zondag 27 maart 2011

Voorbereiding voor 1 april


Eén april is weer in aantocht. De dag waarop alle grappen getolereerd worden en mensen genadeloos in de zeik genomen mogen worden. Iedereen met - en door het internet nu zelfs ook de mensen zonder - humor komen weer goed aan hun trekken doordat ze de hele dag mensen genadeloos mogen bestoken met de grappigste en domste grappen en grollen.
Als je mij kent weet je dat ik niet direct het type ben om grappen uit te halen. Tenminste, normaal gesproken niet. Toch ben ik wel in voor een geintje op de eerste april. Vaak zelfs wordt de leukste grap door mij beloond. Dat geef ik natuurlijk niet van tevoren aan want anders zou het een wedstrijd worden en dan slaan we de hele plank juist mis.
In plaats van het uitleggen waarom juist de eerste april wereldwijd wordt gezien als een dag van grappen, is het huist mijn bedoeling om eens enkele grappen naar voren te halen. Grappen die wereldwijd aandacht hebben gekregen, grappen die ikzelf uithaalde en natuurlijk de grappen die met mij werden uitgehaald.
Zodoende komen we tot een heel lijstje met leuke ideeën voor komende vrijdag. Kijk zelf maar wat je met deze lijst doet.

In 1950 al deden de Nederlandse journaals rechtsreeks verslag van het omvallen van de Toren van Pisa in Italië. Niet alleen kreeg de omroep honderden telefoontjes van mensen in Nederland, ook enkele Nederlandse toeristen belden de Wereldomroep om te laten weten dat ze er diezelfde middag nog bij hebben gestaan.
In Engeland werd in 1980 bekend gemaakt dat de fameuze Big Ben, de klokkentoren van het Engelse parlementshuis, niet langer een analoge klok, met wijzers dus, zou voeren. Ze zouden de klok weghalen en deze veranderen in een digitale klok. Een ware klachtenregen viel bij het Engelse parlement.
In het jaar 2005 bracht de NASA, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie, enkele foto’s naar buiten waarop goed te zien was dat er water op Mars te vinden was. Een dag later bleken deze foto’s echt te zijn, alleen ging het niet over de planeet Mars, maar over de chocoladereep Mars. Ze hadden daar een glas water over laten vallen.
Ook de zoekmachine Google werkt ijverig mee aan leuke 1 aprilgrappen. Zo maken ze elk jaar weer nieuwe nep-programma’s aan die de mensen moeten helpen met zoeken. In 2009 bood Google de kijkers van filmpjes aan om ze een ‘betere kijkervaring’ te laten beleven. Wat ze deden? Ze zetten het filmpje op de kop.

Zelf ben ik meer van het type kleine grapjes. Een hele makkelijke grap is het kopen van een universele afstandsbediening en daarmee ’s avonds door de straat te lopen en de zenders constant bij de mensen te veranderen. Makkelijk, simpel en doeltreffend.
Ook het voor- of achteruit zetten van klokken werkt goed. Dat vergt wel enige voorbereiding, want je wilt niet dat de mensen te vroeg in de gaten hebben dat de klok niet meer goed loopt. Natuurlijk moet je je niet laten betrappen terwijl je de klok verzet.

Bij mij op school was het ook altijd feest. Scheetkussens, bloedpillen… Maar het gekste gebeurde toen ik in groep zes zat. De directeur kwam ineens binnen. Hij vroeg of de meester eventjes tien gulden wilde verdienen. De meester zei nee, maar gaf de vraag wel door aan de klas. Een heleboel vingers vlogen de lucht in. Het enige wat je hoefde te doen, was het kapot laten slaan van drie eieren op je voorhoofd. Geen probleem natuurlijk, er waren in no-time twee kinderen die wel eventjes een tientje wilden verdienen. De meester en de directeur haalden alvast een tientje uit de portemonnee en lieten deze zien. Eén ei werk op het hoofd stukgeslagen, een tweede en toen… ja, geen derde natuurlijk. Kinderen boos en woedend, maar geen tientje, geen drie eieren.

