemaal vanaf andere locaties in Nederland en allemaal naar dezelfde persoon, met dezelfde boodschap: Groeten uit […], Liefs. Geen naam, alleen de groeten. De eigenaar daarvan zal zich wel afvragen wat dit te betekenen heeft. Wel een leuk idee overigens.
Een dag met Vissie is nooit lang, maar deze dag schoot voorbij. Twaalf uur treinen, meet dan 10 kilometer gelopen en een uur wezen varen: Een erg leuke dag!
Dankjewel Vissie! Volgend jaar weer?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten