woensdag 21 juli 2010

Shakespeare voor Beginners

William Shakespeare is een ongekend genie. De wereld heeft nog nooit zo'n fantastische schrijver gekend. De besten der aarde kunnen zich slechts ten dele meten aan deze grootheid. Toch zijn de verhalen van hem vrij onbekend.

Tenminste... Je kent wel enkele dingen, maar het hele verhaal, het plot, de wendingen... allemaal dingen die vrij uniek zijn en ook allemaal in het licht gezien moeten worden van zijn tijd.

Leken (waaronder ik mezelf ook schaar) die zijn verhalen kennen in een zwart-wit contrast. En het wordt tijd om daar eens iets aan te veranderen.

Tientallen - of misschien wel honderden of duizenden - gingen mij voor. Toch wil ik eens mijn versie geven van het oeroude verhaal. Mijn draai aan deze geschiedenis. Dus, zonder verder ophouden:

William Shakespeare

'Romeo en Julia'

Er waren eens twee machtige families die allebei streden om de macht binnen Verona, een plaats in Italië. Beide families haatten de andere. De familie Montague en de familie Capulet waren dus aartsvijanden van elkaar.

De koning van Verona verbood hen met elkaar om te gaan, zeker ook gezien het aantal vechtpartijen en onopgeloste zaken rondom beide families. Geen vriendelijke lui dus.

Tijdens een feestje van de familie Capulet, waar bijna al de beroemdheden van het land waren, exclusief leden van de Montague-clan, gebeurde er iets. Graaf Paris (ook al zo'n opgeblazen mannetje maar gelukkig niet lid van de rivaliserende families) laat zijn oog vallen op een mooi meisje wat hij ziet op het feest. Zij, een oogverblindend mooi meisje, lacht, giechelt en rent dan weg. Hij is helemaal bezeten van haar. Hij vraagt aan een bediende naar haar naam. Julia. De naam vindt hij even mooi als het meisje zelf.

Hij loopt dan ook naar graaf Capulet, haar vader, en praat met hem. Hij vindt haar nog te jong om te trouwen. Dertien jaar is ze immers nog maar. Paris weet hem om te praten. Graaf Capulet besluit die dag erna om een nieuw feest te geven om de verloving aan te kondigen. Hij stuurt een knecht op weg om de uitnodigen weg te brengen.

De knecht, een domme jongen die nog maar net in dienst van de graaf is, zit echter wel met een probleem. Hij kan niet lezen naar wie hij de uitnodigingen moet brengen. Gelukkig is er iemand op straat die hem wel helpen wil.

De knecht is helemaal blij. Samen brengen ze de uitnodigingen weg en op het eind zegt de knecht dan ook: 'Jij mag vanavond ook best komen, hoor, zolang je maar geen Montague bent.' De jongen lacht en zegt dat hij er die avond wel zal zijn.

De jongen, Romeo Montague, heeft wel zin in een feestje. En ook al is hij een Montague, gratis eten en drinken bij een ander, ook als is het bij de Capulets, laat hij niet staan. Die avond gaat hij dus ook naar het feest.

Op het feest ontmoet hij Paris en wenst hem veel plezier met zijn aanstaande. Paris glimlacht en wijst zijn verloofde aan in de zaal. Romeo is overdonderd en valt als een blok voor haar. Zo mooi is ze. De Belgen zouden zeggen dat ze een 'schone jongedame' is. Italianen zouden stilvallen. Berlusconi zal haar de nieuwe president maken. Sarkozy zal Carla Bruni ervoor verlaten. Zo mooi dus.

Julia, niet blij met het 'blijde' nieuws van haar trouwen (Paris mag dan wel rijk zijn, maar niet echt de jongste) ziet ineens Romeo bij Paris staan. Ook Julia valt als een blok voor hem. Pure 'liefde op het eerste gezicht'. Misschien dat het spreekwoord hier ook wel vandaan komt.

Dan verschijnt er een andere man op het toneel. Hij gaat tussen Romeo en Julia in staan en loopt af op Romeo. Tybalt, een neef van Julia en dus een Capulet, herkent Romeo als een Montague. Hij neemt hem mee naar de tuin en zegt dat hij weliswaar geen ruzie wil, maar dat hij beter kan vertrekken.

Met dat nieuws is Romeo niet bepaald blij, maar hij vertrekt. Hij zal door de tuin naar zijn huis gaan. Rustig loopt hij langs het huis van zijn vijanden, en ziet opeens Julia op een balkon staan. Zij ziet hem ook. Ze verklaren elkaar de liefde, ook al weten ze dat zoiets nooit in de ogen van één van hun ouders goedgekeurd zal worden. Hier komt de bekende balkonscene vandaan. Ook al is het idee van een serenade hier belachelijk, toch zou het zomaar kunnen dat dit hier heeft plaatsgevonden. Maar gezien het feest dat binnen aan de gang was...

De volgende ochtend gebeurt er veel. Romeo gaat naar zijn priester (Lorenzo) en regelt een trouwerij diezelfde dag.

Tegelijkertijd komt de min - de kinderjuf - van Julia Romeo zoeken. Zij zegt hem dat zij gaat - en moet - trouwen met Paris en niet met hem. Maar ook zij raakt gecharmeerd van hem. Als hij dus ook vraagt of zij een boodschap wil overbrengen doet ze dit. Zij geeft door aan Julia dat ze die middag kunnen trouwen in de kerk.

Die middag sluipt Julia uit het huis en gaat naar de kerk. Daar trouwen Romeo en Julia in het geheim. Julia moet daarna ook snel weer terug naar huis.

Romeo is helemaal blij en gaat naar de kroeg met zijn vrienden om het te vieren. Daar komen ze Tybalt weer tegen en Romeo verteld het hele verhaal aan hem. Tybalt wordt verschrikkelijk boos en begint te vechten met Romeo.

Romeo slaat terug. En nogmaals. En nog een keer. Tybalt rent weg maar de vrienden van Romeo grijpen hem. Romeo is nu woedend. Hij slaat hem neer. Opeens bemerkt hij wat hij doet en vlucht naar zijn priester.

Priester Lorenzo heeft slecht nieuws. De koning heeft het nieuws gehoord en hem verbannen uit Verona. Ook verteld hij dat de huwelijksvoltrekking tussen Paris en Julia over drie dagen is. Romeo druipt af naar een nabijgelegen dorp.

Ondertussen gaat Paris naar priester Lorenzo om te vragen of hij het huwelijk wil voltrekken. Lorenzo stemt - diep bedroefd - toe. Hij weet echter dat Julia al getrouwd is. Hij vraagt Julia bij hem te komen en geeft haar een drankje en verteld erbij dat als ze dat zal drinken ze op haar trouwdag, over drie dagen, schijndood zal zijn. Dat hij, de priester, haar en Romeo wil verenigen. Julia vertrouwt hem en drinkt het flesje leeg.

Drie dagen later is de stad in rouw. De trouwerij van graaf Paris met de dochter van graaf Capulet gaat niet door. De bruid is gestorven.

Lorenzo wil Romeo een boodschap sturen, maar dat bericht komt niet bij hem aan. Een andere boodschapper komt wel langs Romeo met het nieuws dat Julia dood is. Romeo is overdonderd en vertrekt gehaast naar Verona. Voor vertrek neemt hij wat gif mee van zijn moeder. Zij sterft, zodra ze dit verneemt, van verdriet.

Julia, die nu in een grafkelder is neergelegd, ligt in een coma (schijndood) waar Paris zit. Hij rouwt om zijn aanstaande bruid, hetgeen nu dus niet meer zal gebeuren. Opeens komt Romeo binnen.

Paris heeft het niet meer. Hij tiert, vloekt en valt Romeo uiteindelijk aan. Romeo dood hem na een kort gevecht. Paris vraagt hem, voordat hij sterft, om naast Julia gelegd te worden, en Romeo voldoet daaraan.

Dan staat hij naast zijn vrouw. Julia ziet er nog zo mooi uit. Maar ze is gestorven. Hij weet het zeker. Hij kust haar en neemt zijn vergif in. Ook hij sterft.

Dan komt priester Lorenzo de grafkelder in. Hij overziet het geheel, schudt zijn hoofd en maakt Julia wakker. Hij zegt tegen haar zo snel mogelijk hier weg te gaan en vertrekt zelf ook.

Julia staat voorzichtig op en ziet dan de schade. Aan de ene kant ligt Paris, aan de andere kant ligt Romeo. Ze begint te huilen. Wat er gebeurd is weet ze niet, maar de blik van haar gestorven man te zien breekt haar hart. Ze pakt een dolk en steekt die in haar hart. Dood.

De koning hoort dit nieuws en gaat zelf polshoogte nemen. Hij komt in het graf, ziet wat er gebeurd is en laat Capulet en Montague halen.

Beide mannen schrikken. Hun zoon en dochter zijn allebei dood. Priester Lorenzo legt alles uit.

De koning zegt dat het zo niet langer kan. Hij verbiedt ze nog langer ruzie te maken. Beide graven zijn zo geschrokken dat ze instemmen met de wens van de koning en sluiten vrede.

En ze leefden nog lang en gelukkig...

(althans, Romeo en Julia (en de arme Paris) niet meer, zij zijn morsdood)

woensdag 14 juli 2010

Kinderen en God

Nu het zomervakantie is merk ik pas hoe leuk het eigenlijk is op school. Elke dag samen werken, leren en tot nieuwe inzichten komen. Men zegt niet voor niets dat je elke dag weer nieuwe dingen leert in het onderwijs. En dat is ook zo.


Afgelopen jaar heb ik genoten van een heleboel verschillende groepen. Ik heb - als leerkracht - de complete bovenbouw les mogen geven. Van groep vier tot en met groep acht, en elke dag was weer een compleet genot. Ook een dagje kleuters is mij welgevallen. Geweldig.


Personen die mij kennen zullen weten dat ik graag vertel. Geschiedenisverhalen, eigen verhalen maar daarnaast ook erg graag Bijbelverhalen. En die monden bij mij vaak uit in een levendige discussie over God en ons mensen.


Nu heb ik eigenlijk elke dag een tas bij me met verschillende spullen er in. Eén van die dingen is een notitieboekje, waar ik de mooiste uitspraken bewaar. Uitspraken die mij een glimlach van oor tot oor gaven. En ik wil jullie deze nu ook eens geven. Jullie laten meegenieten.


Ook is het erg leuk om kinderen een klein briefje te laten schrijven aan God. Een vraag, een opmerking… Vooral groep 3 tot 6 is hier een ster in…


Ik heb de namen weggelaten. Je kunt zelf wel raden van wie de uitspraak zou kunnen zijn… Nou ja, op drie scholen… ach… maakt niet uit. Veel plezier!


“Misschien zouden Kaïn en Abel elkaar niet gedood hebben als ze allebei een eigen kamer hadden. Dat werkt ook erg goed bij mij en mijn broer!”


“Waar komt God eigenlijk vandaan? Ik kom uit Nederland…”


“God, U hoeft u geen zorgen te maken over mij, ik kijk altijd naar links en rechts.”


“Lieve God, als u zondag in de kerk bent wil ik U mijn nieuwe kleren laten zien!”


“Waarom is de lucht eigenlijk blauw?”

‘Hoezo?’

“God maakte de regenboog. Waarom heeft de lucht niet meer kleuren? Ik vind oranje erg mooi!”


“Beste God, kunt u ons echt allemaal vanuit de hemel zien? Lijken we niet op mieren? Vanuit het vliegtuig zag ik alleen maar stipjes…”


“Lieve God, ik wil u best 900 jaar liefhebben zoals die man uit de Bijbel.”


“Heeft God ook de lijntjes om de landen getekend?”


Natuurlijk zijn er nog meer, maar ik kan natuurlijk niet alles al weggeven.


Een fijne vakantie!

woensdag 7 juli 2010

Lol met reclame’s

'Dames en heren, jongens en meisjes, wat fijn dat jullie kijken naar deze nieuwe TellSell reclame. Het is feest want we hebben een nieuwe, unieke, eenmalige aanbieding waar u geen genoeg van kan krijgen.'

Presentator Mike kijkt strak naar de camera, alsof hij iedereen thuis ziet. Vrij beangstigend, maar ook enigszins geruststellend. Zijn stem met zijn onmiskenbare Amerikaanse accent is een verschrikking om naar te luisteren.

'Maar eerst stel ik u voor aan onze fantastische gast. Het is iemand die u allemaal kent, een filmster, acteur en sinds kort zelfs een schrijver:

Dames en heren: Mr. T!'

Een oorverdovend applaus klinkt van de tribunes terwijl Mr. T het podium op komt lopen.

'Dankjewel Mike, het is goed om hier weer te zijn. Hallo allemaal!' Hij zwaait naar het publiek en de mensen thuis.

'Mr. T,' begint Mike, 'Moet je eens zien!' Hij pakt iets van de tafel voor hem.

'Hee Mike, wat heb je daar nou?', zegt Mr. T.

'Ik heb iets heel bijzonders. Iets waar de wereld al lang op zit te wachten.'

'Ongelooflijk, vertel ons snel wat het is...'

'Ik heb een wit vierkant materiaal en een stokje. U zult zich wel afvragen, wat is dit nu weer.'

'Ja Mike, laat ons niet in spanning...'

'Als ik met dit stokje over het witte materiaal beweeg, dan verkleurt het op de plek waar ik met het stokje over heen ben gegaan.'

'Ongelooflijk...' Het publiek laat met enkele 'ooohs' en 'aaahs' hun nieuwsgierigheid merken.

'Ja,' gaat Mike verder, 'maar dat is nog niet alles. Als ik met het stokje, wat overigens een Pen heet, een letter, zoals je die normaal op het scherm ziet, op het materiaal teken...'

'Ongelooflijk, ik begin het te snappen... dus als je meerdere letters neerzet kan je gewoon lezen *zonder* dat je een beeldscherm nodig hebt.'

'Inderdaad, jij snapt het. Als dat geen wonderlijke uitvinding is; het materiaal heet trouwens Papier.'

'Ongelooflijk, en je hebt helemaal geen stroom nodig, Mike?'

'Nee, geweldig he, er zitten zelfs geen batterijen of accu in.'

'Nou, nou, nou zeg. Onvoorstelbaar.'

'Ha, Mike, je klapt het dicht. Dat kan mijn notebook ook.'

'Nee, dit is anders, je kan het zovaak vouwen als je wilt tot het de door jouw gewenste afmeting heeft.'

'Oooh, Mike je gaat maar door en het wordt kleiner en kleiner.'

'Ja, nu past het zelfs in mijn portefeuille.'

'Ongelooflijk, dus ik kan het altijd bij me dragen.'

'Kom eens Mike, mag ik het eens vasthouden.'

'Maar natuurlijk, ga je gang.'

'Maar dit is ongelooflijk, het weegt bijna niets.'

'Dat klopt, het weegt 100 maal lichter dan het kleinst verkrijgbare notebook. Dat komt natuurlijk omdat er geen accu in zit.'

'Nee, nee, je droomt niet, knijp maar flink in je arm. Kijk, ik vouw het weer uit en....'

'Maar Mike, wat doe je nu??'

'Nee, dat kan niet, je scheurt het papier doormidden.'

'Dit materiaal is zo geweldig. Kijk, ik houd de helften gewoon tegen elkaar aan en je kan het gewoon weer lezen.'

'Ongelooflijk, dat moet je met een diskette niet proberen, ha ha ha.'

'Maar wat doe je nu? Nee, niet doen, niet doen!! Je gaat er zomaar op staan springen.'

'Ongelooflijk, en je kan het nog steeds lezen!!'

'Stel je voor zeg, als je zo op je monitor zou gaan springen.'

'Ongelooflijk, wat een uitvinding! Zeg Mike, hoe lang kan je papier eigenlijk bewaren?'

'Nou, veel langer dan een diskette of hard-disk waarvan de magnetische gevoeligheid op den duur verdwijnt.'

'Ongelooflijk, wat een wonderlijke uitvinding.'

'Maar dat is nog niet alles!'

'Nee???'

'Je kan het overal mee naar toe nemen, je kan het gebruiken bij hoge en lage temperaturen. En als je het niet meer nodig hebt, kan je altijd nog je neus erin snuiten en...'

'Ja Mike, ongelooflijk...' Mr. T denkt even na.

'Zeg Mike, maar dat zou betekenen dat we op een dag helemaal geen beeldschermen, computers en notebooks meer nodig hebben!?!'

woensdag 30 juni 2010

Een schot op doel

Ik ben…


Ik ben een deel van een gemeenschap die er al eeuwig is en er altijd zal zijn. In het verleden, het heden en de toekomst bestaat deze groep mensen al.

Ik heb macht van de Heilige Geest gekregen. Alles wat ik doe, doe ik door Hem.

Ik ben over een lijn gestapt, de knoop heb ik doorgehakt, de beslissing heb ik gemaakt.

Ik ben een leerling van Hem.

Op mijn pad zal ik niet meer achteruit kijken of lopen, vertragen of stil staan. Mijn weg gaat vooruit, naar Hem toe.

Mijn verleden heeft Hij van mij weggenomen. Hij heeft mij daarvan verlost. Nu is mijn leven zinvol, heeft het nut. Mijn toekomst ligt vast, Hij geeft mij zekerheid.

Ik hoef niet meer zo nodig ‘in het zicht te lopen’, steeds de makkelijke weg te nemen of mee te praten met anderen. Ik wil weer kleur hebben in mijn dromen en mijn doelen stellen in en voor het licht van de wereld. Mijn visie hoef ik niet meer te temmen, mijn mening hoef ik niet meer te verbergen voor anderen.

Voor mij is een superieure positie, een mooie promotie, applaus of populariteit niet nodig.

Ik hoef niet altijd gelijk te hebben, overal gekend, geprezen, gezien of beloond te worden.

Ik wil uit het geloof leven, leunend op Zijn aanwezigheid, wandelen met Zijn geduld.

Mijn hoofd heb ik weer opgeheven en ik ben gesterkt door gebed.

Niets kan mijn gedachten meer veranderen, Zijn grootsheid straalt van mij af.

Mijn doel is de hemel, de weg daarheen is smal, het pad is ruig en oneffen. Er zijn maar weinigen die met mij gaan maar mijn God is betrouwbaar. Hij heeft mijn missie duidelijk gemaakt.

Niemand kan mij meer blokkeren, niets houdt mij nog tegen. Ik loop geen vertraging meer op, niemand kan mij de verkeerde kant op sturen, want de Heer is mijn Herder. Hij wijst mij de juiste kant op. Niets kan mij nog stoppen.

Ik zal niet terugdeinzen als ik iets moet opofferen voor Hem. Ik zal niet aarzelen in het bijzijn van mijn tegenstanders, niet onderhandelen aan de tafel van mijn vijanden en al helemaal niet omkeren om onnodig in de spotlights te staan. Ondenkbaar.

Ik zal niet opgeven. Laat dat duidelijk zijn. Mocht ik onderuit gaan, doe ik dat met een zuiver geweten en een opgeheven hoofd. Ik dank, zing, bid, predik en prijs de Heer. Dit alles voor de zaak van Christus.

Ik ben een discipel van Jezus.

Wie ben jij?

woensdag 23 juni 2010

112 - daar red je levens mee

Als 'plichtsgetrouwe' jongen grijp je in wanneer dat nodig is. Zeker als er mensenlevens op het spel staan. Je handelt snel en onverschrokken. Zoals het hoort... Dus als je naar een willekeurige plek rijdt en je ziet een bestelbusje in de berm liggen, twijfel je geen moment. Je belt 112. Want daar red je levens mee. Denk je...

De mevrouw van 112 schakelt me door naar een man van de politie. Die vraagt waar ik melding van wil maken. ‘Ik rijd nu naar Assen. Over de A28. Anderhalve kilometer voor de afrit Tynaarlo en Vries ligt rechts, tussen een oprit en de snelweg, een bestelbusje op zijn kant.’

Met deze bondige en duidelijke informatie kan hij er meteen zijn collega's op af sturen. Dan zegt hij: ‘Gaan jullie maar vast, ik bel zometeen met de details! Als het om mensenlevens gaat, telt elke seconde, jongens! Hop, eropaf!’ Zo gaat dat als je 112 belt. Althans dat dacht ik.

Ligt het busje op de middenberm?’, vraagt de agent. Ik zeg: ‘Nee, tussen een oprit en de snelweg.’ Hij: ‘Daar ligt dus een busje op z'n kop...’ Ik: ‘Nee, op z'n kant.’ Hij: ‘Welke kleur heeft het busje?’

