donderdag 28 juli 2011

De Ontmoeting 2 – Open Water?!


Vorig jaar schreef ik al een stuk over een ontmoeting die ik had met een bijzonder iemand. Iemand die net als ik bijdehand kan zijn, meligheid als voortouw kent en meestal toch druk is. Iemand die het niets kan schelen wat de anderen van hem vinden, want hij is uniek en ‘one of a kind’. Er is er maar één als hij – wat waarschijnlijk gezien kan worden als een zegen voor de mensheid. Desalniettemin mochten mijn nicht Cynthia en ik weer een dag met hem optrekken.
Iedereen die Vissie kent beaamt dat hij knettergek is. Ik stel me hem vroeger in een school voor, vol met anderen die hem vanuit de hoogte bezien omdat hij anders is. Hij is iemand die tegendraads is, de dingen op zijn eigen manier wil doen en ook doet en bovenal iemand die je of geweldig of verschrikkelijk vindt. En niets anders.
Hij had alles tot in de puntjes geregeld: treinkaartjes voor ons, een envelop met een blanco papier waar onze reisdoelen op stonden (lees: doelloos rondzwerven in Nederland) maar, en dat was het belangrijkste, zelf was hij er ook.

We troffen Vissie al koffie-drinkend aan op het station van Zwolle. Terwijl hij voor ons ook een bakje regelde (“Hé juffie,” riep hij, “nog twee bakkies hiero!”) en wij plaatsnamen pakte hij de treinkaartjes voor ons. Twee dagkaarten eerste klas treinen. De hele dag geldig. Slurpend in zijn koffie vertelde hij dat hij vandaag het plan had om ons vandaag een deel van zijn wereld te laten zien. Dingen die wij nog nooit zo gezien hadden.

Enkele minuten later zaten we in een – niet geheel onbelangrijk – compleet lege eersteklas treincoupe en zaten we flauwe grappen te bedenken die we moesten en konden uithalen gedurende de dag. Menig opdracht werd vooraf aangeduid als ‘niet-leuk’, terwijl na het uitvoeren we gedrieën niet meer bijkwamen van de lach. Bijvoorbeeld:
-          Vraag in een winkel aan de minst snuggere werknemer of je hier ook met Fins geld kan en mag betalen
-          Laat willekeurige mensen je de tijd vertellen terwijl je onder of bij een klok staat
-          Praat een willekeurige (of zelfbedachte) taal om mensen van hun stuk te brengen
-          Zwaai naar alle mensen op het station als de trein wegrijdt of – nog leuker – doe net alsof je iemand kent die nog op het station staat. Klop op het raam en zwaai!

Zo zijn er nog wel enkele opdrachten te verzinnen. Terwijl we in de trein naar Arnhem zaten en de stations voorbij vlogen merkten we op dat Vissie wel wat ouder en breekbaarder was geworden. Een stuk van zijn staart was afgebroken geweest en ook vertelde hij honderduit over zijn nieuwe avonturen waarin hij toch vooral zijn best deed om geen mensen te irriteren. Hij stond stil op zijn plek, bewoog niet en toch kreeg hij klachten. Jammer hoor.

In Arnhem namen we in een winkel een kopje koffie, verwachtend dat het wel wat gezelliger zou worden dan ons drie en de twee werknemers. Niets was daarvan echter waar. Een twintigtal minuten zaten we daar, genietend van de koffie, totdat Vissie besloot dat de muziek nu zodanig depressief was dat hij wel weg moest. En dat deden we dus. Arnhem bleek niet de meest geschikte plek voor hem, dus gingen we weer naar het station.

De volgende trein was iets drukker, maar ook die eerste klas was nog leeg. Onderweg naar Utrecht wist Vissie wel alle lampen aan te krijgen met zijn vinnen. Aangekomen in Utrecht besloot Vissie wat kaartjes te sturen naar mensen die hij kende. Cynthia en ik konden niet achterblijven en schreven ook een kaartje.
Toen we ook gegeten hadden in Utrecht trokken we verder naar Amsterdam, via Schiphol. Dat laatste was wel even een gok: vorig jaar zaten er meerdere bewakers achter Vissie aan en daarom achtten we het veiliger om niet te lang aldaar te blijven. Dus onderweg naar Amsterdam.