Zelf ben ik een keertje met krukken wezen lopen op de eerste van april. De kinderen wilden allemaal het precieze weten, dus ik uitgelegd dat ik de dag ervoor een middag in het ziekenhuis heb gezeten omdat ik tijdens het voetballen mijn enkel had verdraaid. Halverwege de middag, toen alle leerlingen toch zo’n beetje zeker wisten dat ik niet nep deed, bleven beide krukken ‘per ongeluk’ ergens achter haken en viel ik op de grond. Iedereen schrok en de meesten stonden al naast me om me omhoog te helpen en de krukken aan te geven. De verbazing op hun gezichten was enorm leuk om te zien, alhoewel iedereen aangaf ‘ik wist het wel!’

Trouwens: op 1 april kan je ook mooi met je fiets door de school heen fietsen. Zeg gewoon dat het niet in de schoolregels staat. Let maar op, de meeste leerkrachten lachen zelf net zo hard mee.

Natuurlijk zijn er ook zoveel grappen die al miljarden keren zijn gemaakt en dus niet meer zo leuk zijn. Wat te denken van:
Zout in de koffie/ thee
Dierentuin opbellen voor meneer de Leeuw
Veters aan elkaar strikken


De leukste grappen zijn de grappen die je goed voorbereid hebt en natuurlijk die ook goed uitgevoerd worden. En let op: als de hele klas het al weet voordat je de grap uithaalt, kun je er vanuit gaan dat ook je leerkracht het al weet!

zondag 20 maart 2011

Weet je dat de lente komt


Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend. Na de zomer komt de herfst, de winter volgt daarna en de lente is daarna aan de beurt om weer opgevolgd te worden door de zomer. Sinds jaar en dag is dat hetzelfde, niets wat daaraan kan veranderen. Of toch?

In Nederland merken we wel iets van een verschil. De zomers beginnen later, de winter duurt langer… Het lijkt wel alsof de seizoenen een beetje opschuiven, alsof ze geen zin meer hebben om te beginnen op de vastgestelde tijden. Ze trekken zich niets aan van ons mensen, maar trekken juist een eigen plan.

Of dit waar is en of de klimaatverandering daar iets mee te maken heeft laat ik in het midden, maar belangrijk is het wel om te weten dat alles dus in beweging blijft. Niets staat stil in het universum. De aarde draait in een baan om de zon, de maan draait om de aarde… zonder bewegingen zou de aarde niets van tijd hebben, sterker nog, zonder beweging zou de aarde er niet eens zijn.
Alles hangt af van die bewegingen van de aarde. Dag en nacht, eb en vloed, seconden, minuten, uren, dagen, weken en jaren… door bewegingen wordt alles gestuurd.

Elk seizoen begint op een exacte datum. De lente bijvoorbeeld heeft een meteorologische en een astrologische startdatum. De eerste is op de eerste van maart terwijl de tweede pas morgen, 21 maart, valt. Sterker nog: er is een exacte astrologische starttijd van de lente bekend; 00:21 uur. Ongelofelijk dat ze dit kunnen berekenen.

Dit alles is natuurlijk zonder belang als we niet weten wat de lente doet. Wat het effect van de lente is op de natuur weten we. De bloemen starten met bloeien, pasgeboren lammetjes huppelen door de wei, de mensen worden veelal vrolijker…

Datzelfde geldt ook voor mij. Elke lente bloei ik ook weer op. De winter is voorbij en het zonnetje begint weer te schijnen. De dagen worden langer, de nachten weer korter en ook alle gedoe rond de winterse autorijdperikelen zijn voorbij. En daar kijken we allemaal naar uit, toch?

Voor mij betekent de lente weer een nieuw seizoen vol met leuke dingen. Meer zon betekent meer wandelingen door het bos, vaker er op uit en bovendien ook lekker met de laptop in de tuin, in het park of in het bos schrijven. Daar kijk ik nu al naar uit.

Om af te sluiten maar even het volgende. In de voorjaarsvakantie was het PVT in Assen - daarover heb ik al meerdere dingen geschreven - maar één ding wil ik jullie niet onthouden. Elke keer dat er gesproken werd over de lente, iets nieuws of gewoon als we een opkikker nodig hadden, werd er een liedje ingezet en denderde het hele redactiehok mee. We zongen, dansten en klapten elke keer vrolijk mee, soms tot verveling van de mensen die ‘op wacht’ stonden. Ook vele spelers keken verbaasd naar binnen toen ze de tonen van het lied uit de speakers hoorden komen. Dikke lol!

- Weet je dat de lente komt
- lente komt, lente komt
- Weet je dat de lente komt
- alles loopt weer uit!

zaterdag 19 februari 2011

De sollicitatie van je leven (2)


Dit is het tweede deel en tevens het laatste deel van een verhaal over de sollicitatie van je leven. Lees het eerste deel ook om te weten wat hier vooraf aan gegaan is.

---

Twee weken na de sollicitatie zouden we allemaal bericht krijgen over wat het vervolg zou zijn. Nachtenlang heb ik niet kunnen slapen vanwege de – voor mijn gevoel – gemiste kans. Honderden alternatieven zijn in mijn hoofd komen opdagen, maar waren allemaal te laat. Achteraf kun je zoveel meer zeggen of schrijven dan dat het nu het geval was. Maar het helpt allemaal niets.
Op de bewuste dag stond ik voor zessen al naast mijn bed. Ik kon niet meer slapen, gedachten spookten door mijn hoofd. Wat als ik het niet zou worden? Doemscenario’s bleven langskomen.

‘Dit is de kans van je leven,’ stond bovenaan de vacature. ‘Een niet te missen kans.’
Maar wat als je die kans wel mist? Wat als je de sollicitatie compleet fout hebt gedaan? Door het korte antwoord op de laatste vraag heb ik grondig mijn kansen de grond ingeboord.
Geen enkele gedachte spookte in mijn hoofd over het binnenhalen van de baan. Want waarom zou ik ook? De vraag was toch niet goed beantwoord.

Na het ontbijt zit ik lusteloos te wachten op de bank. Een boek ligt voor mij te wachten om gelezen te worden, maar kan mijn aandacht niet vasthouden. Evenzo ook de radio, die ik op een gegeven moment maar weer uit gedaan heb. Wachten is het ergste…

Plotseling gaat de telefoon. Mijn telefoon herkent het nummer niet, dus dit kan wel eens het telefoontje zijn. Mijn hart begint harder te kloppen en beverig pak ik de telefoon. Aarzelend pak ik op, de brok in mijn keel verslikkend.
‘Met Martijn,’ neem ik de telefoon op en hoor dan dat dit inderdaad het verwachte telefoontje is. Luisterend naar de stem schieten mijn ogen open van verbazing. Nadat ik stotterend antwoord geef wordt de verbinding verbroken.

Ongeloof straalt uit mijn ogen terwijl ik de telefoon neerleg. Ik ben door. Ik kan het niet geloven. Ik ben door! Ik mag verder naar de volgende sollicitatieronde. Alsof het hemeldek open gaat en het zonnetje zich laat zien. Met gebalde vuist spring ik op.

Enkele dagen later ga ik weer naar hetzelfde gebouwencomplex. De hele dag zal ik testen moeten doen. Psychologische, fysieke en ook intelligentietesten zullen voorbij komen. En – alsof dat nog niet genoeg is – als klap op de vuurpijl krijg ik aan het einde van de dag nog een gesprek. Ik laat het maar over me heenkomen, niet wetend wat ik verwachten kan.

Test na test onderga ik, op weg naar de positie van mijn leven. Een baan voor het leven, een niet te missen kans. Geduldig wacht ik op mijn beurt in de rij.

---

Wacht eens even. De kans van je leven, de niet te missen kans. Weten jullie allemaal wel wat dat is? Denk je echt dat je een compleet sollicitatieproces moet ondergaan om die functie te krijgen? Dacht je dat Hij dat allemaal wil?

Als jij JA zegt tegen Hem, neemt Hij je al aan! Hij zegt dan ook JA tegen jou. Zelfs al voordat jij geboren was, kende God je naam al. Hij wil juist dat je bij Hem komt. Daar komt geen sollicitatie aan te pas. Je bent welkom. Welkom bij de baan, bij de functie, van je leven.

Allerlei mensen begroeten je.
Ik ben er één van. Ook al heb ik soms twijfels, stel ik kritische vragen, toch weet ik dat Hij er voor mij is. Ik ben niet een heilig boontje, ook ik doe dingen verkeerd. Wetend dat God genade geeft, geeft me houvast.

Werk jij mee? Hoor jij ook bij het instituut van God?
Ja? Dan heet ik je welkom. Ik ben Martijn. Wie ben jij?

zaterdag 12 februari 2011

De sollicitatie van je leven (1)


Daar zit je dan. In je beste kleren zit je te wachten totdat jij aan de beurt bent. In de wachtkamer hangt een gespannen sfeer, iedereen lijkt in gedachten verzonken. Nerveus glimlach je als iemand jouw kant opkijkt terwijl je probeert er zo ontspannen mogelijk uit te zien.

Dan gaat de deur open. Een grote, statige man komt uit de deur en houd een klembord vast. Hij kijkt met een priemende blik rond en lijkt van iedereen het binnenste te bekijken. Hij kijkt nogmaals op zijn klembord en dan roept hij de namen van de volgende sollicitanten. Ook mijn naam wordt geroepen.
Terwijl ik opsta probeer ik nog even de kreukels uit mijn broek glad te strijken en voel of mijn stropdas nog recht hangt. Meer mensen kijken gespannen uit naar wat er nu komt. Niemand weet het precies. Vijfentwintig mensen worden geroepen. Oud en jong, mannen en vrouwen. Wie zal de gelukkige worden?

Binnen staan 25 tafels en stoelen klaar. Op elke tafel ligt een pen en een vel papier. Iedereen wordt naar zijn of haar plek gewezen en gaat zitten, niet wetend wat er van ons verwacht wordt. Terwijl ik ga zitten zie ik voor aan in de zaal een tafel staan. Daarachter zit slechts één persoon met een klok.
Als ik rond kijk zie ik wel nog meer andere personen staan. Het doet me denken aan mijn eindexamen, waarbij ook meerdere surveillanten rondliepen en keken of we niet bij anderen afkeken. Sterker nog, de opstelling van de tafels was ook precies hetzelfde.

‘Jullie hebben allemaal vijfenveertig minuten om de vragenlijst in te vullen.’ Drie personen lopen langs de tafels en leggen overal een vragenlijst in. Terwijl ik de bladzijde bekijk hoor ik de man zeggen dat iedereen mag beginnen. Hij zet de klok op drie kwartier en opeens hoor ik klikkende geluiden van allerlei pennen. Ik doe hetzelfde.

De voorkant van de vragenlijst is nog makkelijk. Wie ben je, waar woon je, wat is je hoogst genoten opleiding en nog meer van dat soort vragen. Ik vul de vragen in en daarna sla ik het blad om. Nog geen zeven minuten zijn voorbij.

Ik begin vertrouwen te krijgen als ik om mij heen kijk. Ik ben één van de weinigen die al op het tweede blad zijn.
De achterkant bevat slechts één vraag. Hij prijkt bovenaan de bladzijde en daaronder is genoeg ruimte om te schrijven. ‘Wat kan jij ons bieden?’, staat er, met daaronder de opmerking ‘en waarom zouden we jou nodig hebben?’

Honderd en één redenen schieten door mijn hoofd. Mijn eerste is een wedervraag - wat hebben jullie nodig - en op basis van die vraag antwoord ik. Ik noem kwaliteiten en eigenschappen van mijzelf waarmee ik probeer te bewijzen dat ze me ook echt nodig hebben.

Daarna streep ik alles weer door. Ik weet dat je origineel moet zijn bij sollicitaties, je moet opvallen door je antwoorden. Als iedereen hetzelfde antwoordt val je sowieso buiten de boot. Uniek… mijn gedachten dwalen af om maar anders te zijn dan alle anderen.

Opeens klinkt de stem weer. ‘Nog drie minuten!’ klinkt het bars door de zaal. Ik schrik op. Is er al zoveel tijd voorbij gegaan? Om mij heen kijkend zie ik dat meerdere anderen de pen alweer neergelegd hebben. Ze zijn klaar. Het zweet breekt uit en ik begin moeilijk te slikken.
Die vraag is moeilijk.

De drie minuten schieten om. Een zoemer gaat, de overige kandidaten staan op. De één na de ander loopt de zaal uit, maar ik blijf zitten. Ik kijk nog eens goed naar mijn blad, er staat nog steeds niets.
Snel schrijf ik iets op. Het maakt niet uit was, zolang er maar wat staat. Snel leg ook ik mijn pen neer en zie twee surveillanten bij mijn tafel wachten, hoofdschuddend kijken ze naar mij. Vragend kijk ik ze aan, hopend dat ze mijn blad nog meenemen.
Zuchtend pakt één persoon mijn blad aan. Opgelucht haal ook ik adem en loop ook de zaal uit.


Wordt vervolgt.

zaterdag 22 januari 2011

Zullen we samen wachten?


Blind staar ik in de verte, mijn gedachten geheel afwezig. Niets kan mij op het moment op zijn plaats houden, in gedachten ben ik al lang gevlogen. Stilstaan is moeilijk, rusteloos volg ik mijn voeten op de weg die zij alleen schijnen te weten. Met gesloten ogen en oren laat ik mij leiden op de weg.

Als ik eenmaal opkijk merk ik dat ik in een rij sta, de mensen dicht opeen om niet teveel kou te lijden. Voor en achter me staan duizenden, zo niet miljoenen mensen. De zon begint te schijnen, wolken herpakken zich.
Gezichten van mensen die ik niet ken staren naar de verte. Mijn ogen volgen hun blik en ook ik kijk naar iets waarvan ik niet weet wat het is.

Hoe noem je iets als je de naam niet weet? Hoe kan je iets beschrijven als je zelf geen beschrijving kan geven? Woorden schieten te kort, gedachten staan stil, de adem stokt in mijn keel. Doodstil kijk ik naar het onbeschrijfbare. Als ik mijn blik afwend van het schouwspel kijk ik opzij naar de anderen die, net als ik even daarvoor, ademloos kijken.

Mijn gedachten gaan uit naar hen die vooraan staan. Geboeid kijk ik ook naar hen. Ik zou ze willen helpen, waarschuwen op z’n minst. Ze staan maar, zonder te weten wat er gebeurd. Of zouden ze het wel weten? Sta ik wel veilig, weet ik wel wat er zich afspeelt? Kan ik het wel bevatten? Of eigenlijk: Durf ik het wel te bevatten?

Beter kijkend naar de mensen om mij heen beginnen me dingen op te vallen. Sommigen dragen armbandjes met daarop vier letters. Anderen dragen kettinkjes met een kruis, een ster of een combinatie van beide. Enkele mannen dragen een plat hoofddeksel, één die je wel eens in een synagoge tegenkomt. Sommigen dragen boeken, groot of klein. Sommigen dragen zwarte kleren, andere juist wit. Iedereen is anders.

Dan openen de wolken.

Iedereen doet iets anders. De één valt op zijn knieën en begint te bidden. De ander steekt zijn handen op en breekt uit in gezang. Een derde vouwt de handen, weer een ander valt stil. Sommigen rennen er naar toe, terwijl anderen juist een kruisje slaan. Gejuich, gedans en gezang is overal om me heen. En stilte. Oorverdovende stilte.
Iedereen die ik zie lijkt geheel verschillend. Niemand is hetzelfde. Blanken en gekleurden, mannen en vrouwen, oude en jonge mensen… Allemaal met diezelfde glinstering in hun ogen.

Dan beginnen mijn hersenen weer te werken. Mijn verstand begint terug te komen. Wij zijn hier allemaal om maar één ding. Een gebeurtenis die niet alleen voor mij belangrijk is, maar ook voor de anderen een enorme impact heeft.  Nu zie ik het duidelijk. We wachten allemaal op de Ene!

Waarom zijn we allemaal anders? Waarom zitten we allemaal op andere plaatsen terwijl we allemaal wachten op hetzelfde? Zou het niet mooier zijn als we met z’n allen samen kunnen wachten? Jij en ik, ook al zijn we zo verschillend. We wachten toch beide op de Terugkomst van Hem, die onze Redder is?

Laten we de kerkmuren, die ons bij elkaar vandaan houden, weghalen. Laten we samen uitkijken naar Hem, die ons bindt.

Ik zet mijn verschillen met jou opzij. Ik reik jou mijn hand. Pak jij deze aan? Zullen we, hoe anders wij ook zijn, samen wachten op Hem die komen gaat?

donderdag 23 december 2010

Geef jij het Licht ook door?


Het is de dag voor kerst en dat kun je overal zien. Gezellige drukte in de winkelstraten, kerstliedjes op de radio en flikkerende lichtjes overal. Dat staat niet alleen erg leuk, het is ook nog eens erg gezellig. Overal waar je kijkt zie je lachende gezichten - alhoewel het weer niet helemaal meewerkt - en merk je dat de mensen elkaar helpen.

De weersverwachtingen zijn nog altijd sneeuw, vrieskou en ijzel dus kunnen we ons ook gaan opmaken op een witte kerst. Iets wat toch best apart is, ware het niet dat dit afgelopen kerst ook al het geval was.

Kerst is ook het aangewezen tijdstip om met mensen gezellig om de tafel te gaan zitten, uitgebreid te dineren en elkaar leuke verhalen te vertellen. Dingen die je het afgelopen jaar hebt meegemaakt, dingen die je dwarszitten… Een uitgelezen kans om het jaar mooi af te sluiten.
Vandaar ook dat kerstprogramma’s - ze schieten nu als paddenstoelen uit de grond - het goed doen. Mensen willen graag in deze tijd van het jaar dichter bij elkaar komen. En soms hebben ze daar even hulp bij nodig.

Deze kerst wil ik jullie ook iets vertellen. Iets wat ik een week geleden op school heb gedaan. Iets moois, wat nog mooiere acties tot het gevolg kan hebben. Iets wat een kettingreactie op gang kan brengen.
En dat wil ik ook met jullie delen. Misschien dat deze actie ook bij jullie tegenreacties oproept. Dat ook hier het balletje gaat rollen.

Lees maar.

Tijdens het kerstdiner op school haalde ik vier verschillende kaarsjes uit mijn tas. Ik stak de ene aan en zette het op mijn tafel terwijl ik uit Johannes 1 begon te lezen:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10 Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11 Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12 Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13 Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.
14 Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. 15 Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’ 16 Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. 17 De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

