donderdag 23 december 2010

Geef jij het Licht ook door?


Het is de dag voor kerst en dat kun je overal zien. Gezellige drukte in de winkelstraten, kerstliedjes op de radio en flikkerende lichtjes overal. Dat staat niet alleen erg leuk, het is ook nog eens erg gezellig. Overal waar je kijkt zie je lachende gezichten - alhoewel het weer niet helemaal meewerkt - en merk je dat de mensen elkaar helpen.

De weersverwachtingen zijn nog altijd sneeuw, vrieskou en ijzel dus kunnen we ons ook gaan opmaken op een witte kerst. Iets wat toch best apart is, ware het niet dat dit afgelopen kerst ook al het geval was.

Kerst is ook het aangewezen tijdstip om met mensen gezellig om de tafel te gaan zitten, uitgebreid te dineren en elkaar leuke verhalen te vertellen. Dingen die je het afgelopen jaar hebt meegemaakt, dingen die je dwarszitten… Een uitgelezen kans om het jaar mooi af te sluiten.
Vandaar ook dat kerstprogramma’s - ze schieten nu als paddenstoelen uit de grond - het goed doen. Mensen willen graag in deze tijd van het jaar dichter bij elkaar komen. En soms hebben ze daar even hulp bij nodig.

Deze kerst wil ik jullie ook iets vertellen. Iets wat ik een week geleden op school heb gedaan. Iets moois, wat nog mooiere acties tot het gevolg kan hebben. Iets wat een kettingreactie op gang kan brengen.
En dat wil ik ook met jullie delen. Misschien dat deze actie ook bij jullie tegenreacties oproept. Dat ook hier het balletje gaat rollen.

Lees maar.

Tijdens het kerstdiner op school haalde ik vier verschillende kaarsjes uit mijn tas. Ik stak de ene aan en zette het op mijn tafel terwijl ik uit Johannes 1 begon te lezen:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10 Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11 Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12 Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13 Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.
14 Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. 15 Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’ 16 Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. 17 De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

De leerlingen keken me aan en ik begon te vertellen: ‘God is als dit lichtje hier,’ ik wees op het brandende kaarsje,’ Hij is als het Licht van de wereld, een stralende Morgenster. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf ook God is, leert ons over Hem.’ (vers 18)
‘Jezus laat ons dus iets van het Licht van God zien. Jezus is dus ook,’ ik pakte een kaarsje en stak deze aan, ‘datzelfde licht. Twee dezelfde lichtjes, van dezelfde God. Het vuur wordt er niet anders van. Jij en ik kennen Jezus en Zijn Vader. We hebben uit de Bijbel gelezen en we hebben het de afgelopen weken steeds over Hem gehad, over Zijn geboorte.’
‘God zelf heeft anderen dit licht gegeven om het op te schrijven.’ Een derde kaars ging aan. ‘Dus dit lichtje is ook precies hetzelfde als Gods lichtje. Het licht van God en van Jezus is dus ook in de schrijvers van de Bijbel gevaren. Maar dat niet alleen, nee,’ ik stak ook de laatste kaars aan, ’wij ook! Wij ook hebben datzelfde licht gekregen. Wij lezen ook uit diezelfde Bijbel.’
‘We snappen misschien niet altijd alles, maar God zelf, en Jezus met Hem, wil ons verlichten met zijn Woord. Wij mogen dus ook een lichtje voor God zijn. Sterker nog: Dit lichtje,’ Ik wees op de vierde kaars,’ deze kaars zijn wij! Jij en ik!’
‘Zie je dat? Is het licht van deze vierde kaars anders dan het licht van de eerste kaars? Nee hè? Het is precies hetzelfde! Wij hebben datzelfde licht, hetzelfde geloof!’
Uit mijn tas haalde ik toen 24 waxinelichtjes. Eén voor iedere leerling. Allemaal mochten ze dat ene licht ook zijn. Allemaal stak ik de kaarsjes aan, één voor één. Iedereen kreeg een op de tafel te liggen.
‘Wij, allemaal, hebben het Licht van God en Jezus in en bij ons. Wij zijn bijzonder. Maar weten jullie ook wat lichtjes doen?’ Uit de klas kwam het goede antwoord. ‘Ze geven licht!’
‘Ja,’ zei ik, ‘ze geven inderdaad licht! En weet je: wij mogen ook lichtjes zijn. En dus ook licht geven voor anderen, net zoals Jezus heeft gedaan. Het licht doorgeven.’
Eén leerling kwam al met een goed idee. ‘Als we dit lichtje nu thuis aansteken, geven we het licht ook door! Aan onze ouders!’ Ik knikte goedkeurend. ‘En aan mijn opa en oma!’ zei een ander. Daarna was het hek van de dam. Ieder familielid kwam langs en ook aan hen werd het licht doorgegeven.

Aan het einde van de dag gaf ik iedereen nog eens twee waxinelichtjes. ‘Om het licht extra goed door te geven,’ zei ik.

 

Bij dezen geef ik jou ook twee digitale waxinelichtjes. Ook jij mag het licht doorgeven. En dus ook waar het licht voor staat. Gods Woord, de Bijbel.




Fijne kerstdagen!

woensdag 1 december 2010

Verveel je je?

Jij verveelt je dus? Nu niet meer. Streep deze lijst maar af!

°Wachten tot je een ons weegt en dan dikke mensen uitlachen
°Lieveheersbeestjes boosaardig maken.
°Een trui van spagetti breien.
°Jeu de boules spelen op een mijnenveld.
°Naar bouwvakkers fluiten.
°Alle nullen in het telefoonboek onderstrepen.
°Je goudvis verdrinken.
°Osama Bin Laden zoeken.
°Op miereneter jacht gaan.
°Paardenbloemen blowen.
°Poedersuiker snuiven.
°Een kunstwerk maken van de inhoud van je navel.
°Met je tenen wiebelen.
°Een nieuwe kleur mengen.
°Surfen op de plaatselijke vijver
°Je haar knippen met een kartelschaar.
°Ondersteboven leren lezen.
°Glimlachten tot je kaak verkrampt.
°Het Zimbabwaanse volklied leren zingen.
°Om je zelf heen rennen.
°Deze hele lijst lezen.
°Het uitmaken met iemand die je niet kent.
°Uit de maat dansen.
°Je okselhaar laten groeien en er dreadlocks inlaten zetten.
°Het wilhemus gorgelen.
°De elfstedentocht rijden op je slee.
°Zoveel mogelijk oliebollen tegelijk in je mond stoppen.
°Je kat leren blaffen.
°Snorkelen in je eigen bad.
°Zoveel spekjes eten tot je roze ziet.
°Japanners fotograveren
°Een winterslaap houden
°Je zelf een achterhoeks dialect aan leren
°Slim worden
°Je schor schreeuwen
°Beroemd worden.
°Je papagaai de toespraak van Martin Luther King leren.
°Je gebroken hart met ducktape plakken.
°Cake vlaggetjes in je oren stoppen.
°Een ei uitbroeden.
°Je kat achtervolgen
°Zonnebaden onder je bureaulamp

(dit als tussenweg: ik heb geen tijd om een blog te schrijven deze week)

woensdag 17 november 2010

De Regenboog (2) Geel

In mijn afgelopen blog ben ik begonnen een kleur te gebruiken. Onder de noemer ‘de regenboog’ kan dat ook. Allerlei passages uit mijn leven zullen de revue passeren.

Vandaag deel 2: ‘Geel’.

---

Als invaller ben ik veel op de weg. ’s Ochtends vroeg zit ik rond zevenen al in de auto om ’s middags tegen vieren weer terug te rijden. Daar heb ik echter geen enkel probleem mee, mocht je dat afvragen.
Ook vind ik het helemaal niet erg om een klas binnen te gaan, mezelf voor te stellen en de hele dag precies te doen wat er op een lijstje staat - wat de echte juf of meester geschreven heeft.
Natuurlijk is het tijdstip van vertrek een puntje van zorg, maar daar doe ik niets aan en kan ik niet veranderen. Datzelfde geldt ook voor het weer. Ruiten krabben, verwarmingen… allemaal zaken die nu eenmaal zo zijn. Dat neem ik voor lief.

Maar, er zijn zaken die wel veranderd kunnen worden. Zaken die ik niet zomaar voor lief hoef te nemen, waar ik me wel aan kan ergeren. En ik ben niet de enige, dat weet ik zeker.

Op het moment van schrijven ligt bijna heel Assen open. Er wordt gewerkt aan de weg. En iedereen die ik daarover spreek, van buiten Assen, die heeft geen flauw idee dat het zo is. En als ze hier moeten zijn, is het al te laat. Pech. 
Om mijn woonplaats in te komen heb je al een goede kennis nodig van de wegen, zeker omdat Tomtom ook nog eens je de verkeerde kant wijstwijst. Domme Tom…

Maar niet alleen in Assen is het allemaal zo mooi, ook er buiten is veel werk aan de winkel. ‘Volg borden voor …’ is het standaardadvies van de Rijkswaterstaat. De site ‘Van A naar Beter’, die RWS heeft opgezet enkele jaren geleden, loopt ook al lichtelijk achter. Of eigenlijk moet ik het anders zeggen. Ze zijn lichtelijk achterlijk. Alles ten zuiden van Zwolle staat enigszins aangegeven, terwijl alles erboven maar giswerk is. Misschien?

Als ik me ergens aan erger zijn het ongeplande werkzaamheden. Jeweetwel, van die werkzaamheden die spontaan op komen zetten. Dat wil ik dan ook wel doen. Gewoon ’s ochtends vroeg, als je wakker wordt, ergens een bord neerzetten zonder ook maar enig alternatief te bieden.
Zo staat er nu, dicht bij mijn huis, een stoplicht midden op straat. Een kleine vijftig meter verderop staat er nog één, die min of meer aan elkaar gelinkt zijn. Ik zeg min of meer, want ze hebben de neiging om tegelijkertijd op groen te staan. Of ze laten het gewoonweg aan één zijde afweten.
Sta je daar, wacht je netjes op groen en als het dan eenmaal zo ver is komen er auto’s tegemoet. Niet slim dus.

Daarom heb ik de kleur geel bij dezen gekoppeld aan wegwerkzaamheden. Geen zon, want die schijnt helaas te weinig dezer dagen. Ook geen trein, want ik rij toch met m’n auto. Ook geen kuikentjes meer, want die som heb ik nu al op drie verschillende scholen mogen uitleggen, en dat verveelt enigszins…


Waar denk jij aan bij de kleur geel?

woensdag 3 november 2010

De wereld als een regenboog (1)

De komende weken wil ik mijn blogs eens een kleur geven. Onder de noemer ‘de regenboog’ kan dat ook. Allerlei passages uit mijn leven zullen de revue passeren.
Vandaag deel 1: ‘Groen’.

---

Ze zeggen dat de lente vol zit met kleuren, maar laten we eerlijk zijn: de herfst kan er ook wat van. Overal waar je kijkt zie je wel weer andere kleuren, tenminste, als je buiten bent. En dan niet alleen in de binnenstad waar de felle kleuren van de neonborden jouw kant op flitsen. Of waar de jassen van alle mensen om je heen vragen om aandacht. Nee, dat niet.

Ik bedoel meer in de natuur. De bladeren van de bomen liggen ofwel op de grond ofwel hangen ze nog aan de bomen, maar de kleuren variëren toch op veel meer vlakken. Is het ene blaadje knalrood, blijkt een ander blad nog gewoon groen te zijn. De dennennaalden springen er ook nog eens tussenuit, evenals de gevallen eikendopjes, tamme kastanjes, beukennootjes en dennenappels.

Op het moment van schrijven zit ik met mijn laptop in het bos. Dat kan want het is droog en ik zit, onder een enorme eik, redelijk beschut tegen de woekerende wind. Af en toe zie ik iemand langslopen. Vaak met een hond, soms alleen maar ook soms met z’n tweeën. En allemaal doen ze exact hetzelfde. Ze kijken me aan en in hun ogen lees je hun blik: Wat doe jij hier met je laptop?

Alle herfstige kleuren doen me denken aan enkele lessen die ik de vorige jaren omstreeks dit moment gegeven heb. Tekenlessen, natuurlessen en zelfs enkele crealessen zijn over de herfst gegaan. En waarom ook niet? De herfst bevat alle kleuren die je nodig hebt om ergens een succes van te maken.

Ze zeggen dat de herfst mensen meer depressief maakt. De dagen worden korter, het wordt steeds kouder en de neerslag lijkt ook niet te stoppen. Mist, regen, hagel en uiteindelijk zelfs sneeuw… het werkt niet mee om echt vrolijk te blijven. Die mensen snap ik, maar begrijp ik niet. (tja, da’s een logica die daar achter zit)

Het mooie is dat je de schoolvakken die ik, zoals eerder gezegd, gaf vaak kon inleiden met mooie filosofische stukken. Niet alleen de vraag ‘waarom heet groen groen?’ is interessant, maar ook de gedachten van de leerlingen zijn bijzonder.
Probeer zelf die vraag maar eens te beantwoorden. En kom niet met antwoorden als: ‘als groen blauw heette, hoe heet blauw dan?’ of ‘omdat alles anders in de war raakt’.

Regelmatig filosofeer ik wat met mijn leerlingen. Ze weten dus welke antwoorden ik wil, en welke niet. De één startte simpel met het verklaren van groen alsof hij wilde uitleggen hoe een puntenslijper werkt. Chronologisch en gestructureerd. Een ander begon bij het begin, bij Adam. Maar de mooiste verklaring kwam van een zevenjarige leerling. Met glinsterende ogen vertelde ze dat zij, toen ze vier was, met haar opa het bos in ging en dat haar opa haar steeds zei wat voor boom het was. En zij mocht vertellen welke kleur de blaadjes hadden. En steeds maar weer waren de blaadjes groen. En steeds zei haar opa: ‘Ja! Mooi groen zijn ze, hè?’

Nu snap je de verklaring van haar misschien niet helemaal, of helemaal niet. Misschien moet ik er bij zeggen dat enkele weken later haar opa stierf. Dat ze daar een hele tijd mee heeft gezeten. Dat het haar flink geraakt heeft, zoals alle sterfgevallen doen bij mensen.

Toentertijd, ik was op stage bij haar in de groep, heb ik in een kleine kring haar eens gevraagd wat het laatste was wat ze van hem herinnerde. En de dag erna gaf ik een tekenles met deze filosofische vraag aan het begin.
Ze vertelde haar verhaal en die glinstering in haar ogen werd al gauw een traan. Die traan werd al gauw een bui. Toen ze uitgepraat was, nam de juf haar even apart. Toen ze terug kwam lachte ze en ging ze ook aan het werk.

Ik sprak de juf aan het einde van de dag en vroeg haar naar dit moment. Ze zei niets meer dan dat groen vanaf dit moment haar lievelingskleur was.
Sindsdien kleurde ze heel veel met groen. Haar tekening was ook één van de mooisten. Allerlei groentinten wisselden elkaar af.

Net als tijdens de herfst in het bos. Groen op groen. Mooi dat het is! Voor iedereen die nog niet naar het bos is geweest in de herfst: GA.

Groen als bladeren.

woensdag 20 oktober 2010

Om succes te hebben, moet je falen

Vandaag wil ik eens beginnen met een vraag. Dat is iets wat ik niet vaak doe, maar op deze manier wil ik jullie ook eens - figuurlijk dan - wakker schudden.

Wat betekent het als je niet faalt?

De meeste mensen antwoorden wanneer ze deze vraag voorgeschoteld krijgen, met het volgende antwoord: ‘Niet falen betekent succes hebben.’

Succes. Dus als je dat goed begrijpt lijkt het wel alsof falen en succes antoniemen zijn geworden, tegengestelde dingen die hoe dan ook niet hetzelfde kunnen zijn. Twee aparte begrippen, met een kleine link doordat ze elkaars uitersten zijn.
Dit is absoluut niet het geval. Het is namelijk zo dat de twee woorden op dezelfde weg staan. Ze hebben meer met elkaar gemeen dan je zou denken.
Ook al lijkt het dat falen en succes echt de tegenpolen van elkaar zijn, ik wil eens een andere zienswijze hieraan toevoegen. Out of the box, denk maar eens mee.

Het tegengestelde van niet falen is, gek genoeg, falen. Het lijkt belachelijk, het klinkt absurd dat als je dus niet faalt, dat je faalt. Maar lees maar door, ik zal dit proberen uit te leggen.

Ons leven kun je zien als een trip. Niet zo eentje waar je ‘speciale medicijnen’ voor moet hebben, alhoewel dat wel kan, maar een gewone tocht. Een lange reis waar we dingen leren door te doen en door risico’s te nemen. We proberen de beste persoon te zijn die we kunnen zijn. Maar elke keer dat we stoppen met het nemen van risico’s en weglopen bij mogelijke faal- en baalmomenten, stoppen we met groeien en missen we de dingen die ‘zouden kunnen zijn’. We houden, door weg te blijven van missers, onze persoonlijke groei tegen.