Kijk, dat is een goede vraag van de agent, want natuurlijk kan het best zo zijn dat er twéé busjes langs de A28 liggen. Gaan ze bij het ene busje hulp verlenen en zien ze het andere busje over het hoofd. Dus ik antwoord plichtsgetrouw: ‘Donkergroen.’
Hij: ‘Rijdt u naar Groningen of naar het zuiden?’ Ik: ‘Naar het zuiden.’ Hij: ‘En bij welk hectometerpaaltje ligt het busje?’ Ik: ‘Hectometerpaaltje? ... Dat weet ik niet... Anderhalve kilometer voor de afrit naar Tynaarlo en Vries... Er kwam een beetje rook uit’, zeg ik om toch een beetje vaart in het gesprek te brengen. Die auto staat nu natuurlijk allang in brand. Daar moet snel iemand op af. Het maakt geen indruk.

De agent: ‘U heeft geen hectometerpaaltje voor me?’ Ik: ‘Nee, maar het was anderhalve kilometer voor de afrit.’ Hij: ‘Dus geen hectometerpaaltje...’ Ik hoor dat hij iets met zijn toetsenbord doet.
Waarschijnlijk kan hij zonder deze informatie niet door naar het volgende scherm. ‘Er zaten nog mensen in. Ik zag iets bewegen’, zeg ik. Misschien zorgt die beeldende informatie ervoor dat hij iemand eropaf stuurt zonder dat hij het hectometerpaaltje heeft.

Inmiddels rijden we Assen binnen. Die mensen zijn natuurlijk allang dood. Levend verbrand. Naast een paaltje waar ik het nummer niet van weet. ‘Ik heb toch echt een hectometerpaaltje nodig’, zegt de agent. ‘Weet u zeker dat u geen hectometerpaaltje heeft? Waar lag die auto nou precies?’ Ik zeg het opnieuw: ‘Anderhalve kilometer voor de afrit naar Tynaarlo en Vries.’
Weer hoor ik hem op zijn toetsenbord rammelen. En dan: ‘Een bestelbusje naast de A28... Daar is al melding van gemaakt, meneer. Bedankt voor het bellen.’ Hij hangt op.

De slogan is: ‘112, als elke seconde telt.’ Ik weet er ook een:
Hoe red je levens beter? Onthoud de hectometer.

zondag 20 juni 2010

Hokjes

Af en toe word ik geïrriteerd en tegelijkertijd verdrietig door de ‘plek’ waar de wereld me neerzet. Ik beweer niet dat ik meer ben dan een mens. Ik streef er enkel naar om meer Christelijk te zijn in alles wat ik doe.


Dit betekent niet dat ik perfect ben, dat ik niet twijfel of dat ik nooit zonden doe. Het betekent ook niet dat ik afgezonderd heb geleefd en/of een geloof opgedrongen heb gekregen van mijn ouders.
Het betekent niet dat ik anderen zal beoordelen die een andere religie, een ander geloof of een andere levensstijl kiezen dan ik.


Het betekent, voor mij, dat ik een keus heb gemaakt.
Om me te focussen op wat God met mij wil.
Om mijn leven te leiden vol met ideeën naar zijn wil.
Om van mensen te houden, in plaats van me maar zorgen te maken over hen.
Om eerlijk en oprecht te zijn in alles wat ik doe.
Om niet overal ‘bewijzen voor’ of ‘antwoorden op’ te hoeven hebben.
Om opzij te zetten wat ik wil en verlang voor zijn glorie.
Om te doen wat goed is, niet omdat ik zo nodig vind dat dit zo moet, maar omdat ik geloof dat ik meer waard ben dan dat anderen van mij denken.

Om een levend offer, een levend bewijs te zijn.


Ik leef in een wereld waar iedereen zijn oordeel al klaar heeft staan. Iedereen wordt schaamteloos in hokjes en vakjes geduwd. Gelabeld, zonder te kijken of het label wel past.
Dit zgn. ‘hokje’ en zijn vier muren is gebouwd met stenen van vooroordelen en gemetseld met de door mensen gerechtvaardigde stereotypische gedachten. Die gedachten - en vooroordelen - lijken weliswaar hetzelfde te zijn als alle andere gedachten die mensen hebben, maar worden op een dusdanige schijnheilige manier gebruikt door diezelfde mensen dat dit ‘gedachtegoed’ teniet wordt gedaan.


Dit ene hokje…



Kan mij niet bevatten.

Daar pas ik voor.