De leerlingen keken me aan en ik begon te vertellen: ‘God is als dit lichtje hier,’ ik wees op het brandende kaarsje,’ Hij is als het Licht van de wereld, een stralende Morgenster. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf ook God is, leert ons over Hem.’ (vers 18)
‘Jezus laat ons dus iets van het Licht van God zien. Jezus is dus ook,’ ik pakte een kaarsje en stak deze aan, ‘datzelfde licht. Twee dezelfde lichtjes, van dezelfde God. Het vuur wordt er niet anders van. Jij en ik kennen Jezus en Zijn Vader. We hebben uit de Bijbel gelezen en we hebben het de afgelopen weken steeds over Hem gehad, over Zijn geboorte.’
‘God zelf heeft anderen dit licht gegeven om het op te schrijven.’ Een derde kaars ging aan. ‘Dus dit lichtje is ook precies hetzelfde als Gods lichtje. Het licht van God en van Jezus is dus ook in de schrijvers van de Bijbel gevaren. Maar dat niet alleen, nee,’ ik stak ook de laatste kaars aan, ’wij ook! Wij ook hebben datzelfde licht gekregen. Wij lezen ook uit diezelfde Bijbel.’
‘We snappen misschien niet altijd alles, maar God zelf, en Jezus met Hem, wil ons verlichten met zijn Woord. Wij mogen dus ook een lichtje voor God zijn. Sterker nog: Dit lichtje,’ Ik wees op de vierde kaars,’ deze kaars zijn wij! Jij en ik!’
‘Zie je dat? Is het licht van deze vierde kaars anders dan het licht van de eerste kaars? Nee hè? Het is precies hetzelfde! Wij hebben datzelfde licht, hetzelfde geloof!’
Uit mijn tas haalde ik toen 24 waxinelichtjes. Eén voor iedere leerling. Allemaal mochten ze dat ene licht ook zijn. Allemaal stak ik de kaarsjes aan, één voor één. Iedereen kreeg een op de tafel te liggen.
‘Wij, allemaal, hebben het Licht van God en Jezus in en bij ons. Wij zijn bijzonder. Maar weten jullie ook wat lichtjes doen?’ Uit de klas kwam het goede antwoord. ‘Ze geven licht!’
‘Ja,’ zei ik, ‘ze geven inderdaad licht! En weet je: wij mogen ook lichtjes zijn. En dus ook licht geven voor anderen, net zoals Jezus heeft gedaan. Het licht doorgeven.’
Eén leerling kwam al met een goed idee. ‘Als we dit lichtje nu thuis aansteken, geven we het licht ook door! Aan onze ouders!’ Ik knikte goedkeurend. ‘En aan mijn opa en oma!’ zei een ander. Daarna was het hek van de dam. Ieder familielid kwam langs en ook aan hen werd het licht doorgegeven.

Aan het einde van de dag gaf ik iedereen nog eens twee waxinelichtjes. ‘Om het licht extra goed door te geven,’ zei ik.

 

Bij dezen geef ik jou ook twee digitale waxinelichtjes. Ook jij mag het licht doorgeven. En dus ook waar het licht voor staat. Gods Woord, de Bijbel.




Fijne kerstdagen!

woensdag 1 december 2010

Verveel je je?

Jij verveelt je dus? Nu niet meer. Streep deze lijst maar af!

°Wachten tot je een ons weegt en dan dikke mensen uitlachen
°Lieveheersbeestjes boosaardig maken.
°Een trui van spagetti breien.
°Jeu de boules spelen op een mijnenveld.
°Naar bouwvakkers fluiten.
°Alle nullen in het telefoonboek onderstrepen.
°Je goudvis verdrinken.
°Osama Bin Laden zoeken.
°Op miereneter jacht gaan.
°Paardenbloemen blowen.
°Poedersuiker snuiven.
°Een kunstwerk maken van de inhoud van je navel.
°Met je tenen wiebelen.
°Een nieuwe kleur mengen.
°Surfen op de plaatselijke vijver
°Je haar knippen met een kartelschaar.
°Ondersteboven leren lezen.
°Glimlachten tot je kaak verkrampt.
°Het Zimbabwaanse volklied leren zingen.
°Om je zelf heen rennen.
°Deze hele lijst lezen.
°Het uitmaken met iemand die je niet kent.
°Uit de maat dansen.
°Je okselhaar laten groeien en er dreadlocks inlaten zetten.
°Het wilhemus gorgelen.
°De elfstedentocht rijden op je slee.
°Zoveel mogelijk oliebollen tegelijk in je mond stoppen.
°Je kat leren blaffen.
°Snorkelen in je eigen bad.
°Zoveel spekjes eten tot je roze ziet.
°Japanners fotograveren
°Een winterslaap houden
°Je zelf een achterhoeks dialect aan leren
°Slim worden
°Je schor schreeuwen
°Beroemd worden.
°Je papagaai de toespraak van Martin Luther King leren.
°Je gebroken hart met ducktape plakken.
°Cake vlaggetjes in je oren stoppen.
°Een ei uitbroeden.
°Je kat achtervolgen
°Zonnebaden onder je bureaulamp

(dit als tussenweg: ik heb geen tijd om een blog te schrijven deze week)