donderdag 19 augustus 2010

Wie bewaakt de bewaker?

Heb jij dat ook wel eens? Dat je denkt: 'Wat zullen we nu beleven?'

Dat overkwam mij laatst ook. Ik was op de terugweg vanuit Groningen - waar ik een vergadering had - naar de volgende vergadering in Assen. En toen gebeurde het.

Ik wist niet wat me overkwam, zo ineens gebeurde het. Maar de actie die ik ondernam maakt het allemaal nog ongeloofwaardiger. Echt waar!

Ik reed een slordige 120 kilometer per uur op de A28 - alhoewel het ook wel eens in de buurt van de 130 kon zijn, of meer - met de muziek keihard aan. Daardoor heb ik de neiging sneller te rijden dan dat er op de Nederlandse snelwegen mag, maar dat geheel terzijde.

Ik reed dus 'vrij snel' toen ik opeens in mijn zijspiegel een rood/wit/blauwe auto aan zag komen rijden. 'Sh!t,' dacht ik, 'heb ik weer...' en mijn rechtervoet schoot omhoog om zo wat snelheid te minderen.

Toen ik net onder de 120 kilometer zat schoot de auto langs mij, mij in een wolk van uitlaatgas achterlatend. En dat liet ik niet over mij heen komen.

Ab-so-luut niet!

Met mijn rechtervoet die het gaspedaal de vloer indrukt, schiet mijn autootje vooruit, achter de mooie politiewagen aan die - en dit is het meest belangrijke - geen sirene of zwaailichten aan heeft.

Terwijl ik zo rond de 140km/u rijd en de politiewagen nader, zie ik de politieagent in zijn spiegels kijken. Hij geeft richting aan, veranderd van rijbaan en laat mij er langs. En toen begon het.

Ik ging voor hem rijden, reed weer de toegestane 120 kilometer per uur en zag hoe de politieauto, net als ik, bij de afrit eraf ging.

Samen reden we langs de carpoolplaats, waar ik toch afsla als ik de politiewagen hetzelfde zie doen. Zijn knipperlichten stonden ruim voor de afslag aan, dus deed ik hetzelfde.

Eenmaal op de carpoolplaats stap ik uit mijn wagen en klop op zijn raam.

De man kijkt mij raar aan en drukt op een knopje waardoor het raam naar beneden glijdt. 'Ja?' klinkt er aarzelend uit het raam, in een wat brommerige toon.

Ik zie schuin achter mij een andere politieagent uit een auto stappen, maar dat hinderd me niet. 'Weet u wel hoe hard u reed?' vroeg ik hem.

Je had de blik van de man moeten zien. Verbazing en ongeloof dropen er vanaf.

Stamelend zegt hij: 'Te snel neem ik aan?' Ik knik.

Achteraf is dit wel het meest frappante punt. De man kreeg opdracht om een collega hier op te halen en was wat laat. Zijn collega stapte al in de wagen, hoofdschuddend van het lachen. Hij had het hele verhaal aangehoord en vroeg uiteindelijk: 'En toen heb jij 'm maar aangehouden?'

Ik knik, bloedserieus als ik ben, en zeg: Quis custodiet ipsos custodes?

Uiteindelijk vervolgen we allemaal onze wegen. Maar wie let er nu op mij, als ik op de agenten blijf letten?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten