woensdag 3 november 2010

De wereld als een regenboog (1)

De komende weken wil ik mijn blogs eens een kleur geven. Onder de noemer ‘de regenboog’ kan dat ook. Allerlei passages uit mijn leven zullen de revue passeren.
Vandaag deel 1: ‘Groen’.

---

Ze zeggen dat de lente vol zit met kleuren, maar laten we eerlijk zijn: de herfst kan er ook wat van. Overal waar je kijkt zie je wel weer andere kleuren, tenminste, als je buiten bent. En dan niet alleen in de binnenstad waar de felle kleuren van de neonborden jouw kant op flitsen. Of waar de jassen van alle mensen om je heen vragen om aandacht. Nee, dat niet.

Ik bedoel meer in de natuur. De bladeren van de bomen liggen ofwel op de grond ofwel hangen ze nog aan de bomen, maar de kleuren variëren toch op veel meer vlakken. Is het ene blaadje knalrood, blijkt een ander blad nog gewoon groen te zijn. De dennennaalden springen er ook nog eens tussenuit, evenals de gevallen eikendopjes, tamme kastanjes, beukennootjes en dennenappels.

Op het moment van schrijven zit ik met mijn laptop in het bos. Dat kan want het is droog en ik zit, onder een enorme eik, redelijk beschut tegen de woekerende wind. Af en toe zie ik iemand langslopen. Vaak met een hond, soms alleen maar ook soms met z’n tweeën. En allemaal doen ze exact hetzelfde. Ze kijken me aan en in hun ogen lees je hun blik: Wat doe jij hier met je laptop?

Alle herfstige kleuren doen me denken aan enkele lessen die ik de vorige jaren omstreeks dit moment gegeven heb. Tekenlessen, natuurlessen en zelfs enkele crealessen zijn over de herfst gegaan. En waarom ook niet? De herfst bevat alle kleuren die je nodig hebt om ergens een succes van te maken.

Ze zeggen dat de herfst mensen meer depressief maakt. De dagen worden korter, het wordt steeds kouder en de neerslag lijkt ook niet te stoppen. Mist, regen, hagel en uiteindelijk zelfs sneeuw… het werkt niet mee om echt vrolijk te blijven. Die mensen snap ik, maar begrijp ik niet. (tja, da’s een logica die daar achter zit)

Het mooie is dat je de schoolvakken die ik, zoals eerder gezegd, gaf vaak kon inleiden met mooie filosofische stukken. Niet alleen de vraag ‘waarom heet groen groen?’ is interessant, maar ook de gedachten van de leerlingen zijn bijzonder.
Probeer zelf die vraag maar eens te beantwoorden. En kom niet met antwoorden als: ‘als groen blauw heette, hoe heet blauw dan?’ of ‘omdat alles anders in de war raakt’.

Regelmatig filosofeer ik wat met mijn leerlingen. Ze weten dus welke antwoorden ik wil, en welke niet. De één startte simpel met het verklaren van groen alsof hij wilde uitleggen hoe een puntenslijper werkt. Chronologisch en gestructureerd. Een ander begon bij het begin, bij Adam. Maar de mooiste verklaring kwam van een zevenjarige leerling. Met glinsterende ogen vertelde ze dat zij, toen ze vier was, met haar opa het bos in ging en dat haar opa haar steeds zei wat voor boom het was. En zij mocht vertellen welke kleur de blaadjes hadden. En steeds maar weer waren de blaadjes groen. En steeds zei haar opa: ‘Ja! Mooi groen zijn ze, hè?’

Nu snap je de verklaring van haar misschien niet helemaal, of helemaal niet. Misschien moet ik er bij zeggen dat enkele weken later haar opa stierf. Dat ze daar een hele tijd mee heeft gezeten. Dat het haar flink geraakt heeft, zoals alle sterfgevallen doen bij mensen.

Toentertijd, ik was op stage bij haar in de groep, heb ik in een kleine kring haar eens gevraagd wat het laatste was wat ze van hem herinnerde. En de dag erna gaf ik een tekenles met deze filosofische vraag aan het begin.
Ze vertelde haar verhaal en die glinstering in haar ogen werd al gauw een traan. Die traan werd al gauw een bui. Toen ze uitgepraat was, nam de juf haar even apart. Toen ze terug kwam lachte ze en ging ze ook aan het werk.

Ik sprak de juf aan het einde van de dag en vroeg haar naar dit moment. Ze zei niets meer dan dat groen vanaf dit moment haar lievelingskleur was.
Sindsdien kleurde ze heel veel met groen. Haar tekening was ook één van de mooisten. Allerlei groentinten wisselden elkaar af.

Net als tijdens de herfst in het bos. Groen op groen. Mooi dat het is! Voor iedereen die nog niet naar het bos is geweest in de herfst: GA.

Groen als bladeren.

woensdag 20 oktober 2010

Om succes te hebben, moet je falen

Vandaag wil ik eens beginnen met een vraag. Dat is iets wat ik niet vaak doe, maar op deze manier wil ik jullie ook eens - figuurlijk dan - wakker schudden.

Wat betekent het als je niet faalt?

De meeste mensen antwoorden wanneer ze deze vraag voorgeschoteld krijgen, met het volgende antwoord: ‘Niet falen betekent succes hebben.’

Succes. Dus als je dat goed begrijpt lijkt het wel alsof falen en succes antoniemen zijn geworden, tegengestelde dingen die hoe dan ook niet hetzelfde kunnen zijn. Twee aparte begrippen, met een kleine link doordat ze elkaars uitersten zijn.
Dit is absoluut niet het geval. Het is namelijk zo dat de twee woorden op dezelfde weg staan. Ze hebben meer met elkaar gemeen dan je zou denken.
Ook al lijkt het dat falen en succes echt de tegenpolen van elkaar zijn, ik wil eens een andere zienswijze hieraan toevoegen. Out of the box, denk maar eens mee.

Het tegengestelde van niet falen is, gek genoeg, falen. Het lijkt belachelijk, het klinkt absurd dat als je dus niet faalt, dat je faalt. Maar lees maar door, ik zal dit proberen uit te leggen.

Ons leven kun je zien als een trip. Niet zo eentje waar je ‘speciale medicijnen’ voor moet hebben, alhoewel dat wel kan, maar een gewone tocht. Een lange reis waar we dingen leren door te doen en door risico’s te nemen. We proberen de beste persoon te zijn die we kunnen zijn. Maar elke keer dat we stoppen met het nemen van risico’s en weglopen bij mogelijke faal- en baalmomenten, stoppen we met groeien en missen we de dingen die ‘zouden kunnen zijn’. We houden, door weg te blijven van missers, onze persoonlijke groei tegen.

De enige manier voor jou en mij om te komen waar we willen komen, waar we willen zijn en wat we willen bereiken is door te falen. Door dingen verkeerd te doen, te mislukken en fouten te maken. Door het falen kunnen we leren van die fouten die we gemaakt hebben.
Je zou dus kunnen zeggen dat elke keer dat je faalt, je een stap dichter bij het succes bent gekomen. Zonder falen is er geen succes.

Ik zeg dat om je te troosten. Je hoeft niet angstig te zijn om te falen. Integendeel, als je op een plek bent waar je al een tijdje niet gefaald hebt en jezelf niet in zo’n situatie geplaatst hebt, zou je dat eens moeten doen. Haal jezelf uit de veilige zone en probeer wat nieuws.
We moeten leren dat falen net zo goed deel van ons leven is als, laat ik een voorbeeld geven, het sterven of belastingen betalen; Het zal nooit verdwijnen en, nog belangrijker dan de dood of de belastingen, we kunnen een heleboel leren - en dus groeien in het leven - als we leren wat falen is.

Om succes te hebben, zal je moeten falen. Omhels dit idee en leer om blij te zijn de volgende keer dat je faalt. Geniet van je fouten.

---

Tja. Dit zeg ik dan. Het klinkt allemaal zo mooi. Geniet van je fouten. Wees niet bang om iets fout te doen. Iedereen die me kent die zal nu denken, zeggen of zelfs van de daken schreeuwen dat dit niet bij mij past. Het hoort niet bij mij.
En gelijk hebben ze. Ik mocht willen dat ik blij kon zijn met fouten die ik maak. Het is echter het tegengestelde. Ik word boos, onrustig en soms lichtelijk depressief door fouten.
Maar, lichtpuntje in de duisternis, er is één ding wat ik geleerd heb door mijn fouten: Ik kom er altijd sterker uit.
Ook al duurt het een tijdje. I’m back! 

woensdag 6 oktober 2010

Een neurotisch pluisje

Elk jaar gebeurt het me een paar keer, vooral in de herfst. Ik krijg last van een enkel pluisje op de grond van de kamer. Dat ene pluisje dat er - laten we heel eerlijk zijn - waarschijnlijk al enkele weken ligt, irriteert me mateloos. Het ligt daar maar niets te doen en het is gewoon een stoorzender. Mijn ogen worden automatisch er naar toe getrokken, alsof het een magneet is.

In het begin ontken ik het bestaan ervan, ik laat het liggen en doet net alsof het er niet is. Elke ochtend voor werktijd loop ik erlangs, mijn ogen gewoon de andere kant op. Soms lukt dat. Meestal wind ik me nog meer op over het feit dat het daar ligt. ’s Avonds precies hetzelfde.

Ik kan er ook niets aan doen! Ik heb het daar niet geplant. Iemand anders zal het daar wel hebben neergelegd, ik niet. Het is niet van mij, dus laat ik het liggen. ’t Zal wel door m’n broertje achteloos zijn weggegooid, niet wetend dat hij er anderen mee zal irriteren. Maar dat gebeurt dus wel.

Zo ging het twee weken. Twee hele weken heb ik het ‘zijn’ van het pluisje door de vingers gezien. Gedaan alsof het niets was, alsof het niet bestond. Totdat ik zag dat het pluisje een paar vriendjes op bezoek had. Het was er nu niet één meer, nee, het waren er al vier!
Vier hele pluisjes! Ik heb ze geteld!

Mijn vuisten vormen zich tot ballen en ik voel de woede mijn lichaam overnemen. Door mijn hoofd schieten talloze maatregelen, de één nog rigoureuzer dan de ander. De meeste bevatten op z’n minst een ‘Deze actie is niet geschikt voor kinderen onder de twaalf jaar’-stempel. En die van geweld. En - alhoewel ik dit nooit zal toelaten - ook één van grof taalgebruik. En mogelijk het discriminatie-stempel ook. Want hij is klein, en ik ben enorm. En met mijn woede tel ik voor twee.

Eén van de aders op mijn voorhoofd voel ik gewoon kloppen. Klop-klop, klop-klop…Mijn adem gaat vooral door mijn neus, mijn lippen zijn op elkaar geklemd en vormen één lijn. ‘No more mister Nice-guy’, vanaf nu is het afgelopen. Geen gezeur, ze gaan eraan! Hou de brandblussers maar gereed, schrik niet van al het lawaai en - bovenal - bel geen 112.

Opeens gaat de deur open. Een gemompeld ‘hoi’ verslapt mijn furie tijdelijk. Mijn broertje wandelt binnen. Hij heeft net gevoetbald en gooit zijn sporttas op de grond. Precies op de plek waar de pluisjes zaten! Magnifiek! In één keer heeft hij het probleem verduisterd! Mijn woede daalt, mijn ademhaling gaat weer rustiger en mijn vuisten beginnen weer op handen te lijken. Eindelijk. Probleem opgelost. Toch?

Dat dacht ik. Totdat mijn broertje de tas weer weghaalde en er nu geen vier, maar vijf pluisjes lagen. Vijf! Vijf van die verschrikkelijk irritante pluisjes. Niet één, niet twee, ook geen drie of vier, maar vijf! VIJF!
Op een zo vriendelijk mogelijke toon - lees: snauwend en bits - vraag ik hem om de pluisjes even op te ruimen. Hij kijkt me aan, kijkt naar de pluisjes, kijkt me weer aan en zegt dan: ‘Oké.’
Diep van binnen zucht ik van opluchting. Eindelijk, het probleem is opgelost.

Hij lijkt te gaan bukken maar besluit op het laatste moment iets anders te doen. Hij schopt de pluisjes weg. ‘Zo,’ zegt hij, ‘nu liggen ze daar niet meer. Ik ben boven!’
Hij heeft gelijk. De pluisjes liggen niet meer op de plek. Nu liggen er vijf pluisjes op vijf verschillende plekken, overal verspreid door de kamer. Ik kan weer van voor af aan gaan beginnen.

---

Op dit moment gaat - of is al gegaan - er een gedachte door je hoofd die zegt, roept of zelfs schreeuwt: ‘Martijn, ruim dat ding gewoon op. Dan ben je klaar! Dan erger je je niet meer aan een pluisje.’ Of misschien zelfs wel de gedachte: ‘Doe niet zo moeilijk. Je druk maken over pluisjes? Je bent gek!’
En als klap op de vuurpijl hoor ik: ‘Wow Martijn, heb jij OCD?’ (met als stille achtervolger: ‘ik ook.’)