In Amsterdam toverde Vissie een tweetal kaartjes voor een rondvaarttocht uit zijn schubben. Zelf hoefde hij geen, hij zou via het water de boot in duiken en dus zo ook de prijs niet hoeven te betalen. Eenmaal in de boot wachtte hij ons al op.
Na een kwartier wachten, waarbij Vissie ons opdraagde zo breed mogelijk te gaan zitten zodat er niemand bij kon, vertrok de boot. Alhoewel de schipper een heleboel trachtte te vertellen, deed Vissie ook een duit in het zakje en begon te vertellen over zijn voorouders die al leefden toen de eerste grachten gebouwd werden en nog meemaakten hoe de tweede en derde ring grachten werden gebouwd. Vissie mag dan klein zijn, hij weet veel!

Nadat hij meermalen had geklaagd over de kwaliteit van het water en dat mede daarom zijn familie had moeten verhuizen vonden we het welletjes. Gelukkig was de rondvaart ook afgelopen. We stapten uit en gingen in de Beurs van Berlage nog wat drinken. Daar meldde Vissie ons weer dat hij wat kaartjes wilde kopen om op te sturen. Zo gezegd, zo gedaan.
Vervolgens ging de route verder naar Utrecht waar we meer kaartjes kochten, wat koffie haalden bij de Starbucks en tenslotte nog een rondje rond de grachten liepen. We liepen langs winkels, over bruggen en onder de Dom door.

Vandaar vroeg Vissie ons of we al weer hongerig waren: het was al na half zeven. Beiden schudden we het hoofd, dus stapten we de trein weer in, nu naar Zwolle. Daar aten we wat en vanaf daar vertrokken we ook allemaal weer naar huis. Een dag schiet voorbij.

Volgens mijn weten heeft Vissie acht kaarten opgestuurd, allemaal vanaf andere locaties in Nederland en allemaal naar dezelfde persoon, met dezelfde boodschap: Groeten uit […], Liefs. Geen naam, alleen de groeten. De eigenaar daarvan zal zich wel afvragen wat dit te betekenen heeft. Wel een leuk idee overigens.

Een dag met Vissie is nooit lang, maar deze dag schoot voorbij. Twaalf uur treinen, meet dan 10 kilometer gelopen en een uur wezen varen: Een erg leuke dag!

Dankjewel Vissie! Volgend jaar weer?

donderdag 5 mei 2011

Bevrijd... en nu?


Na op de vierde mei twee minuten stil gestaan te hebben bij alle mensen die in en na de tweede wereldoorlog gevallen zijn in oorlogsgebieden is het vandaag vijf mei. Bevrijdingsdag. De dag dat we de vrijheid vieren waar onze (voor)ouders voor gevochten hebben. Een dag die voor de jongeren vooral in het teken staat van het gratis festival dat op dertien plekken in Nederland gehouden wordt. Een goed initiatief om de jeugd betrokken te houden, alhoewel de nadruk niet ligt op de vrijheid, maar meer op andere zaken.

Toch wil ik nu vraagtekens zetten. Want nu we allemaal vrij zijn, wat gaan we nu doen?
Kijkend naar de afgelopen tien jaar merk ik steeds meer dat Nederland zijn soldaten op andere bodems inzet om ook daar de vrijheid te garanderen. Nobel en een mooi streven. Geen bezwaar tegen dus.
Maar hebben jullie wel gekeken hoe het komt dat in de gebieden waar we heengaan oorlog is gekomen? Waarom vechten we in het ene land wel terwijl we het andere land, waar de mensen ons even hard nodig hebben, niet eens proberen te helpen?

Wat zijn de regels? Wie bepaald waar we wel en niet heengaan om de mensen te bevrijden? Ik heb een klein beetje de lijnen gevolgd van de afgelopen jaren. Slechts oppervlakkig, want de ware redenen kunnen we alleen maar raden. Gek genoeg vaak nog correct ook.

Wat is de reden dat we in Afghanistan gezeten hebben? Wie durft er een gok te doen? Het is allemaal erg simpel. Enkel geld heeft ons naar Afghanistan gebracht. Geld dat, goed meekijken, allemaal via Amerika onze kant op komt.
9/11, jullie weten het vast nog wel, en de toenmalige president Bush viel al aan voordat hij toestemming had van de Verenigde Naties. Het zij zo. We kunnen het verleden niet veranderen, enkel de toekomst.
Wij zijn mee gaan doen om de simpele reden dat a) Amerika ons handelsverdragen beloofden (geld) en b) we anders buitengesloten werden van belangrijke vergaderingen (over macht (=geld) en olie (=geld)

Irak precies hetzelfde. Olie-inkomsten doen dus een heleboel voor het leger. Sterker nog: een voorraad olie kon wel eens de bron zijn van veel oorlogen. Denk maar mee: Waarom Egypte niet en Libië wel? Waarom kwamen de Fransen zo laat pas in actie in ‘hun’ Ivoorkust?