De enige manier voor jou en mij om te komen waar we willen komen, waar we willen zijn en wat we willen bereiken is door te falen. Door dingen verkeerd te doen, te mislukken en fouten te maken. Door het falen kunnen we leren van die fouten die we gemaakt hebben.
Je zou dus kunnen zeggen dat elke keer dat je faalt, je een stap dichter bij het succes bent gekomen. Zonder falen is er geen succes.

Ik zeg dat om je te troosten. Je hoeft niet angstig te zijn om te falen. Integendeel, als je op een plek bent waar je al een tijdje niet gefaald hebt en jezelf niet in zo’n situatie geplaatst hebt, zou je dat eens moeten doen. Haal jezelf uit de veilige zone en probeer wat nieuws.
We moeten leren dat falen net zo goed deel van ons leven is als, laat ik een voorbeeld geven, het sterven of belastingen betalen; Het zal nooit verdwijnen en, nog belangrijker dan de dood of de belastingen, we kunnen een heleboel leren - en dus groeien in het leven - als we leren wat falen is.

Om succes te hebben, zal je moeten falen. Omhels dit idee en leer om blij te zijn de volgende keer dat je faalt. Geniet van je fouten.

---

Tja. Dit zeg ik dan. Het klinkt allemaal zo mooi. Geniet van je fouten. Wees niet bang om iets fout te doen. Iedereen die me kent die zal nu denken, zeggen of zelfs van de daken schreeuwen dat dit niet bij mij past. Het hoort niet bij mij.
En gelijk hebben ze. Ik mocht willen dat ik blij kon zijn met fouten die ik maak. Het is echter het tegengestelde. Ik word boos, onrustig en soms lichtelijk depressief door fouten.
Maar, lichtpuntje in de duisternis, er is één ding wat ik geleerd heb door mijn fouten: Ik kom er altijd sterker uit.
Ook al duurt het een tijdje. I’m back! 

woensdag 6 oktober 2010

Een neurotisch pluisje

Elk jaar gebeurt het me een paar keer, vooral in de herfst. Ik krijg last van een enkel pluisje op de grond van de kamer. Dat ene pluisje dat er - laten we heel eerlijk zijn - waarschijnlijk al enkele weken ligt, irriteert me mateloos. Het ligt daar maar niets te doen en het is gewoon een stoorzender. Mijn ogen worden automatisch er naar toe getrokken, alsof het een magneet is.

In het begin ontken ik het bestaan ervan, ik laat het liggen en doet net alsof het er niet is. Elke ochtend voor werktijd loop ik erlangs, mijn ogen gewoon de andere kant op. Soms lukt dat. Meestal wind ik me nog meer op over het feit dat het daar ligt. ’s Avonds precies hetzelfde.

Ik kan er ook niets aan doen! Ik heb het daar niet geplant. Iemand anders zal het daar wel hebben neergelegd, ik niet. Het is niet van mij, dus laat ik het liggen. ’t Zal wel door m’n broertje achteloos zijn weggegooid, niet wetend dat hij er anderen mee zal irriteren. Maar dat gebeurt dus wel.

Zo ging het twee weken. Twee hele weken heb ik het ‘zijn’ van het pluisje door de vingers gezien. Gedaan alsof het niets was, alsof het niet bestond. Totdat ik zag dat het pluisje een paar vriendjes op bezoek had. Het was er nu niet één meer, nee, het waren er al vier!
Vier hele pluisjes! Ik heb ze geteld!

Mijn vuisten vormen zich tot ballen en ik voel de woede mijn lichaam overnemen. Door mijn hoofd schieten talloze maatregelen, de één nog rigoureuzer dan de ander. De meeste bevatten op z’n minst een ‘Deze actie is niet geschikt voor kinderen onder de twaalf jaar’-stempel. En die van geweld. En - alhoewel ik dit nooit zal toelaten - ook één van grof taalgebruik. En mogelijk het discriminatie-stempel ook. Want hij is klein, en ik ben enorm. En met mijn woede tel ik voor twee.