Die vragen van jullie zal ik straks wel beantwoorden. Ook als je andere vragen hebt, reageer gewoon en ik beantwoord. Maar laat me nu gewoon even het verhaal afmaken. Oké?

---

Op dat moment - jeweetwel, toen de pluisjes zich verspreid hadden - kon ik twee dingen doen. Heel erg boos worden, mijn broertje compleet martelen en het uitschreeuwen van woede of rustig blijven.
Ik koos voor het laatste. Ik bleef rustig, zong voor mezelf het liedje wat Bassie altijd zong in dit soort situaties en sloot mijn ogen. Toen ik, drie minuten later, gekalmeerd was, had ik genoeg durf en energie opgedaan om op te staan, de pluisjes te laten liggen en de deur open te zetten. Frisse lucht doet toch wat met je.

Het kalmeert en de koelte verfrist je ook. Het geeft je nieuwe kracht om na te denken, dingen vanuit andere perspectieven te bekijken en dus ook tot andere oplossingen te komen. Vaak, als ik in een impasse zit, ga ik even een stukje lopen. Het liefst in het bos, maar soms ook gewoon een blokje om. De lucht helpt me alles te ordenen en te overzien. Probeer het zelf maar eens. En mocht het niet lukken, loop dan eens een stukje met mij mee. Problemen hebben een neiging om zichzelf (een beetje) uit de knoop te helpen als je ze hardop uitspreekt. En twee weten meer dan één.

Toen ik dus buiten stond kreeg ik in een ingeving. Ik liet de deur wagenwijd openstaan en liep naar binnen, bukte bij alle pluisjes en pakte ze op. Voorzichtig - want anders waaien ze alsnog uit mijn hand - liep ik naar de container en gooide ze daar in weg. Opgeruimd staat netjes, dacht ik. Maar toen zag ik het.

Door de lucht zweefden allerlei kleine witte pluisjes, afkomstig van een hoge boom. En aangezien hoge bomen veel wind vangen, vlogen de pluisjes alle kanten op. Waaronder naar huis, waar de deur open stond en als een mond de pluisjes naar binnen probeerde te lokken. Ik sloot mijn ogen, haalde diep adem en liep naar binnen.
De pas gevallen pluisjes pak ik ook op en gooi ik in de vuilniszak. Opgeruimd staat netjes.

Je kan, ook al voel je je zo machteloos, altijd iets doen. Begin simpel. Stap voor stap. Zelfs de grootste problemen kunnen worden aangepakt. Vecht er niet tegen, accepteer en omhels het. En begin dan met opruimen. Boos worden helpt toch niet.


woensdag 22 september 2010

Yes we can!

Weet je nog hoe Obama aan zijn huidige werk kwam? Overal waar hij kwam zweepte hij de mensen op met één simpele boodschap: ‘Yes we can!’ Op die manier gaf hij iedereen het gevoel dat hun stem er toe doet, dat zij er mogen zijn.
Misschien meent hij dat ook wel daadwerkelijk. Ik kan niet in zijn gedachten kijken. Maar wat ik wel merk is dat hij in die dagen dat hij nu president van Amerika is, meer tegen- dan voorstanders heeft gevonden.

Trouwens, Obama wordt gezien als de eerste zwarte president van Amerika. Ik weet er zo nog drie op te noemen. David Palmer en zijn broer kan je zien als voorgangers van Obama en dan heb ik het nog nieteens over Morgan Freeman. Die man die speelt alles!

Het sluiten van Guantanomo Bay heeft als gevolg dat de gevangenen nu ergens anders gevangen gezet worden. Je laat die mensen toch niet lopen? Dus nu zijn in het voormalige Oostblok en in arme Afrikaanse landen enkele zwaarbeveiligde ‘huizen’ gebouwd. Met Gitmo wist je tenminste waar die mensen waren, nu kunnen ze overal zitten.

Of het zorgstelsel wat Obama verplicht heeft. Iedereen heeft een ziektekostenverzekering. Gek genoeg zijn de Amerikanen daar ofwel compleet voor, ofwel compleet tegen. Je ziet rijke en arme Amerikanen samenkomen om een protest in te dienen of het te steunen.

Je vraagt je nu waarschijnlijk af wat ik wil met dit hele geraas over Obama en de Amerikanen. Eigenlijk is het simpel. Verandering, welke dan ook, doet mensen nadenken over alles. Soms is verandering goed, soms ook niet. Sommige veranderingen hebben zowel voor- als nadelen.
Een verandering die goed is, bijvoorbeeld, is de uitvinding van penicilline. Een voorbeeld van een foute verandering ligt bij bijvoorbeeld het gedachtegoed van Hitler. En een voorbeeld van zowel goed als fout ligt bij de auto.

De wereld veranderd. Elke dag zijn keuzes die we maken - en die voor ons gemaakt worden - bepalend in hoe de wereld de volgende dag er uit ziet. Sterker nog: zelfs de minuten na een keuze kunnen alles al veranderen. Alles wat we doen heeft een impact op de wereld. Wij beïnvloeden de wereld.
Natuurlijk zijn de keuzes die we maken niet direct wereldnieuws. Het zou wat zijn als morgen de kop in het landelijk dagblad is dat Martijn voor het eerst een energiedrankje gedronken heeft. Dat zou wel al te gek zijn.
Trouwens, afgelopen zomer heb ik inderdaad voor het eerst zo’n blikje gedronken. Smerig zoet, moet ik zeggen. Maar ik werd er wel hyper van. Nog meer hyper-der dan ik al ben. En ik denk dat ik niet snel weer zo’n blikje neem. Dus eenmalig, Cynthia! J

Wij bepalen de toekomst en het heden. Als wij massaal een auto gaan kopen en er flinke hoeveelheden benzine tegenaan gooien verpesten we de wereld. Voor ons zal het nog wel leefbaar blijven, maar wat te denken van ons nageslacht? Wat laten wij voor de wereld achter?

In plaats van hersenloos dingen achtervolgen kan je ook eens nadenken. Wij maken de toekomst. Wij kunnen zorgen voor veranderingen.

Yes we can!

woensdag 15 september 2010

Ik word altijd wakker met een wijsje in mijn hoofd...

Je hebt van die mensen die elke morgen weer met een verkeerd been uit bed stappen. Die elke keer weer met een humeur hun slaapkamer verlaten. Die echt absoluut eerst een dosis cafeïne moeten hebben om überhaupt te kunnen functioneren. Zo'n iemand ben ik dus helemaal niet.

Natuurlijk is het niet zo dat ik, zodra de wekker gaat, direct naast mijn bed sta of dat ik nooit een humeur heb. Dat zou pas apart zijn. (Apart? Ja, best wel...)
Desondanks ben ik wel iemand die elke ochtend weer uit zijn bed stapt (of in mijn geval soms rolt) en dan ook vrolijk de dag begint. Dat ben ik ten voeten uit.

Elke werkdag begint mijn ochtend rond half zeven. Mijn wekker gaat af, de radio begint te spelen en tik met mijn voeten mee op de maat van de muziek. Tien minuten later stap ik mijn bed uit, was me en kleed me aan, waarna ik de radio uit zet. Ik drink mijn ontbijt (ja, weer zo'n tijdelijk iets: ik drink tegenwoordig van die drinkontbijten ipv niets te eten. Eerder dronk ik gewoon twee bekers melk op de vroege ochtend. Heerlijk. En ga nu niet zeuren dat ik het belangrijkste maal van de dag mis. Ik mis helemaal niets. Punt) en poets mijn tanden. Vervolgens pak ik mijn tas en jas, draai de deur open om hem nadat ik er door heen ben gelopen weer dicht te draaien en wandel de meters naar mijn auto.
Instappen, radio aandoen, starten, ruiten schoonmaken, verwarming aanzetten (het is koud 's ochtends!!!) eerste versnelling, handrem neer, gordel om en lichten aan. En dan lekker rap wegrijden.

Vaak ben ik als eerste op school. Zingend, neuriënd of fluitend loop ik dan rond, de dagelijkse dingen doende.
Mijn collega's druppelen binnen en lijken zich te ergeren aan mijn 'vrolijkheid'. Met een snauw: 'Het is half acht, jong.' en schuddende hoofden lopen ze weg. Zeker gisteren en vandaag: 'Op een grote paddestoel...' (Even uitleggen: in de hal staat een herfsttafel met daarop champignons en shi-takes. Tja... hoe ik bij kabouters kom...)
Rond kwart over acht kijken zelfs de leerlingen op van mijn zingen en kijken me raar na.

Het kan dus niet aan mijn leeftijd liggen dat mijn collega's me raar aankijken als ik zo vrolijk door de gangen huppel. Zelfs de kids vinden het raar.

Tja. Ik ben gewoon van het slag: 'Ik word altijd wakker met een wijsje in mijn hoofd!'

Wat is jouw excuus?

(geschreven op 1-10-09)

woensdag 8 september 2010

Het leven is (g)een spelletje

Ik ben soms best wel een gamer. Ik speel regelmatig spelletjes op de computer, mijn gameconsole en ook - bij wijze van uitzondering - wel eens op tafel. Het ene moment race ik door de straten van een willekeurige stad terwijl de politie achter mij aan scheurt. De sirenes zijn oorverdovend hard en via de politieradio hoor ik dat er wellicht een helikopter ingezet gaat worden.
Het andere moment houd ik online mijn boerderijtje bij. Het hennetje legt enkele malen per dag eieren, het onkruid en het ongedierte verschijnt af en toe - waarna ik het weer weghaal - en soms is het tijd om iets te oogsten.
De zeldzame keren dat ik echt met anderen een spel doe - niemand hier thuis vind spelletjes echt leuk - dan is het al een potje monopoly, poker of klaverjassen. En heel soms Cluedo. Want wat is nu leuker dan een moord op te lossen?

Ook geniet ik stiekem om soms een moordje te plegen. Soms met de wapens van nu, schietend in het wilde weg of gericht, soms met het zwaard of te paard iemand omver te kegelen. En natuurlijk, één der mooiste momenten achter een gameconsole: het moment dat je iets helemaal goed beheerst!
Zoals bijvoorbeeld bij Guitar Hero. Je speelt zelf op een ‘gitaar’ en speelt mee met Queen, de Beatles of Green Day. Ik schep er een waar genoegen in om - weliswaar achter gesloten deur - luidkeels mee te jubelen en tegelijkertijd om het moeilijkste niveau mee te spelen. Mijn uitlaatklep eerste klas!

Maar het mooiste moet nog komen: Er is - al heel erg lang trouwens - een spel waarmee je echt alles kan wat je in het echte leven ook kan! Alles!
Noem maar op, het kan in het spel. Even een paar voorbeeldjes:

- Eten? De koelkast zit vol met eten en drinken!
- Een boek lezen? De boekenkast is dichtbij!
- Slapen? Als je een bed hebt, kan het!
- Naar de wc gaan? Met het toilet kan het!
- Klussen? Waarop niet?
- Zelf iets moois maken? Natuurlijk kan het, je kan het zelfs verkopen!
- Muziek maken? Kies maar uit! Piano, gitaar, drums, viool…
- Een spelletje doen? Noem het spel maar op, je kan het!
- Een carrière beginnen? Tientallen om uit te kiezen!
- Boodschapjes doen? Er zijn winkels genoeg!
- Studeren? Het kan er, op meerdere plekken zelfs!

Je kan zelfs vriendschap sluiten met anderen, trouwen, kinderen krijgen… Slapen, wakker worden, koken, de krant lezen, rekeningen betalen, lichten aan- en uitdoen… Zelfs kan je met het spel op vakantie gaan! Wintersport, bakken op het strand of lekker kamperen in de wijde natuur… zelfs dat kan met het spel.
Het lijkt het echte leven wel!

Het enige wat je maar hoeft te doen is een fictief personage maken - welke best gebaseerd mag zijn op echte personen - en met hem of haar gaan spelen. Ga vanuit je luie stoel met je persoontje aan het werk, laat hem de politiek in gaan of haar lekker op de kinderen passen. Eten opdienen, even douchen en naar bed om de volgende ochtend een stukje te gaan joggen…

Je hoeft je huis niet meer uit om alles te kunnen doen. Niet meer op vakantie, naar het werk, op de kinderen letten, lezen, leren, slapen… Je personage doet het allemaal toch al?

Toch moet je bij het spel wel opletten: je karakter moet genoeg eten, soms naar de wc of zich douchen, slapen en contact hebben met anderen. En natuurlijk moet je huisje er een beetje mooi uitzien, het moet geen zwijnenstal zijn…

Je zou haast vergeten dat je naast het spel zelf ook wat moet eten, en ook moet slapen.

Of zou er iemand zijn die jou opdrachten geeft door met de muis iets aan te klikken? Een muisklik voor schrijven, een muisklik voor muziek aanzetten en even later weer uit te zetten? Een muisklik die er voor zorgt dat je boodschappen doe of de auto pakt om naar het werk te gaan? Een enkele klik die je leven bepaalt? Iemand die met de muis jou rondjes kan laten lopen? Iemand die controleert wat je doet?

Een rare gedachte dat je niet zelf bepaalt wat je doet. Dat iemand aan jouw touwtjes kan trekken. Jij, een marionet. Een handpop. Een fictief personage.

Dat je niet meer in staat bent om zelf na te denken, dat alles voor je wordt bepaalt. Je hebt geen gedachten anders dan die van diegene die je bestuurd…

Zie je het voor je?



Echt waar?



Jij, die helemaal niets meer uit jezelf kan doen?



Alleen maar orders volgend?



Zie je het?



Denk dan nu eens aan kinderarbeid. Kinderen die geen eigen leven leiden. Of eigenlijk, kinderen die lijden. Elke dag lange tijd aan het werk voor een schijntje. Belachelijk niet?
Niet zelf kunnen beslissen wat ze willen. Niet zelf kunnen en mogen spelen. Geen kind kunnen zijn.

donderdag 2 september 2010

De Helpdesk van Ziggo

Ziggo had laatst een nieuwe slogan: "Hier wordt u behandeld zoals het hoort." 

Als dat zo is, word ik liever behandeld zoals het niet hoort. Want in dat geval betekent 'zoals het hoort' een product aanbieden dat aan alle kanten kraakt en rammelt. Dat product is internet. Of bellen. En het kraakt en rammelt niet eens, het houdt er gewoon mee op. 'Poef!' Uit. 

Dus een paar keer per maand kruip ik over de grond om tussen snoeren en kamerplanten stekkers van kastjes in en uit het stopcontact te doen. Na ongeveer een uur begin ik tegen de kastjes te schreeuwen: "Aaah! Je lampjes branden! Je zou het moeten doen!" En dat is het moment waarop ik besluit de helpdesk te bellen. 

Alle mensen die die helpdesk bellen hebben hetzelfde traject doorlopen als ik. Kruipen, stekkers, schreeuwen. Al die mensen zitten op het hoogtepunt van emotionele instabiliteit. Dus wat doet Ziggo? Die zette het helpdesk-kantoor vol met trage, mompelende studenten zonder tactiek maar mét een onverstaanbaar dialect. Zo'n student brabbelde dan: 
"Oe moet die sjtekker er outhalen ennem er na faif minoete wier indoen." 
Of: 
"'t zel wel 'n stoaring weez'n. Jèè, inderdèèd, 'n stoaring. Hoe lang of 't duurt? Pffffff...Dát kan'k niet zien hoar." 

En uiteindelijk verkeerde je na het bellen met de helpdesk in een nog veel uitzichtlozere situatie dan ervoor. Maar vandaag was alles anders. Ziggo heeft er ècht werk van gemaakt. Het traject van kruipen, stekkers en schreeuwen was hetzelfde. 
Maar toen ik de helpdesk belde kreeg ik iemand aan de telefoon die met warme stem níets over stekkers zei. Die me niet op de zenuwen werkte, maar me gewoon vertelde dat er een storing was. Ze zei niet "we wisten het al" maar "Er wordt aan gewerkt". 

Ik zag levensechte monteurs in overalls voor me, met een gereedschapskist. Dat was me nog nooit overkomen tijdens het bellen met de helpdesk. En toen ik zei dat ik internet nú nodig had, antwoordde zij dat er ook internetaanbieders zijn die een storing wél binnen 24 uur verhelpen, "maar die zijn vaak drie keer zo duur." 
Het was vast de manier waarop ze het zei waardoor ik dacht: "Inderdaad. Had ik maar een duur internetabonnement moeten nemen. Die storing is mijn eigen schuld." 

"Het kan twee dagen duren voor het opgelost is," besloot ze ons gesprek, "maar het is mooi weer, dus misschien kan je iets buiten gaan doen." Kijk, dat is nou zoals het hoort. Niet alleen vertellen wat níet kan, maar ook leuke dingen noemen die wél kunnen. Ik ben nu al benieuwd welke activiteiten ze komende zomer gaat voorstellen. 

Of zou er tegen die tijd zelfs nooit mee een storing zijn??