Nogmaals: Vrijheid is iets wat we moeten koesteren. Niet vrijwillig oliehaarden aansteken om zo er een slaatje uit te willen slaan.

En het belangrijkste: Het verleden kunnen we niet veranderen. De toekomst wel!

Help jij mee de vrijheid te bewaken?

dinsdag 3 mei 2011

Stilte om me heen


Eén dag in het jaar zijn we allemaal twee minuten stil. Jong en oud, man en vrouw, Nederlander of medelander; het maakt niet uit. Tweemaal zestig tellen stil. Al 65 jaar gebeurt dit, ieder jaar opnieuw.

We zijn stil. Stil om te denken en te overpeinzen wat we eigenlijk allemaal kunnen en mogen. Stil om te gedenken wie dat allemaal voor ons gedaan hebben. Stil om te geloven dat we allemaal deze vrijheid hebben. Stil om te genieten, stil om te vertrouwen.
Stilte waarin we samenzijn. Iedereen in Nederland is stil.

We zijn samen in die stilte. We zijn één. Van de koningin tot aan een klein meisje wat met d’r vader op de Dam staat. Niemand kan op dat moment alleen zijn. Laat dan ook niemand alleen zijn. Zoek elkaar op om niet alleen stil te zijn, maar samen.

Er gaan al jaren stemmen op om deze stilte te stoppen. ‘Het is niet van onze tijd’, zeggen ze. Snappen ze niet dat het juist alles te maken heeft met onze tijd? Onze manier van leven komt door hen! Mijn stilte tegen die mensen spreekt boekdelen. Het maakt hen stil.

Die stilte is oorverdovend. Het roept, het maakt lawaai en is verbijsterend. In de stilte hoor je de geluiden uit de oorlog terugkomen. De opofferingen, het lijden en sterven van miljoenen onschuldige mensen.  Sta JIJ er wel echt stil bij?

Veelal worden de twee minuten niet serieus genomen. Je staat er niet bij stil. Je gedachten dwalen weg van het echte stilzijn. De reden waarom je stil bent vergeet je zo gemakkelijk.
Dat is bij mij ook het geval. Ik vergeet zo snel waarom ik stil ben en bedenk wat ik later ga doen. Ik zoek andere dingen om mezelf bezig te houden, niet de stilte zelf.

Dit keer is het anders. Dit keer bereid ik me voor. Dit keer ben ik echt bezig met vier mei. Ik herdenk de gevallenen en vier de stilte in stilte.

Kijk je met me mee?

Kies op deze site maar eens een verhaal uit. Ik heb ze al gezien. Vier aangrijpende verhalen van mensen die het echt hebben meegemaakt. Niet mensen die het ‘hebben horen zeggen’, niet iemand die - zoals ik - er over verteld, nee iemand die het geleefd en beleefd heeft. 
Het verhaal over het bombardement in Nijmegen is me het meest bijgebleven. 

Hoe gebruik jij de twee minuten?


maandag 2 mei 2011

Amerikaans Hokjes en Vakjes-denken

Het zal je vast niet ontgaan zijn: Osama Bin Laden (schijnt/) is vanochtendvroeg doodgeschoten in Pakistan en zijn lichaam heeft - na alle riten die bij het overlijden van een Moslim horen - een zeemansgraf gekregen. Ik zal nu niets gaan zeggen en noemen over de hoeveelheid foto's die de Amerikanen vrijgaven nadat een zoon van hem omkwam, evenals hoe snel er beelden van Saddam Hoessein 'uitlekten' en de stilte die er nu is qua beelden van Bin Laden.

Ook wil ik niets zeggen over de bizarre reactie die onze eigen minister-president gaf aan het journaal. Want naast dat hij president Obama een compliment gaf, noemde hij deze man ook de 'leider van de vrije wereld'. Hij stelt Amerika dus min of meer boven ons. En daar leg ik, als Nederlander, mijn twijfels bij neer. Maar dat zijn de woorden van Rutte, niet van mij. Ook al zegt hij het niet op persoonlijke titel, maar in zijn functie.