Eén van de aders op mijn voorhoofd voel ik gewoon kloppen. Klop-klop, klop-klop…Mijn adem gaat vooral door mijn neus, mijn lippen zijn op elkaar geklemd en vormen één lijn. ‘No more mister Nice-guy’, vanaf nu is het afgelopen. Geen gezeur, ze gaan eraan! Hou de brandblussers maar gereed, schrik niet van al het lawaai en - bovenal - bel geen 112.

Opeens gaat de deur open. Een gemompeld ‘hoi’ verslapt mijn furie tijdelijk. Mijn broertje wandelt binnen. Hij heeft net gevoetbald en gooit zijn sporttas op de grond. Precies op de plek waar de pluisjes zaten! Magnifiek! In één keer heeft hij het probleem verduisterd! Mijn woede daalt, mijn ademhaling gaat weer rustiger en mijn vuisten beginnen weer op handen te lijken. Eindelijk. Probleem opgelost. Toch?

Dat dacht ik. Totdat mijn broertje de tas weer weghaalde en er nu geen vier, maar vijf pluisjes lagen. Vijf! Vijf van die verschrikkelijk irritante pluisjes. Niet één, niet twee, ook geen drie of vier, maar vijf! VIJF!
Op een zo vriendelijk mogelijke toon - lees: snauwend en bits - vraag ik hem om de pluisjes even op te ruimen. Hij kijkt me aan, kijkt naar de pluisjes, kijkt me weer aan en zegt dan: ‘Oké.’
Diep van binnen zucht ik van opluchting. Eindelijk, het probleem is opgelost.

Hij lijkt te gaan bukken maar besluit op het laatste moment iets anders te doen. Hij schopt de pluisjes weg. ‘Zo,’ zegt hij, ‘nu liggen ze daar niet meer. Ik ben boven!’
Hij heeft gelijk. De pluisjes liggen niet meer op de plek. Nu liggen er vijf pluisjes op vijf verschillende plekken, overal verspreid door de kamer. Ik kan weer van voor af aan gaan beginnen.

---

Op dit moment gaat - of is al gegaan - er een gedachte door je hoofd die zegt, roept of zelfs schreeuwt: ‘Martijn, ruim dat ding gewoon op. Dan ben je klaar! Dan erger je je niet meer aan een pluisje.’ Of misschien zelfs wel de gedachte: ‘Doe niet zo moeilijk. Je druk maken over pluisjes? Je bent gek!’
En als klap op de vuurpijl hoor ik: ‘Wow Martijn, heb jij OCD?’ (met als stille achtervolger: ‘ik ook.’)

Die vragen van jullie zal ik straks wel beantwoorden. Ook als je andere vragen hebt, reageer gewoon en ik beantwoord. Maar laat me nu gewoon even het verhaal afmaken. Oké?

---

Op dat moment - jeweetwel, toen de pluisjes zich verspreid hadden - kon ik twee dingen doen. Heel erg boos worden, mijn broertje compleet martelen en het uitschreeuwen van woede of rustig blijven.
Ik koos voor het laatste. Ik bleef rustig, zong voor mezelf het liedje wat Bassie altijd zong in dit soort situaties en sloot mijn ogen. Toen ik, drie minuten later, gekalmeerd was, had ik genoeg durf en energie opgedaan om op te staan, de pluisjes te laten liggen en de deur open te zetten. Frisse lucht doet toch wat met je.

Het kalmeert en de koelte verfrist je ook. Het geeft je nieuwe kracht om na te denken, dingen vanuit andere perspectieven te bekijken en dus ook tot andere oplossingen te komen. Vaak, als ik in een impasse zit, ga ik even een stukje lopen. Het liefst in het bos, maar soms ook gewoon een blokje om. De lucht helpt me alles te ordenen en te overzien. Probeer het zelf maar eens. En mocht het niet lukken, loop dan eens een stukje met mij mee. Problemen hebben een neiging om zichzelf (een beetje) uit de knoop te helpen als je ze hardop uitspreekt. En twee weten meer dan één.

Toen ik dus buiten stond kreeg ik in een ingeving. Ik liet de deur wagenwijd openstaan en liep naar binnen, bukte bij alle pluisjes en pakte ze op. Voorzichtig - want anders waaien ze alsnog uit mijn hand - liep ik naar de container en gooide ze daar in weg. Opgeruimd staat netjes, dacht ik. Maar toen zag ik het.

Door de lucht zweefden allerlei kleine witte pluisjes, afkomstig van een hoge boom. En aangezien hoge bomen veel wind vangen, vlogen de pluisjes alle kanten op. Waaronder naar huis, waar de deur open stond en als een mond de pluisjes naar binnen probeerde te lokken. Ik sloot mijn ogen, haalde diep adem en liep naar binnen.
De pas gevallen pluisjes pak ik ook op en gooi ik in de vuilniszak. Opgeruimd staat netjes.

Je kan, ook al voel je je zo machteloos, altijd iets doen. Begin simpel. Stap voor stap. Zelfs de grootste problemen kunnen worden aangepakt. Vecht er niet tegen, accepteer en omhels het. En begin dan met opruimen. Boos worden helpt toch niet.


woensdag 22 september 2010

Yes we can!

Weet je nog hoe Obama aan zijn huidige werk kwam? Overal waar hij kwam zweepte hij de mensen op met één simpele boodschap: ‘Yes we can!’ Op die manier gaf hij iedereen het gevoel dat hun stem er toe doet, dat zij er mogen zijn.
Misschien meent hij dat ook wel daadwerkelijk. Ik kan niet in zijn gedachten kijken. Maar wat ik wel merk is dat hij in die dagen dat hij nu president van Amerika is, meer tegen- dan voorstanders heeft gevonden.

Trouwens, Obama wordt gezien als de eerste zwarte president van Amerika. Ik weet er zo nog drie op te noemen. David Palmer en zijn broer kan je zien als voorgangers van Obama en dan heb ik het nog nieteens over Morgan Freeman. Die man die speelt alles!

Het sluiten van Guantanomo Bay heeft als gevolg dat de gevangenen nu ergens anders gevangen gezet worden. Je laat die mensen toch niet lopen? Dus nu zijn in het voormalige Oostblok en in arme Afrikaanse landen enkele zwaarbeveiligde ‘huizen’ gebouwd. Met Gitmo wist je tenminste waar die mensen waren, nu kunnen ze overal zitten.

Of het zorgstelsel wat Obama verplicht heeft. Iedereen heeft een ziektekostenverzekering. Gek genoeg zijn de Amerikanen daar ofwel compleet voor, ofwel compleet tegen. Je ziet rijke en arme Amerikanen samenkomen om een protest in te dienen of het te steunen.

Je vraagt je nu waarschijnlijk af wat ik wil met dit hele geraas over Obama en de Amerikanen. Eigenlijk is het simpel. Verandering, welke dan ook, doet mensen nadenken over alles. Soms is verandering goed, soms ook niet. Sommige veranderingen hebben zowel voor- als nadelen.
Een verandering die goed is, bijvoorbeeld, is de uitvinding van penicilline. Een voorbeeld van een foute verandering ligt bij bijvoorbeeld het gedachtegoed van Hitler. En een voorbeeld van zowel goed als fout ligt bij de auto.

De wereld veranderd. Elke dag zijn keuzes die we maken - en die voor ons gemaakt worden - bepalend in hoe de wereld de volgende dag er uit ziet. Sterker nog: zelfs de minuten na een keuze kunnen alles al veranderen. Alles wat we doen heeft een impact op de wereld. Wij beïnvloeden de wereld.
Natuurlijk zijn de keuzes die we maken niet direct wereldnieuws. Het zou wat zijn als morgen de kop in het landelijk dagblad is dat Martijn voor het eerst een energiedrankje gedronken heeft. Dat zou wel al te gek zijn.
Trouwens, afgelopen zomer heb ik inderdaad voor het eerst zo’n blikje gedronken. Smerig zoet, moet ik zeggen. Maar ik werd er wel hyper van. Nog meer hyper-der dan ik al ben. En ik denk dat ik niet snel weer zo’n blikje neem. Dus eenmalig, Cynthia! J

Wij bepalen de toekomst en het heden. Als wij massaal een auto gaan kopen en er flinke hoeveelheden benzine tegenaan gooien verpesten we de wereld. Voor ons zal het nog wel leefbaar blijven, maar wat te denken van ons nageslacht? Wat laten wij voor de wereld achter?

In plaats van hersenloos dingen achtervolgen kan je ook eens nadenken. Wij maken de toekomst. Wij kunnen zorgen voor veranderingen.

Yes we can!