Ik wil het meer hebben over de reactie van de Amerikanen. Ze hebben complete volksfeesten om te vieren dat de man, naar wie ze al negen-en-een-half jaar naar op zoek zijn, gestorven is. Op het journaal zie je feestende massa's in New York en Washington - mensen die compleet uit hun dak gaan nu ze dit weten.
Het grappige is dat de mensen nu ook echt denken dat ze klaar zijn. Nu zit het werk erop. Nu is Al-Qaida uitgeschakeld. Helaas is de meerderheid van de Amerikanen echt zo zwart-wit aan het denken. Er was - volgens hen - echt één man die aan de touwtjes trok, alleen Osama Bin Laden was de man die alles deed. Hij zat overal achter. Meesterbrein en uitvoerder, ronselaar en opleider.

Gelukkig weten wij beter.

Amerikanen met hun Hokjes en Vakjes denken...

donderdag 21 april 2011

Eén minuut stilte…


We leven al weer bijna in de tijd waarin we stilstaan bij de gevallen soldaten en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Een tijd die voor de meeste mensen in Nederland niet geheel begrepen wordt, wij - en ik schaar mijzelf daar vanzelfsprekend ook onder - hebben dit niet meegemaakt. We hebben erover gelezen, mooie (of minder mooie) films gezien en horen ieder jaar rond deze tijd wel weer over veteranen die vanuit Polen, Canada of Engeland deze kant op komen om bij de herdenkingsplechtigheid te zijn.
Dat jij en ik elke dag weer vrij zijn, nemen we aan als iets wat vanzelfsprekend is. We denken er niet eens over na, het is gewoon zo. We kunnen gewoon over straat lopen zonder bang te zijn, we kunnen naar school of naar ons werk en alles gaat gewoon z’n gangetje. Wij hoeven nu niet bang meer te zijn.

Toch komt ieder jaar op de vierde van mei de koningin met haar gevolg de Dam in Amsterdam opgelopen om een krans bij het monument daar neer te leggen. Er is een tweetal minuten stilte om na te denken en stil te staan bij een ieder die zijn of haar leven gegeven heeft voor deze vrijheid. Zij wilden zo graag vrijheid, dat ze het eigen leven ervoor wilden opgeven!

Zie jij dat jezelf al doen? Je eigen leven in de waagschaal stellen om ervoor te zorgen dat anderen, niet jezelf, er beter van wordt? Sterven voor een goede zaak?

Gelukkig zijn er mensen die dit gedaan hebben. Anders zouden wij nu niet vrij zijn. Zouden we niet kunnen doen wat we willen. We zouden allemaal anders zijn.


Er is echter één man geweest die ik hier even wil aanhalen. Hij gaf zijn eigen leven, zodat we allemaal er beter van worden. Niet iedereen in Nederland, niet alleen in Europa, nee. Heel de wereld is beter geworden door het offer dat deze man voor ons gaf.
Hij was net als jij en ik.
Hij was ook bang toen het moment gekomen was.
Hij heeft pijn geleden om ons vrij te maken.
Hij stierf, zodat wij vrij kunnen zijn.
Hij stierf voor al onze zonden.
Alles wat jij en ik verkeerd hebben gedaan, heeft Hij weggenomen.
Hij heeft ons allemaal gered.

Is het teveel gevraagd om dan komende vrijdag, Goede Vrijdag, op z’n minst even daar bij stil te staan? Even te bedenken wat Jezus precies voor jou betekent heeft? Hoe Hij Zijn eigen leven gaf, om jouw leven beter te maken?

Eén minuut stilte laat bij lange na niet zien hoe bijzonder het is wat Jezus voor ons gedaan heeft. Zijn leven gaf hij voor jou!

Denk daar komende vrijdag maar aan…

zaterdag 16 april 2011

(weg)Kijken bij het Onderwijs (3)


(Zie ook deel 1 en 2)

Invallen op basisscholen heeft voor- en nadelen. Voordelen zijn makkelijk te noemen: Als alles gedaan is ben je klaar, je kan zelf aangeven of je wel of niet wilt werken en je kan dus ook buiten het hoogseizoen op vakantie. Nadelen zijn ook (te)makkelijk te vinden: Je bouwt geen band op met leerlingen, collega’s en ouders, je weer nooit exact waar je aan toe bent en natuurlijk heb je geen enkele garantie, waarop dan ook.

Mijn besluit, die nog niet geheel vastligt, is dan ook om vanaf de zomer weer te gaan studeren. Geschiedenis heeft me altijd getrokken. En daarmee kan ik ook meerdere kanten op. Ik heb altijd genoten van de excursies naar musea. Bij een museum werken lijkt me dan ook geweldig.
Zeker ook bij de educatieve dienst daar. Lekker lespakketten in elkaar draaien, gastlessen geven op scholen en rondleidingen organiseren binnen het genre.
Daarnaast kan ik natuurlijk op het middelbaar onderwijs altijd nog geschiedenis gaan geven. Dan valt het basisonderwijs gewoon weg, voor mij in ieder geval.
Dat zou zonde zijn. Niet alleen voor mij, maar ook voor de scholen.

Ook wil ik eigenlijk best Engels gaan studeren in Engeland zelf. Of Nederlands gaan geven in een ander land. Sinds enige tijd kijk ik vol belangstelling naar vacatures uit het buitenland. Nu is dat nog enkel interesse. Maar zal dan misschien om gaan draaien?

Ik buiten het basisonderwijs. Ik zie mezelf het al doen. Houdt iemand me tegen? Dat lijkt me niet.
Ik ben in ieder geval al zover dat als er voor de zomer niets komt, ik heel diep ga nadenken wat mijn opties zijn. Dus, nog een drie maanden…

Wat vind jij dat ik moet doen?

(weg)Kijken bij het Onderwijs (2)


(weg)Kijken bij het Onderwijs (2)

In mijn vorige blog besprak ik veelal mijn kant van de zaak. Als invaller tegen wil en dank, zoekende naar een vaste betrekking die nergens schijnt te ontstaan. Nu ook even de kant van de scholen, die ook hun zegje mogen doen.
Elke school in het noorden moet bezuinigen. Niet zo verrassend ook met het dalende aantal leerlingen. Desalniettemin is er wel een directeur of twee te vinden die serieus met mij in gesprek wil over mogelijkheden die ik zou kunnen krijgen binnen de vereniging. Het antwoord is vaak kort en krachtig: geen!
In een nadere verklaring zetten ze steeds in op de mensen die al in dienst zijn. Die kunnen ze niet zomaar ontslaan! En via schuiven van school naar school worden eventuele gaatjes opgevuld. Nieuw bloed, hoe goed dat voor sommige scholen ook zou zijn, is (bijna) nergens te vinden.
Veel scholen zitten met een overschot aan parttimers. Het is zelfs zo dat een school met dus gemiddeld acht werknemers maar twee vaste krachten heeft. Twee mensen die fulltime aan het werk zijn. Dan heb je een kleuterjuf en een juf voor groep 5/6 en dan vier mensen voor de andere twee klassen (3/4 en 7/8). Een directeur is slechts anderhalf dagdeel per week aanwezig en ook een administratrice is een ochtend aanwezig. En dan heb ik geen IB/RT-er of oa genoemd…

In drie jaren invallen zijn er meerdere ouders bij me geweest met de vraag of ik zou kunnen blijven. ‘Het is beter voor de school, een mannelijk lid van dit team.’ Natuurlijk beaam ik dat, maar daar kan ik niets aan doen. Ook al staat in de advertenties vrijwel altijd de zin ‘onze voorkeur gaat uit naar een man’, toch zijn die vacatures in het noorden gewoonweg ver te zoeken.
Maar niet alleen ouders komen met deze verzoeken. Ook enkele collega’s wilden me graag houden. Zelfs enkele directeuren geven aan dat ik de eerste ben die ze zullen vragen, mocht er een gaatje vallen. Hetgeen toch niet gaat gebeuren, want dan gaat de interne molen draaien en wordt voor een ander besloten dat het beter is om daarheen te gaan. Probleem opgelost voor de school, maar mijn probleem blijft.

Nogmaals: het onderwijs vind ik echt het einde! Elke dag heerlijk lesgeven en genieten van de leerlingen is iets wat ik het liefst dagelijks zou doen. Maar nu, zeker na drie jaar invallen, begint het bij me te knagen. Waarom heb ik nog geen vaste baan? Wetende dat er genoeg werk is voor een invaller (overal worden mensen ziek) blijf ik doorzetten.
Op elke school wordt de vraag gesteld of ik niet liever een vaste baan heb. Nogal wiedes, natuurlijk! Maar niet overal is deze te vinden. Sterker nog: het is dus bijna nergens te vinden.

Wanneer snappen de scholen, wanneer snapt Den Haag eens dat al die parttimers nu tegen hen werken? Natuurlijk, toen er een tekort was aan leerkrachten waren moeders welkom. Snel een verkort papiertje halen en voor de klas. Probleem opgelost.
Maar nu is er een overschot. En over drie tot zeven jaar weer een tekort… Geef mij een gelegenheid om bij jou extra ervaring op te doen en je hebt een vaste kracht voor de komende veertig jaar!

Win-win?!
(volgende keer meer over wat ik van plan ben te gaan doen)